vrijdag 15 juni 2018

Willemijntje van Ens

Door Tjalling van den Bosch

Eigenlijk is Ens als plaats, zoals we het nu kennen, nog zeer jong. Tijdens de tweede wereldoorlog is de Noordoostpolder pas ingepolderd  en dus kon Ens ook niet eerder worden opgebouwd! 
Daarvoor was de naam Ens verbonden aan het zuidelijk gedeelte van het eiland Schokland, dat in de Zuiderzee (thans IJsselmeer) lag.
In plaatsen die aan zee (of in het geval van Ens, in zee) liggen, is er altijd wat te doen; zeelieden komen zich er vermaken na soms maanden op zee te hebben gezeten en ook door de aan- en afvoer van goederen 'over land'  is het vaak een komen en gaan van mensen die zich er soms ook even willen verpozen. 
De horeca in dat soort plaatsen is dan meestal een florerende business;  het is dan ook vaak een broedplaats van de meest fantastische verhalen en  sages die ook vandaag de dag nog de ronde doen. Meestal over lang, vaak zeer lang geleden; zo ook over ons onderwerp. 

Hard leven

Willemijntje Hortensia Maria werd geboren in 1624 en overleed in 1693; ze is dus bijna 70 jaar oud geworden, een hele leeftijd voor die tijd. Ze woonde op Ens (zuidelijk gedeelte van Schokland dus) en verliet het eiland zelden.
Willemijntjes leven was keihard, ze moest zich staande houden in het ruwe leven van de 17de eeuw; haar ouders weer arm, zeer arm. 
Haar vader heette Johannes Theodurus Maria en van haar moeder is alleen de  voornaam Griselda   bekend; achternamen had men sowieso niet, daarvoor moest  Napoleon Bonaparte eerst nog langskomen. 
De bijnaam van Willemijntjes vader was Hannes de Harde en moeder stond bekend als Griezelientje; alleen al door die bijnamen mag het duidelijk zijn, dat het gezin, dat verder nog bestond uit 4 jongens en 6 meisjes, geen warm nest was.  
De voorvaderen van Johannes waren noodgedwongen vanuit Frankrijk noordwaarts getrokken (gevlucht), nadat ze het katholieke geloof in het openbaar hadden   afgezworen. Over het hoe en waarom daarover is verder niets bekend.

Willemijntje werd vaak Mientje genoemd (waarom geen Mijntje?) en ze moest 
maar zien hoe ze dagelijks aan wat eten kwam; maaltijden bestonden gewoon 
niet in het gezin van Hannes de Harde. 
Het was 'ieder voor zich' in een tijd dat hygiëne nog moest worden uitgevonden. 
Als je wilde slapen, ging je maar ergens liggen (meestal in wat hooi of stro) en
wanneer je je behoefte moest doen, dan deed je dat maar in een sloot of plas
water, zeker niet op een droog stukje land en vooral niet te dicht bij het schamele
onderkomen, want op warme, droge dagen kon de fermentatie van uitwerpselen 
behoorlijk gaan rieken.  
Het moge duidelijk zijn, het was geen frisse tijd; maar ach, dat was het nergens
op het eiland, behalve dan bij de beter gesitueerden.

Willemijntje werkte zo nu en dan op het land van een boer en anders probeerde
ze aan de slag te komen bij vissers; dat het om harde fysieke arbeid ging, deerde
haar niet. 
Ze was niet groot en sterk, maar ze was zeer taai; met haar pezige lijfje verzette 
ze bergen werk (voor een karig loontje). 
Mientje zou 7 kinderen baren, van diverse mannen; ze is nooit getrouwd geweest, 
de mannen waren meestal vlot na de inseminatie weer (voorgoed) vertrokken. 
Daarnaast heeft ze minstens driemaal een miskraam gehad; daar leek ze weinig
emotionele schade van op te lopen, gelukkig geen extra mond te voeden was dan
misschien haar gedachte.  

Dammen 

Willemijntje had al op jonge leeftijd dammen geleerd, van een manke oudoom, die volgens overlevering ook de vader van haar eerste kind was. 
Dammen kon Mientje als de beste; toen ze wat ouder was ging ze vaak naar gelegenheden waar alcohol werd geschonken (van etablissementen was natuurlijk geen sprake, het waren meer bouwvallen, maar je zat tenminste 'uit de wind' en de regen werd ook nog een beetje tegen gehouden. 
Nadat de mannen (vrouwen kwamen daar niet of nauwelijks) een paar borreltjes achterover hadden geslagen, daagde Mientje ze uit voor een partijtje dammen om een klein geldbedrag. Ze speelde zeer fanatiek en volgens de verhalen verliet ze de gelegenheden altijd met een paar centjes op zak. 
Natuurlijk kon ze het zich ook niet veroorloven om te verliezen, want geld had ze gewoon niet. 
Het maakte haar een genadeloze profdammer; wat er ook gebeurde de partij moest gewonnen worden. 
Wanneer de mannen aangeschoten waren, knepen ze Mientje ook weleens in de billen, maar daar reageerde ze dan op als door een adder gebeten, waardoor het daar meestal bij bleef. Niet altijd trouwens, dat mogen we toch gerust concluderen uit het aantal kinderen en miskramen. 

Als Willemijntje vroeg op de avond al de nodige centjes bij elkaar had gedamd, dan wilde ze ook nog weleens iemand uit een (iets) hogere sociale kring uitdagen; iemand die dus wel veel geld had (en al een paar borrels op!) en dan ging de inzet natuurlijk omhoog.
Ook dan ging ze er, volgens overlevering, vrijwel altijd met de winst vandoor. Dat laatste bracht herenboer Gradus op een idee; deze Gradus was namelijk door een andere herenboer, uit de nabijheid van Zwolle, uitgedaagd om een partij te dammen, met als inzet een os! 

