donderdag 13 september 2018

Nederige excuses...

Door Tjalling van den Bosch

Vlak voor aanvang van het World Cup-toernooi te Ens, heeft u
op dit blog het epistel Willemijntje van Ens (15 juni 2018) kunnen
lezen; even later was het verhaal ook te lezen op de site van het 
betreffende toernooi.
Het bewuste stukje heuse damliteratuur was bedoeld om de deelnemers
aan het toernooi aan te sporen tot grote dadendrang; niet dat voorzichtige
geschuif, maar (ala Willemijntje van Ens) volop de strijd aangaan.
Een remise als uitslag is, na een stevig robbertje knokken op de 100-velden,
natuurlijk geen probleem (alhoewel enkelen daar anders over denken),
maar een zogenaamde salon-remise (een vreedzame puntendeling na
een weinig onderhoudende partij) is dat wel!
Vandaar de oproep tot felle strijd.

Niet voorzien . . . 

Wat uw penneleur echter niet had voorzien, was de invloed op het
WC-toernooi in Ens van de zogenaamde 'sterren'!
Die 'sterren' betekenen dat de top van het eindklassement ook punten
kan scoren, die weer belangrijk zijn voor kwalificatie van de financieel
zwaar gedoteerde WC-finale in China.
Nadat de grootmeesters (en meesters) in de eerste drie ronden (waarin
men in principe tegenstanders trof waarvan gewonnen moest worden!)
de nodige punten hadden verzameld, werden er schuttersputjes gegraven!
Vanaf dat moment gold voor de meeste topdammers voorzichtigheid troef;
de strijd was en bleef voor de topspelers spannend natuurlijk (een foutje is
snel gemaakt!), maar voor de ware liefhebbers (toeschouwers) waren de
meeste top-partijen vaak niet om aan te gluren.
Kortom, weinig hartverwarmende strijd, met name in de laatste ronden.
Schrijver dezes maakte daar gewag van in de ronde-verslagen: "Helaas
weinig strijd in de laatste ronde" stond er onder andere te lezen op de site
van het toernooi te Ens.
En juist die opmerking schoot helaas bij iemand in het verkeerde keelgat!

De zeer edelgestrenge Grand Maître International Ron Heusdens vond
dat zijn partij in de laatste ronde van het toernooi in Ens weldegelijk
bol stond van spanning en felle strijd; dat de partij in remise was
geëindigd was meer een toevalstreffer!
"Maar het kan natuurlijk ook zijn dat ik niet tot de top wordt gerekend"
liet Heusdens zich zwaar gebelgd ook nog ontvallen.
Dan zijn we nu bij de aanhef van dit epistel aanbeland; schrijver dezes
weet maar al te goed dat de zeer edelgestrenge Grand Maître International
Ron Heusdens al decennialang tot de absolute wereldtop behoort.
Daarom vanaf deze plaats de meest nederige excuses aan het adres van
onze nationale trots Ron Heusdens; natuurlijk vindt schrijver dezes, net als
de rest van Nederland, dat hij absoluut wereld(dam)top is! 

Wikipedia . . . 

Op Wikipedia komt u een artikel tegen over Ron Heusdens; daaruit kunt u
opmaken dat hij in 2006 voor het eerst meedeed aan het Europese
Kampioenschap; hij eindigde in dit sterke internationale veld keurig op de
31ste plaats!
Tijdens het laatste, zeer zwaar bezette, World Cup-toernooi in het Poolse
Szczyrk eindigde hij dit jaar op de 11de plaats; u ziet het, voorwaar een
fenomenale prestatie!
In amper 15 jaar heeft Heusdens een fantastische prestatiecurve neergezet!

In de atletiek is de tienkamp een bekend onderdeel; op maar liefst 10
verschillende (en zeer uiteenlopende) atletiekonderdelen bekampen de
deelnemers elkaar en na het laatste onderdeel wordt de balans opgemaakt.
Eigenlijk is zo'n tienkamp bedoeld voor atleten die nergens echt goed in zijn,
maar wel heel erg allround!
In de denksport is er ook zoiets, de denksport-triathlon; in die discipline (met
dammen, schaken en bridge) is de edelgestrenge Grand Maître International
Ron Heusdens "regelmatig Nederlands Kampioen geworden" zo valt er ook
nog op Wikipedia te lezen!
U kunt, beste lezers en lezeressen, uit het bovenstaande opmaken, dat de
conclusie die Heusdens trekt ("Misschien ben ik geen topspeler") naar
aanleiding van mijn verslag van de laatste ronde (van het WC-toernooi in Ens)
absoluut niet correct is.
Laat het duidelijk zijn: Ron Heusdens behoort nog steeds tot de internationale
dam-fine-fleur!!
Nogmaals mijn nederige excuses aan het adres van de heer Heusdens.

Ander onderwerp . . . 

Nou, we gaan niet zozeer naar een ander onderwerp; uw penneleur heeft
er de behoefte aan om de meubels weer even recht te zetten.
Het bovenstaande moet iets worden genuanceerd.
Ron Heusdens (geboren 14 mei 1962) damt al meer dan 25 jaar op niveau;
in 1982 begon hij schoorvoetend aan zijn eerste Nederlands Kampioenschap
Dammen Algemeen met een gedeelde 6de plaats in de eindrangschikking,
gevolgd door een 11de plaats in 1988.
Vier jaar later mocht hij het opnieuw proberen en eindigde toen als 13de;
inderdaad schoorvoetend, maar vanaf dat moment plaatste hij zich vrijwel
elk jaar voor het NK (én dat is op zich al een knappe prestatie!) en vond hij
zich met enige regelmaat terug op het podium (top 3). 
In 2008 (Emmeloord) is er dan de bevestiging; Heusdens wordt Nationaal
Kampioen, alhoewel hij in punten gelijk eindigde met Alexander Baliakin.
Hij bleef de voormalige (tot Nederlander geneutraliseerde) Wit-Rus voor
op basis van 'een groter aantal gewonnen partijen' (een eigenaardige
regel, want het betekent ook dat de winnaar meer verliespartijen heeft!!).
Een jaar later kwam Heusdens niet verder dan een tweede plaats en alhoewel
hij ook toen weer 'in punten' gelijk eindigde met de voormalige Wit-Rus, moest
hij in 2009 de titel aan Baliakin laten op basis van één sullig 'plusje'!!

Heusdens is een echte wedstrijddammer, hij speelt veel en ja, dan kunnen de
successen niet uitblijven.
Viermaal won hij het oudste Nederlandse zomerdamtoernooi (Brunssum Open),
respectievelijk in 1988, 2001, 2007 en 2011.
In 2008 won hij naast de Nederlandse titel ook het Barnsteen Open in Bunsschoten.
In 2003 deed Heusdens mee aan het Wereldkampioenschap Dammen Algemeen,
dat toen plaatsvond in Zwartsluis.
Een top-3-notering zat er toen nog niet voor hem in, maar een achtste plaats was
voor de debutant, op het hoogste mondiale podium, natuurlijk een hoopvolle
eindklassering.

Waarom . . . 

Misschien vraagt u zich af, waarom schrijver dezes u eigenlijk in het eerste
gedeelte van dit epistel enigszins op het verkeerde been zette, wel dat zit
als volgt.
Ik had in de ronde-verslaggeving van het WC-toernooi in Ens inderdaad mijn
ongenoegen (zij het mild) over het gebrek aan hartverwarmende partijen
laten blijken.
"Weinig strijd aan de topborden" zo liet ik mij ontvallen.
Juist die zinsnede haalde Heusdens aan om aandacht te vestigen op zijn partij
uit de laatste ronde tegen Martijn van IJzendoorn; dat was inderdaad een
hartverwarmende partij.
Echter de partij (Van IJzendoorn-Heusdens dus) kwam niet boven het maaiveld
uit(!); op één of andere manier waren er maar geen analisten te vinden, die
de partij aanhaalden.
Dat stuitte Heusdens blijkbaar tegen de borst en toen heeft hij de euvele moed
gehad om mijn opmerking te gebruiken om zijn partij uit de laatste ronde
in de spotlights te krijgen.

Kijk Ron, ik heb een hekel aan spelletjes spelen; ten eerste schreef ik:
"Weinig strijd" en dat betekent niet "Geen strijd" en ten tweede mag je mij
altijd vis-a-vis jouw bezwaren op mijn pennenvruchten kenbaar maken, maar
wanneer je dat in het openbaar doet; tja, dan krijg je er in het openbaar weer
een epistel overheen!



donderdag 6 september 2018

Dé vraag van 2018...

 Door Tjalling van den Bosch

Dé (dam-)vraag was dit jaar onvermijdelijk; overal waar uw penneleur een damevenement bezocht, werd hij erover aangesproken. Het leek er bijna op alsof schrijver dezes zich moest verantwoorden!
Het onderwerp zelf lag al die tijd onder de radar! Welke vraag hield Dammend Nederland in 2018 zo in zijn greep? Ewel: "Hoe gaat het met Jan"?!?