Snood plannetje van Gradus

Gradus had de uitdaging aangenomen en de afspraak gemaakt dat de match in Zwolle zou plaatsvinden. Samen met Gradus vertrok Willemijntje op een gegeven moment per boot naar de  hoofdstad van Overijssel. Daar aangekomen vertelde Gradus zijn uitdager, dat hij eerst maar eens tegen zijn gezelschapsdame (er wordt gezegd dat Gradus de vader is van één van Mientjes' kinderen; alcohol kost levens, maar er ontstaat ook vaak nieuw leven door! - maar dit geheel terzijde natuurlijk -) moest dammen, om te zien of hij wel een deugdelijke tegenstander was. De herenboer uit Zwolle lachte schamper toen hij het scharminkel zag, maar was bereid!

Het lachen zou hem echter snel vergaan; Mientje (die een flink bedrag in het vooruitzicht was gesteld door Gradus; als ze won!) damde alsof de duivel haar op de hielen zat. Toen de Zwollenaar probeerde vals te spelen, reageerde ze venijnig; haar getuige (Gradus) stelde haar natuurlijk in het gelijk. 
Mientje kwam in een gewonnen stand terecht en de uitdager werd zo kwaad, dat hij het bord met een harde klap schoon veegde; het kleine vrouwtje dook angstig in elkaar. De herenboer uit Zwolle stond langzaam op en dreigde nog een klap uit te delen, hetgeen Gradus met een luide schreeuw voorkwam. 
De uitdager spuwde op de grond, vlak voor de voeten van Gradus en beende kwaad weg. Van een match met Gradus is het toen natuurlijk niet meer gekomen; naar verluidt heeft Willemijntje haar centjes ook nooit gekregen! 

Willemijntje leeft nog steeds voort in de contreien rond Ens; haar passie voor het dammen en vooral het fanatisme om een dampartij te winnen worden ook nu nog geroemd. De wil om te winnen zit de mensen uit Ens dan ook in het bloed; 300 jaar later kwam dat ook bovendrijven. 

Elfstedentocht op de schaats

In de zestiger jaren van de vorige eeuw groeide in Ens (de plaats; niet meer een eiland dus) een mannetje op, dat klein van stuk was en pezig, en vooral taai, zeer taai (een directe nazaat van Mientje?). Dat mannetje wilde boer worden . . . en schaatser!  Dat boer worden lukte hem; in het naburige Leeuwte (vlakbij Sint Jansklooster) begon hij een veebedrijf, maar een vetpot was dat nooit! 

Natuurlijk ondervond hij nooit het harde leven dat Willemijntje ten deel was gevallen, maar zeker in zijn beginperiode als boer, moest hij het hebben van zijn taaiheid om te overleven. Die taaiheid kwam hem goed van pas als hij zijn grootste hobby uitoefende, het schaatsen op natuurijs; voor marathons op kunstijs kwam hij te kort. 
Niet dat ze hem er op kunstijs vanaf reden, daar was het te taai voor, maar een goede prijs schaatste hij op de kunstmatige aangelegde ijsvloeren nooit bij elkaar. Zijn specialiteit was het schaatsen van lange marathons; zijn voorkeur ging uit naar 200 kilometer ploeteren door weer en wind. In 1985 was er eindelijk weer een Elfstedentocht in Friesland; met zijn pezige en taaie lijf kon hij zich in de kopgroep handhaven en wist hij, tegen alle verwachtingen in, de grote favoriet Henri Ruitenberg in de eindsprint te verslaan. 
En zo had de Elfstedentocht na 22 jaar weer een nieuwe winnaar; dat taaie pezige mannetje, opgegroeid in Ens: Evert van Benthem
Een jaar later was er weer een helse tocht langs de Friese elf steden; ook nu was de wil om te winnen bij Van Benthem te groot voor alle andere schaatsers. Hij won ook die editie; dat jaar met grote overmacht! Evert van Benthem kwam in 1986, na bijna 7 uur schaatsen, (solo) als eerste over de finishlijn op de Bonke. 

Anders dan Mientje nam Evert, na zijn schaatscarrière, wel de wijk (naar Canada, om zich daar als boer te vestigen); gezien recente foto's (volle gelaat; iets dat Mijntje nooit heeft mogen ervaren) is het hem 'voor de wind gegaan' aan de overkant van de grote haringvijver! 
De plaatselijke sporthal van Ens draagt de naam van de tweevoudige Elfstedenstedenwinnaar (op de schaats), niets herinnert nog aan Mientje; nou ja, dit verhaal dan . . .!

Open Flevoland 

Aanstaande maandag begint het Open Flevoland; hopelijk zijn de deelnemers (m/v) geraakt door het verhaal over Willemijntje Hortensia Maria en (haar mogelijke nazaat) Evert van Benthem en gaan ze volop de strijd aan, met als doelstelling: Winnen. 
U kunt het toch zeker Mientje niet aandoen, om maar snel naar een vredelievende puntendeling te schuiven!  

Dus deelnemers aan u de vrome opdracht; speel het spel zoals het gespeeld dient te worden:
Strijd, volop strijd . . .!




vrijdag 8 juni 2018

Dammersgeluk

Door Rein van der Pal

Sinds enige tijd probeert de stichting POPstad Heerenveen de muziekcultuur in mijn woonplaats te verstevigen. Dat wilde ik wel eens meemaken. Op goed geluk toog ik naar mijn vroegere stamcafé ‘Oase’, waar die avond drie verschillende bands zouden optreden. Nog maar net binnen liep ik een oude bekende tegen het lijf. Hij zou met zijn hagelnieuwe 360 graden camera foto’s maken voor de plaatselijke media. Met de vraag of ik nog steeds schaakte probeerde hij boven het lawaai uit te komen. 'Damde', corrigeerde ik, maar hij verstond mij niet en prevelde iets over de loop van de stukken en de diepgang van het spel.
Ik draaide mij 180 graden om, liep naar de bar en bestelde een biertje. Gelukkig kwam de bodem van mijn Witte Trappist snel in zicht. Na een tweede glas voelde ik mij al iets beter. Toch zijn dit niet de momenten waarop je als dammer staat te juichen.