"Jan" is Jan T. Terpstra uit Leeuwarden en clubgenoot (bij damclub Huizum) van schrijver dezes.
Lang geleden, om precies te zijn op 27 mei 2012, hebben we op dit blog al eens uitgebreid stil gestaan bij Terpstra; daaruit kunt u opmaken dat dammen in het leven van Jan een uitermate
voorname plaats inneemt. Het was zo rond zijn 55ste levensjaar dat hij met een gouden handdruk zijn werkzaamheden vaarwel kon zeggen, om vervolgens als een ware damprofessional door het leven te gaan; sindsdien sloeg de nu 69-jarige Huizumer vrijwel geen damtoernooi over.

Ook nu nog . . . 

Jan Terpstra in actie tegen William Bor
Zo is het nog steeds; vóór de zomer (van 2018) had hij een hele rits toernooien, in zowel binnen- als buitenland, in zijn schema opgenomen. Daar kwam abrupt een einde aan, toen Terpstra begin juni in Boedapest (waar hij meedeed aan het Hungarian Open) door een klein, stom ongelukje dusdanig geblesseerd raakte aan zijn linkerhand, dat hij een dam-stop moest inlassen.

Voor het eerst in 15 jaar geen Jan T. Terpstra op de diverse deelnemerslijsten; hij stond er in eerste instantie natuurlijk wel op, maar werd er op zijn verzoek  weer van afgevoerd (tot grote spijt van de organisatoren). Dammend Nederland kon daar maar moeilijk mee omgaan!

Om dan nu de vraag te beantwoorden ("Hoe is het met Jan"?); niet echt goed, moet helaas de reactie zijn. Ten eerste had Jan wat te lang met zijn blessure rondgelopen en toen hij zich uiteindelijk dan toch bij de medici in Boedapest had vervoegd, bleek dat de geneesheren zich ook niet optimaal van hun taak hebben gekweten. Een in het ziekenhuis aldaar opgelopen virus deed Jan besluiten om maar terug te keren naar Nederland; de hand was te pijnlijk. In Amsterdam (Schiphol) aangekomen, werd hij per direct afgevoerd naar het universitair ziekenhuis (een procedure die gewoon is, bij het oplopen van een virus in het buitenland!)
Na vijf dagen werd Terpstra weer ontslagen uit het ziekenhuis. Thuis (in Leeuwarden) moest hij revalideren; de prognose was dat het allemaal wel goed zou komen, maar dat het wel een paar maanden kon duren voor het zover was!

Tegenvaller . . .

Echter, tijdens de noodzakelijke therapie bleek dat er toch meer aan de hand moest zijn; het herstel zette maar niet in en vooral de pols werd alleen maar pijnlijker.
Een scan wees uit, dat een operatie aan het betreffende gewricht noodzakelijk is! De specialist die de operatie gaat uitvoeren drukte Terpstra nog wel op het hart, dat een 100% herstel er misschien niet inzit(!), maar dat hij bij normaal gebruik er niet al teveel last aan over hoeft te houden.
Even voor de duidelijkheid, Terpstra is een linkshandig; waarschijnlijk weet u, als sportliefhebber, wel dat `echte linkspoten` (denk daarbij bijvoorbeeld aan fameuze voetballers als Piet Keijzer, Willem van Hanegem en Arjen Robben), heel erg rechtsonhandig zijn!

In ieder geval, uitgerekend één dag voordat de nationale clubcompetitie dit seizoen losbarst wordt Terpstra geopereerd (ook dat nog!). Mocht het herstel zich na de operatie wel in zetten, dan hoopt Terpstra dat hij voor de tweede ronde van de NC kan worden klaargestoomd! Terpstra hoopt dan wel dat hij een vrijstelling krijgt van de notatieplicht, want het lijkt uitgesloten dat zijn fijne motoriek ruim 14 dagen na de operatie alweer herstelt is!

U ziet het, het leven van een damprofessional gaat niet altijd over rozen, maar Jan T. Terpstra is een bikkel; we hebben er dan ook alle vertrouwen in dat het uiteindelijk goed zal komen.

dinsdag 28 augustus 2018

Auke Spijkstra 1937 - 2018

Door Rein van der Pal

Op zondag 19 augustus overleed Auke Spijkstra. Hij was 81 jaar.
Zijn plotselinge dood kwam als een complete verrassing, want de tijd leek geen vat op hem te krijgen. Wie hem zag kon niet geloven dat hij de tachtig al gepasseerd was. Hij oogde vitaal en was op verschillende terreinen nog actief.
Auke was een trouw bezoeker van de onderlinge competitie van Damclub Huizum. Voor en na de partij kon je altijd een praatje met hem maken. Over dammen, bridgen, kaatsen, SC Heerenveen of de politiek. Daarbij bleek dat hij vaak goed geïnformeerd was en over een kritische geest beschikte. Onafhankelijk van anderen kwam hij tot zijn eigen gefundeerde oordeel. Niet iemand die je knollen voor citroenen kon verkopen.