Boekpresentatie

Hoe anders was dit toen ik de volgende dag samen met twee collega dammers naar Assen reed. Ik parkeerde de auto in het centrum en we liepen naar een groot warenhuis, waar zich op de vijfde verdieping niet minder dan 240 damliefhebbers hadden verzameld, om de presentatie van het boek ‘Dammen als cultureel erfgoed’ bij te wonen. 

Schrijver Hans van der Nap gunde ons een kijkje in de keuken en hield de zaal meer dan anderhalf uur in zijn greep. Zijn enthousiaste en boeiende verhaal werd op een groot scherm ondersteund door fraaie plaatjes uit het boek. Als verwoed verzamelaar van damliteratuur kon hij putten uit zijn eigen uitgebreide collectie. Verder speurde hij in bibliotheken (KB), regionale en landelijke archieven en had toegang tot particuliere collecties. Als hij 's nachts de slaap niet kon vatten, las hij de notulen die op het nachtkastje lagen door, op zoek naar bruikbaar materiaal. Ook bezocht hij veel dammers thuis en dat leverde naast mooie verhalen, ook feiten, foto's en anekdotes op. Verrassend genoeg ondervond de schrijver veel tegenwerking bij het krijgen van subsidie voor 'dit project' en het speciale lettertype dat hij voor ogen had bleek niet voorradig te zijn bij de uitgever. Zijn ongebreidelde energie en doorzettingsvermogen leverde uiteindelijk een naslagwerk op dat volledig voldeed aan de vormgeving die hij voor ogen had. 

Levenswerk

Aanleiding voor het schrijven van dit boek was het 75-jarig jubileum van de Provinciaal Groninger Dambond (PGD) in 1994. Gaandeweg veranderden de ideeën over de opzet en uiteindelijk ontstond er een monumentaal werk over de geschiedenis van het damspel in Groningen en Drenthe in de 20ste eeuw. Dat de schrijver Drenthe ook meenam komt doordat beide provincies nogal met elkaar verweven zijn. Het project groeide uit tot een levenswerk, een Magnum opus, waaraan Van der Nap meer dan 20 jaar heeft gewerkt. Zowel qua inhoud als wat betreft verschijningsvorm is het een bijzonder boek geworden.

De twee delen die zijn samengebracht in een cassette tellen 733 bladzijden, bijna 1000 foto's! en meer dan 600 diagrammen. Door het hele boek zijn fragmenten van Douwe de Jong terug te vinden. Dit moet gezien worden als een postuum eerbetoon van de schrijver aan de man die veel betekent heeft voor het (Groningse) dammen. Interessant zijn de biografische schetsen van bekende dammers als Jannes van der Wal, Auke Scholma, Bauke Bies, Hans Jansen, Roel Boomstra en vele andere. Veel plaats wordt ingeruimd voor bekende problemisten als W.B. Monsma, H. Schurer en H. van Meggelen om slechts enkele te noemen. Harm Schurer was een duizendpoot in de damwereld en ook Herman van Meggelen heeft zich altijd volledig ingezet om de damsport te promoten.

H. Schurer

1.31-26 29x40  2.26x08 03x12 3.39-33 28x39 4.27-22 18x27 5.32x21 16x27 6.48-43 39x48 7.49-44 40x49 8.46-41 39x32 9.37x10 48x46 10.25x03 05x14 11.03x05






H. van Meggelen

1.14-09 05x25 ad. lib. 2.49-43 03x23 3.43x03 29x38 4.03-26! 42-48 5.47-42!! 38x47 6.26-12 47x20 7.12x34  38x30 8.15x35






Nog voor het officiële programma was afgelopen stonden de liefhebbers al in de rij om de zware stoeptegel aan te schaffen. Toen de buit binnen was keerden we terug naar de parkeergarage. Met "vier kilo onversneden dammersgeluk" veilig op de achterbank reden we naar huis. 
We keken terug op een geweldige middag en thuisgekomen nam ik het boek in vogelvlucht door. Voor even was ik weer blij dammer te zijn.












donderdag 31 mei 2018

Verhalen

Door Rein van der Pal

Door de jaren heen zijn er met enige regelmaat damboeken verschenen. Zonder meteen alles aan te schaffen is dat een ontwikkeling die ik van harte toejuich. Elke nieuwe uitgave wordt -in eerste instantie- met enthousiasme begroet. Een denksport zonder bibliotheek valt immers nauwelijks serieus te nemen.
In het overgrote deel van die boeken staat de techniek centraal; verhalen over dammers kom je slechts sporadisch tegen. Verschijnt er eens een biografie dan wordt er vaak alleen aandacht besteed aan de damtechnische nalatenschap.Veel dammers leven voort in partijen en analyses, maar over hun verdere leven is weinig bekend. Eigenlijk zou je de winnaar van een toernooi meteen een interview moeten afnemen, zodat niet alleen de strategische en tactische hoogstandjes bewaart blijven, maar je ook iets meer te weten komt over de achtergrond van een speler.

Jules Welling

Schaakjournalist Jules Welling (1949 -2016) heeft ruim dertig jaar lang het internationale topschaak op de voet gevolgd. In die periode heeft hij tientallen grootmeesters

geïnterviewd. Die interviews zijn gebundeld en daaruit is in 1997 het boek 'Grootmeesterverhalen; 30 jaar topschaak' ontstaan. Over grootmeester Loek van Wely lezen we na zijn winstpartij op oud-clubgenoot Johan van Mil:

" In de analyse bleek dat hij alles had gezien, maar de manier waarop hij zijn stukken als het ware in de velden draaide kwam niet bepaald sympathiek over en was nogal vernederend". 

Iemand kapot analyseren hoort er gewoon bij volgens King Loek. In het volgende toernooi kan hij opnieuw een tegenstander van mij zijn.
Grootmeesterverhalen is een boek over schaken zonder diagrammen, maar vol verhalen over kleurrijke karakters. Het is één van de mooiste schaakboeken die ik heb. Jammer genoeg is een dergelijk uitgave in ons damwereldje nooit verschenen. 

Geboren verteller
Onlangs kreeg ik de biografie over Henk Westbroek onder ogen. Uit dat boek blijkt dat aan Westbroek geen groot denksporter verloren is gegaan. Op de redactie van Radio 1 werd weliswaar zo nu en dan geschaakt, maar Henk had de spelregels nauwelijks onder de knie. Wel komt uit de biografie van Martin Groenewold naar voren dat de zanger van Het Goede Doel een geboren verteller is. Het ene verhaal is nog mooier dan het andere. Hoe hij als 18-jarige liftte door Engeland en werd meegenomen door een man met een baard in een Mini Cooper. Hij kreeg een kopje thee aangeboden bij die man thuis. Het bleek een enorm landhuis te zijn. In de keuken daar had de bediende aan Henk gevraagd hoe hij meneer McCartney eigenlijk kende…
Of het verhaal over zijn Griekse landschildpad Snoopy die is weggelopen. De Algemene Inspectie Dienst neemt het beest in beslag, omdat Westbroek geen aankoopbonnetje kan overleggen. Er volgt een politie-inval, een kruisverhoor en een meerdaagse rechtszaak aan de zijde van Bram Moszkowicz. Voor deze regelrechte klucht worden niet minder dan twee hoofdstukken ingeruimd.
Met zijn jeugdvriend Henk Temming bezoekt hij de HBS en ze richten de succesvolle popgroep Het Goede Doel op. Na diverse ruzies met vooral Henk Temming valt de band uiteen en gaat hij solo verder. De scheiding van Henk Temming gaat hem wel aan het hart. Je gaat toch missen wat je haat, aldus Westbroek.
De geboren Utrechter is een duizendpoot: liedjesschrijver, diskjockey bij Radio 3 en 3FM, uitbater van het rockcafé Stairway to Heaven en columnist bij het Utrechts Dagblad. En ook nog politicus. Pim Fortuyn zag hem als de ideale tweede man van Leefbaar Nederland. Het is er niet van gekomen en ook het burgemeesterschap van Utrecht gaat aan zijn neus voorbij.
Gesteund door zijn welbespraaktheid is Henk niet bang stelling te nemen en kan hij nogal dwars en vilein uit de hoek komen. Niet zelden wordt een contract of dienstverband in een ruziënde sfeer beëindigd. Maar Henk verliest nooit zijn droge humor of ironie. De zanger schudt de ene na de andere anekdote uit zijn mouw. Zonder schroom en bijzonder geestig. Zijn ongelijk is vaak interessanter dan het gelijk van anderen, vooral door de verpakking. 
Duidelijk wordt dat de waarheid een mooi verhaal nooit in de weg mag staan. 
De damwereld heeft behoefte aan schrijvers die verhalen en anekdotes van en over dammers aan het papier toevertrouwen en voor de eeuwigheid vastleggen.

donderdag 24 mei 2018

DI...na de reclame

Door Tjalling van den Bosch

WG: "Daar zijn we weer dames en heren, met Dammen Inside, het programma voor en over dammen. Hans, ik moest je zojuist ruw onderbreken, maar nu is de microfoon helemaal voor jou"! 

HK: "Wat mij pas echt zorgen baart, is dat veel dammers zich schijnbaar totaal niet meer interesseren of het een hoogstaande partij is of niet; de schoonheid van het spel, daar hebben sommigen niets mee, dat zeggen ze tenminste"!?! 
RG: "Schei toch uit man; je kijkt in elke sport toch naar de topwedstrijden, niet naar de troep die amateurs je voorschotelen. Je kijkt bij het voetbal toch ook  het liefst naar Barca-Real! Er kijkt toch geen hond als je Reus-Alcarcon, uit de segunda division, uitzendt"!

JD: "Nou, wat typerend is voor mensen die allemaal van die regeltjes willen, omdat zij vinden dat de  remises op grootmeesterniveau de ondergang van het dammen betekenen, er van alles bij halen om   hun gelijk te halen. 
Het schaatsen is een sport die je absoluut niet met een denksport kunt vergelijken, maar dat doen ze toch, want alle onzin lijkt gerechtvaardigd om die verschrikkelijke  remise uit te bannen. Er moet een winnaar komen, want dat is volgens dat soort figuren de reden van veel ellende. Nou, wat deden de schaatsers toen ze nog in tienden de tijd aangaven en later toen men het in honderdsten kon berekenen en wat ze nu nog steeds doen bij de duizendsten; wanneer men gelijk eindigt dan delen ze de eerste plaats! Kijk, dat essentiële punt halen ze er dan weer niet bij"!! 

HK: "Ja, dan is er nog wat met die minnetje en plusjes; het interesseert sommige dammers totaal niet!  Ze nemen een minremise voor lief tegen een sterke tegenstander die wel voor de titel strijdt en daar dan de titel aan te danken heeft! Ze geven ze gewoon weg; als zegeltjes bij de boodschap. 
JD: "Klopt; het is je reinste competitievervalsing"!

WG: "Dus Johan, je denkt dat die salonremises op topniveau niet schadelijk zijn voor het dammen"?
JD: "Ten eerste zijn bloedeloze remises tussen grootmeesters een drama, maar geef ze eens ongelijk. 
Voor hen is het een extra rustdag; dat kan, zeker met die twee ronden op één dag, voordelig zijn voor een topdammer.
Dat ze in no time de 40 zetten hebben en er dan snel vandoor gaan, is natuurlijk absurd; dat riekt  naar matchfixing en dat mogen ze wat mij betreft keihard aanpakken. Die spelers bedoel ik; het damspel moet je dan toch niet willen veranderen, die spelers moeten meer respect voor het spel hebben! Dat twee wereldtoppers moeilijk van elkaar winnen is wat anders. Kijk, wanneer je, in wat voor sport dan ook, twee mensen of twee teams hebt, die aan elkaar gewaagd zijn, dan krijg je zelden een enerverende strijd. 
Wat is de laatste WK-finale voetbal dat een enerverende en onderhoudende wedstrijd was; ik kan het me niet herinneren. Het waren toch stuk voor stuk draken van wedstrijden"!
Het dammen is niet minder populair geworden door de remises; in een sport als het Fries dammen, zijn er weinig remises, toch hebben die in totaal niet meer dan zo'n 70 leden! Dat kan aan twee dingen liggen; of de sport is totaal nog niet ontwikkeld OF de salonremise interesseert de gewone dammer totaal niet, daar gaat het ledenaantal dus echt niet van achteruit!  Daar wringt de schoen van het dammen niet"!! 
WG: "Oh nee, waar wringt het dan wel, volgens jou"? 

JD: "Dat zal ik je vertellen. De navelstreng van het dammen, is altijd de opleiding van de jeugd geweest! Er zijn in Nederland vrijwel geen clubs meer die dat doen; schandalig natuurlijk, maar het is wel zo. Die paar clubs die dat wel doen, spinnen daar garen bij".
WG: "Welke clubs bedoel je precies"?
JD: "Nou, ik kan er wel een paar noemen; Den Haag, Wageningen, Hoogeveen, Groningen en dat zijn dan grote clubs, maar ook een vrijwel onbekende club als Aldeboarn is daar zeer succesvol mee.
Die club heeft het trouwens sowieso goed voor elkaar; op de laatste clubavond van dit seizoen kwamen er 70 eigen leden op af"!
WG: "Maar waarom doen andere clubs dat dan niet, als dat zo'n succes is"? 
JD: "Oh, dan zijn de excuses van de heertjes legio; daar ben ik te oud voor, ik heb vroeger al zo veel  gedaan, ik kan niet met de jeugd van tegenwoordig omgaan en zo zijn er nog plenty voorbeelden op te noemen"! 

RG: "Zeg Johan, wat zeg je nou? Dat onbeduidende clubje dat je net noemde, heeft net zoveel leden   als de hele bond van die Friese dammers bij elkaar"?
JD: "Aldeboarn bedoel je, ja dat zal niet veel schelen".
RG: "Nou, dan weet ik genoeg; die remises nooit afschaffen zou ik zeggen. Hahahaha! Nee toch? Als een damsport, waar vrijwel geen remises vallen, zo weinig leden heeft, dan zegt dat toch genoeg?"
HK: "Ja, maar je hebt het wel over alleen Friesland he"?
RG: "Die lui zeggen zelf, dat het Friese dammen vroeger in heel Noord-Nederland werd gespeeld;  waarschijnlijk zijn ze zo achteruit geboerd, vanwege te weinig remises! Hahahaha".

WG: "Ja beste mensen, de zendtijd zit er helaas alweer op; we gaan eruit met het hoogtepunt van dezeweek. Uit de partij Van der Grijp - Kaai junior":


Hansie, Hansie, kwam hier met het subtiele (14-20), waarna René zijn niet te onderschatten
combinatie-talent etaleerde: 37-31  (26x37)  32x41 !  (21x43)  30-25  (23x32)  25x23  (18x40)  
35x44 !!   (43x34)  42-38  (32x43)  48x17. 
RG: "HAHAHAHAHA"!
WG: "HANS, je jasje aanhouden". 

donderdag 17 mei 2018

DI...

Door Tjalling van den Bosch

Wilfried Geenja: "Goedenavond dames en heren, welkom bij Dammen Insite, het  wekelijkse  praatprogramma over dammen en alles wat daarmee samenhangt. Aan tafel Johan Deksen, René van der Grijp en Hans Kaai junior. Johan, wat is er nieuw deze week"? 

JD: "Nou, waar ik me vreselijk aan erger, zijn die mensen die beweren dat dammen een sterk product is; dammen is geen sterk product, denksport in het algemeen in Nederland is geen sterk product! Er wonen thans in Nederland zo'n 18 miljoen mensen, nog geen 25.000 daarvan zijn lid van een dam- of schaakvereniging, dat is 0,0 en nog wat procent van de hele bevolking!
WG: "Oh, je hebt je rekenmachientje niet bij je, begrijp ik".
JD: "Nee, die is stuk; maar het is toch wel duidelijk dat denksport in Nederland niet veel voorstelt en ook nooit iets zal voorstellen"! Wanneer je een zakenman vraagt of iets een goed product is, dat nog geen marktaandeel heeft één procent, dan trekt hij een gezicht van afgrijzen; daar gaat hij echt niet in investeren! 

WG: "Maar het kan wel, Johan. Noorwegen stelde op schaakgebied ook nooit wat voor, maar door de opkomst van Magnus Carlsen, de huidige wereldkampioen, is het schaken daar naar ongekende hoogte gestuwd. Er zijn tijdens grote toernooien zelfs live-uitzendingen op de nationale   tv"
JD: "Nee, dat klopt; als de 'grote' media de schouders eronder zetten, kan er veel ten goede keren,  maar dat zie ik in Nederland niet gebeuren. Ik vind het wel jammer hoor, maar zo is het nu eenmaal".
RG: "Maar Johan, 50 jaar geleden, toen Sijbrands en Wiersma opkwamen, was het toch allemaal veel massaler, in Nederland, dan nu"? 
JD: "Nou, het is maar net wat je massaal noemt. Toen woonden er in Nederland ongeveer14 miljoen mensen in Nederland en toen had de dambond nog geen 10.000 leden, dus dat was ook weer 0,0 en nog wat, van de hele bevolking"! Nee, ik blijf erbij, dammen is geen sterk product".   

HK: "Ja maar Johan, toen Euwe wereldkampioen schaken werd, waren de schaakspullen niet aan te  slepen. Het ledenaantal van de schaakbond verviervoudigde toen, dat heb je zelf wel gezegd"!
JD: "Ja, nee, dat klopt; maar dat was toen 1935, of zo; een heel andere tijd dan nu. Er zal toen in de Nederlandse huiskamers best wel veel geschaakt zijn, veel anders was er toen ook niet, maar weet jij hoeveel schakers lid waren van de bond, voordat Euwe wereldkampioen werd"? 
HK: "Al sla je me dood, geen idee". 
JD: "Tweeduizend en dat liep op, tijdens de Euwe-hausse, tot maximaal bijna zevenduizend! Ik wil voor de volledigheid nog wel even vermelden dat er toen in Nederland 8 á 9 miljoen mensen  woonden; dus toen was het 0,0 procent en ietsje meer"!
WG: "Nou, dat punt is gemaakt; we laten het hierbij, want er is meer"! 

WG: "Hans, wat vind jij van die plusjes en minnetjes"? 
HK: "Dat is een gedrocht, net als al die andere kunstmatige schijnoplossingen; je weet wel, die  'andere' puntentelling en het maar terugdraaien van de bedenktijd". 
JD: "Die schaakgrootmeester, hoe heet hij ook al weer? Die dat boek heeft geschreven over zijn eigen teloorgang". 
WG: "Oh, Zwart Wit bedoel je, van Paul van der Sterren". 
JD: "Ja, die van der Sterren; ik las laatst een column van hem en daarin schreef hij dat het  terugdraaien van de klok, een oplossing is van hersenlozen".
WG: "Ja, dat heb ik ook gelezen; hij noemde het de nekslag voor het schaken". 
JD: "Ja, hij was daar vrij stellig over".
RG: "Ja, dan heb je een denksport en dan ga je de tijd om te denken terugdraaien, hahaha. Je gaat bij een balspel toch ook niet de bal weghalen. Hahahaha!  

HK: "Maar weet je wat ik laatst hoorde Johan"? 
JD: "Nee, vertel".
HK: "Dat ze nu bij het schaatsen in staat zijn, om tot in duizendsten de eindtijd te berekenen, dat dat een bewijs is dat die akelige plusjes en minnetjes een goed idee zijn"!!
JD: "Dat slaat als een lul op een drumstel"!
HK: Dat bedoel ik maar; er verandert helemaal niets aan het schaatsen, hoe ze de eindtijd ook berekenen. Een schaatser moet nog steeds na het startschot zo snel mogelijk bij de finishlijn zien te komen"
RG: "Over de finishlijn, Hansie".
HK: "Dat bedoel ik toch"! 
RG: "Nou, zeg dat dan".

HK: "Wat ik bedoel René, is dat er bij het schaatsen verder geen reglement hoeft de worden aangepast, de snelste wint nog steeds. Bij het dammen moet men wel de regels aanpassen; een gewone remise is geen gewone remise meer. Nee, er wordt nu totaal anders over geoordeeld".
JD: "Ja, en de voordeelremise kan ook zo maar bij de verkeerde terecht komen; iemand die de hele partij aan de leiding gaat, de morele winnaar zeg maar, kan zo maar tegen een minnetje aanlopen. Zijn schijven heersen over het dambord, maar ja, dan komt er een wederzijdse damdoorbraak en dan  staan ze niet veilig meer EN door de zoektocht naar de winst komt zo iemand, met dat eveneens  belachelijke 80' + 1', ook nog in een constante tijdnood terecht. Die andere Paul, uhh, Paul Oudshoorn schreef laatst ook zoiets; dat de bovenliggende partij in het nadeel is met die 80' + 1' EN . . ., dat vind ik ook".

RG: "Weten jullie wat echt belachelijk was, ha, ha, ha; dat ze bij die laatste NK's tijdens de barrages ook met die belachelijke plusjes en minnetje werkten, ha, ha, ha. Dat moet een idee van Harry Mens zijn geweest, denk je niet(?), haaaa, ha, ha, ha"!
JD: "Ja, bij die vrouwen in Zoutelande, was het inderdaad helemaal belachelijk; en maar doorrammen in een potremise stand; tja, dan gaat er met die paar seconden die ze er elke zet bij krijgen, vroeg of laat wel iemand de mist in. 
Dat heeft toch niets meer met wat voor denksport dan ook te maken; dat is toch jezelf niet meer serieus nemen"! Tjonge, jonge, phhhh. 

HK: "Ik wil ook even wat zeggen, uhhh" 
WG: "Nee Hans, we gaan er eerst even uit voor de reclame" . . .! 

donderdag 10 mei 2018

Vervolg op...

 Door Tjalling van den Bosch

Het is uw penneleur, alsook 'onze blogmanager', al lange tijd bekend dat de epistels op dit blog niet alleen door dammers (m/v) worden gelezen.
Blijkbaar vinden mensen, die 'niets met dammen hebben', het bij tijd en wijle ook leuk om de diverse pennenvruchten op dit blog tot zich te nemen.
Anders dan dammers reageren zij soms wel op het geschrevene! Over het vorige epistel (gezond sporten . . . - over teveel sporten -) kregen we dan ook de nodige op- en aanmerkingen binnen.

Teveel is slecht . . . 

Het idee voor het vorige epistel ontstond door een gesprek met hoogleraar klinische neuro-psychologie Sitskoorn. Bij gezonde mensen ontstaat stress bijvoorbeeld wanneer het moeilijk is om een bepaalde doelstelling te halen.
Stress op zich is niet slecht; het idee dat iets misschien niet gaat lukken, spoort aan tot handelen (vecht of vlucht). Daardoor zijn mensen juist in staat om tot grote prestaties te komen.
Het probleem in de 21ste eeuw is echter, dat we tegenwoordig steeds meer stress continu ervaren! Na flinke arbeid (om een doel te bereiken), is er anno hodie weinig tijd om echt te ontspannen; ontspanning is echter cruciaal om de opgeroepen stress weer tot rust te manen (af te voeren). Dat lukt tegenwoordig maar moeilijk, vooral vanwege de constante stroom van informatie en (de volkomen overbodige) non-informatie!

De grootste boosdoener zijn alle berichten op de social media! De oplossing ligt natuurlijk voor de hand; het hele gebeuren (social media) gewoon een tijdje links laten liggen.
Maar . . ., juist zich niet op de social media begeven, ervaren mensen ook weer als (onplezierige) stress! 
Volgens Sitskoorn zegt inmiddels 15% van de Nederlandse vrouwen dat ze een burn-out hebben, of hebben gehad, terwijl dit twee jaar geleden nog maar 9,4% was. Bij de mannen steeg het percentage in die periode van 6 naar 9!
Kortom, meer dan 10% van de Nederlandse bevolking ervaart een teveel aan stress, of heeft dat ervaren!

Lichaam past zich aan . . . 

Stress is een vorm van spanning die in het lichaam van (gezonde) mensen (maar ook bij dieren en planten!) optreedt als reactie op externe prikkels en die gevolgd wordt door een patroon van fysiologische reacties.
De fysiologische reacties worden altijd eerst door de hersenen gefilterd. Teveel stress is niet alleen vervelend, het zorgt er ook voor dat onze hersenen slechter gaan werken!
Het zorgt voor een hogere hartslag en het gebrek aan rust (ontspanning) draagt bij tot een unheimisch gevoel ('geen zin hebben', concentratieverlies, hoofdpijn, duizeligheid).

Het woord is even aan Sitskoorn: "Onze hersenen zijn neuro-plastisch; ze passen zich aan bij alles wat we doen en meemaken. Er komen constant nieuwe verbindingen bij; zo worden we beter in iets.  Het netwerk aan verbindingen bij 'gewoon gedrag' wordt steeds sterker, maar 'gewoon gedrag' is niet persé gezond gedrag!
Als men voortdurend in een stress-situatie zit, wordt dat voor mensen ook weer gewoon! We leren onszelf aan gestrest te zijn, met grote gevolgen. De hypocampus (een deel van de hersenen dat onder meer emoties en geheugen regelt)loopt schade op; verbindingen gaan kapot, waardoor je geheugen slechter wordt en het meer moeite kost om negatieve emoties te reguleren.
Ook de prefrontale hersenschors krijgt klappen; dat deel van de hersenen helpt je juist om met stress om te gaan! Als die minder goed werkt, gaan we handelen naar onze impulsen; we halen uit, terwijl we ons normaal zouden inhouden. Wat volgt is een negatieve spiraal; je hebt stress, je hersenen werken minder goed en kunnen dat ook niet meer opvangen, waardoor je nog meer stress ervaart"!!

Tot zo ver . . .

Dat was de hoogleraar klinische neuro-psychologie.
Het klinkt allemaal best heftig, maar gestreste hersenen kunnen ook weer herstellen. Daarvoor moeten mensen wel leren om beter met stress om te gaan en vooral het tijdig onderkennen van stress is cruciaal.
Bij (bijvoorbeeld) fysieke sporten is het belangrijk om je lichaam goed te verzorgen; bij het veelvuldig gebruik van je hersenen is dat niet anders. Goed slapen, voldoende bewegen (niet fanatiek!!) is belangrijk en vooral jezelf dwingen om afstand te nemen van zaken waardoor je hersenen op maximum staan!
Een dammer kan wel een flinke wandeling of fietstocht beginnen, maar wanneer hij dan 'blind' nog steeds met dammen bezig is, dan schiet het niet op natuurlijk.
Kortom, jezelf de tijd geven om niets te doen met je hersenen is essentieel (om teveel aan stress tegen te gaan).

Een specialist die je vertelt waar de problemen liggen is natuurlijk een goede informatie-bron; dan is het ook handig om de vraag te stellen: "Hoe lost u zelf de problemen op?"!!
Nogmaals Sitskoorn: "Ik heb geen social media en ik bekijk mijn e-mail op vaste tijden. Ook reserveer ik ruimte in mijn agenda waarin ik geen afspraken maak. Mensen vinden het soms lastig dat ik niet altijd beschikbaar ben, maar anders kan ik mijn werk niet naar behoren doen. Ik begrijp dat het niet altijd even gemakkelijk is voor sommige mensen; het vergt dan ook guts om tegen het idee dat alles moet in te gaan. Je kunt je tijd echter maar één keer uitgeven".

Kort samengevat:
Juist in deze tijd is ontspanning op geestelijk en fysiek gebied belangrijker dan ooit . . .!



donderdag 3 mei 2018

Gezond sporten...

Door Tjalling van den Bosch

'Sporten is goed voor lijf en leden', is een bekend gezegde, maar 'er zit ook een addertje onder het gras' (om nog maar eens een algemene uitdrukking te gebruiken); sporten kan ook te veel worden!
Wanneer sporters te veel wedstrijden en/of trainingen in een korte periode afwerken en daarbij niet voldoende rust (recuperatie) in acht nemen, dan kan hij of zij overtraind raken.

Lichamelijke inspanningen . . .

Bij fysieke sporten zijn (bij overtraining) de eerste tekenen vaak al snel voelbaar (spierpijn), maar, zeker de fanatieke sporter, voelt zich in zo'n situatie na een goede warming up al snel weer in staat om te spelen, dan wel te trainen.
Wanneer een atleet die signalen blijft negeren, kan dat leiden tot overtraining, hetgeen betekent, dat het lichaam weerstand gaat bieden tegen fysieke inspanning.
Wanneer ook dat wordt genegeerd, kan overtraining dusdanige vormen aannemen dat een sporter, qua prestaties, achteruit boert. Er zijn extreme vormen van overtraining bekend, waarin sporters, ondanks een lange rustperiode (vanwege overtraining), nooit meer op 'het oude' niveau terugkeerden, laat staan nog vooruitgang boekten!
Over het fenomeen 'fysieke overtraining' zijn boeken geschreven en wetenschappelijke onderzoeken gedaan, toch is en blijft het een groot dilemma voor elke coach en trainer.
Vooral de gedreven sporters zijn vaak moeilijk in te schatten voor een trainer/coach wat betreft de dagelijkse belastbaarheid; het zijn juist deze sporters, die naast de trainingen en wedstrijden onder leiding van een trainer/coach, zichzelf ook nog eens extra fysiek belasten, onder het mom van 'hoe meer, hoe beter'.
Dat laatste is een gigantische denkfout en leidt voor de trainer/coach (die van de extra inspanningen meestal niet op de hoogte is) vaak tot enorme frustraties (het maar niet kunnen begrijpen, waarom een sporter geen progressie boekt, terwijl hij of zij, gezien de trainingsschema's, juist beter zou moeten gaan presteren). Maar goed, het onderwerp fysieke overtraining laten we voor wat het is.

Geestelijke inspanningen . . .

Over het menselijk brein (en de werking daarvan), zijn nog steeds meer vragen dan antwoorden; alle wetenschappelijke onderzoeken ten spijt, weten de geleerden nog lang niet alles (waarschijnlijk nog geen 50%) van wat er zich zoal in ons hoofd (tussen de oren) afspeelt en waarom!
Wel weten we dat veel geestelijke arbeid (langdurig nadenken, bewust dan wel onbewust) leidt tot stress en wanneer die maar lang genoeg aanhoudt, het brein zich gaat afzetten tegen 'helder' nadenken!
Men spreekt dan vaak van een 'burn out', hetgeen eigenlijk betekent dat de patiënt emotioneel en geestelijk tot steeds minder in staat is en wanneer het lang genoeg aanhoudt zelfs tot vrijwel niets meer in staat is. Maar, wat zijn de eerste symptomen van geestelijke overtraining?
Daar waar een fysieke sporter de eerste seintjes van het lichaam krijgt in de vorm van spierstijfheid, eventueel gevolgd door kleine (onduidelijke) blessures, wat voelt iemand die bijvoorbeeld een denksport als hobby (of zelfs werk) heeft? Daar zijn nauwelijks representatieve onderzoeken naar gedaan en dus zijn er op dat gebied (eerste signalen van geestelijke overtraining) alleen maar vragen.

We kunnen ons voorstellen dat zaken als 'wat hoofdpijn' of zelfs 'wat duizelig' de eerste indicaties zijn, maar wat als de denksporter deze negeert; wat is dan het vervolg, voordat er sprake is van een burn out?
Op een bepaald moment zal zo'n denksporter misschien wat minder 'zin' hebben, maar de gedreven denksporter zet dan vaak door en dus . . .!?! Het zijn vragen die trainers en coaches van denksporters zichzelf ongetwijfeld regelmatig stellen, maar zij kunnen waarschijnlijk pas antwoorden vinden als ze al een lange carrière achter de rug hebben (en dus ook veel slachtoffers niet hebben kunnen helpen!).
Het trainer/coach-schap is sowieso in elke sport vooral een ervaringsberoep; een trainer/coach 'met bagage' (ervaring), is pas echt in staat om sporters goed te begeleiden!! 

Gedreven dammers . . .

Vaak zijn gedreven dammers gemakkelijk 20 á 30 uur in de week bezig met hun (denk)sport; weet dat zij (m/v) daarnaast vaak nog werk of studie hebben, waarbij men ook de hersenen nodig heeft, dan begrijpt u wel dat dat soort sporters vaak aanzienlijk meer van het zojuist genoemde aantal uren aan hersenarbeid per week verrichten!
De signalen (hoofdpijn, duizelig) kan men maar beter niet negeren; begrijp, beste dammer, dat je beter wordt tijdens rust! De arbeid (wedstrijd/training) breekt je in principe af, tijdens de rust verbetert het lichaam (en dus ook de geest) zichzelf!!

Voor denksporters is 'goed slapen' tijdens een inspannend toernooi vaak cruciaal voor een goed resultaat; schaakwereldkampioen Botvinnik (uit Rusland) heeft dat vaak aangegeven in zijn vele boeken. De Russische schaakwereldkampioen Spasski gaf als reden van zijn teloorgang tijdens zijn beroemde WK-match tegen de Amerikaan Fisher (Reykjavik 1972) aan, dat toen hij slechter begon de slapen en 's ochtends wakker werd met een 'duffe kop', hij begreep dat hij de tweekamp ging verliezen.

Uit eigen ervaring als trainer/begeleider van fysieke sporters weet ik, dat het heerlijk is wanneer je een sporter hebt, die van nature wat lui is! Niet dat hij/zij lui is (dat is heel wat anders), maar een sporter die zeer goed traint en zeer goed zijn materiaal verzorgt en daarnaast ook graag lekker op de bank kan hangen, is beter dan een sporter die daarnaast ook nog eens de neiging heeft 'wat extra te doen'! Van de eerste weet je vaak zeker dat de trainingsschema's goed aanslaan; bij de tweede vraag je je als trainer/coach vaak af waarom die schema's niet werken!

Mens sana on corpore sano . . .!