Een damliefhebber in hart en nieren, geïnteresseerd in alle facetten van het spel. Jarenlang hield hij zich bezig met het correspondentiedammen en bij oploswedstrijden kwam je zijn naam regelmatig tegen. In de PFDB-er -het blad van de Provinciale Friese Dambond- redigeerde hij een eindspelrubriek. Zijn finest hour beleefde hij in 1974 toen hij met Damclub Huizum kampioen van Nederland werd.

Auke Spijkstra
Als dammer beschikte Auke over een gezonde positionele stijl met een (lichte) voorkeur voor klassiek spel. Ook in andere speltypes kon hij goed uit de voeten. Voor combinaties had hij een bijzonder oog. In zijn jonge jaren, toen hij zijn eerste schreden op het pad van de problematiek zette, zal hij dit ontwikkeld hebben.
Tot op hoge leeftijd bleek hij zelfs voor sterke dammers moeilijk te verslaan.

Hieronder in vogelvlucht enkele fraaie momenten uit zijn damcarrière.
In onderstaande partij bekroont Auke een feilloze strategie met een mooie combinatie.

B. van Oosterom - A. Spijkstra
(Clubcompetitie 1993)

Stand na 29.42-37 
1.32-28 19-23 2.28x19 14x23 3.37-32 10-14 4.41-37 14-19 5.46-41 05-10 6.34-29 23x34 7.39x30 10-14 8.32-28 18-23 9.37-32 20-24 10.41-37 16-21 11.44-39 12-18 12.31-27 21-26 13.40-34 07-12 14.30-25 01-07 15.34-29 23x34 16.39x30 18-23 17.43-39 11-16 18.50-44 17-21 19.44-40 07-11 20.49-43 12-18 21.37-31 26x37 22.42x31 21-26 23.47-42 26x37 24.42x31 08-12 25.39-34 14-20! 26.25x14 09x20 27.31-26 20-25 28.48-42 04-09 29.42-37 23-29!! 30.34x14 09x20 31.30x17 11x42 32.38x47 25-30 33.35x24 20x49 Wit geeft op.

A. Spijkstra - E. Heslinga
(Onderlinge competitie Huizum 1997)

Auke heeft in de diagramstand zijn hoop gevestigd op 1...21-26? om dan uit te halen met 2.34-30!! 26x46 3.39-34 24x35 4.34-29 23x34 5.27-22 18x27 6.32x25 46x23 7.44-40 35x44 8.49x09!! 
Toen de witspeler deze mogelijkheid na afloop van de partij aan z'n tegenstander liet zien, knipperde deze slechts met de ogen...
Het tweede gedeelte van deze combinatie met de slag 49x9 is buitengewoon chique.




A. Spijkstra - A.P. Kooistra
(Onderlinge competitie Huizum 1998)

Anne Piet Kooistra probeert een schijf op te halen met 1...23-29?, maar verliest na 2.34x23 25x34 3.42-37! 18x29 4.38-33! 29x49 5.28-23 19x28 6.32x23 49x21 7.26x39 een schijf en de partij.

Net als in het vorige diagram een mooi voorbeeld van de slagvaardigheid van Auke Spijkstra.

Problemist

Zoals gezegd begon Auke al op jonge leeftijd met het samenstellen van damproblemen. In het midden van de jaren 50 publiceerde hij in verschillende dagbladen zoals: De Leeuwarder Courant, De Zuid-Limburger, Het Parool en in het damperiodiek De Problemist.
Naast problemen produceerde hij ook miniaturen en eindspelen. Enkele eindspelen werden opgenomen in de Standaard-collectie 3 damschijven tegen 1 van K.W. Kruyswijk.

Auke laat wit in dit 46-5 motiefje winnen door:
1.39-34 28x50 
2.49-44 50x48 
3.30-25 48x30
4.35x13 18x09
5.32-27 21x32 
6.37x10 26x46
7.25x03 05x14
8.03x05.
Fraai!


Op 24 januari 2013 schreef Tjalling van den Bosch een blog over Auke Spijkstra, die u via nevenstaande link kunt bekijken; Auke Spijkstra
Verder verwijs ik naar de website van Damclub Huizum, waar voorzitter Sietse Nagel uitgebreid stilstaat bij zijn overlijden: Damclub Huizum















maandag 6 augustus 2018

Vakantie...

Door Tjalling van den Bosch en Rein van der Pal

Beste lezers en lezeressen, afgelopen woensdag (1 augustus) ben ik naar De Beschte in Wageningen gegaan om wat (tweedehands)boeken te scoren. De autorit ernaar toe duurde mede door een flinke verkeersopstopping bijna 3 uur! Toen ik voor de winkel stond kreeg ik een nog onplezieriger bericht(!); het bleek dat de winkel tot 21 augustus gesloten is, wegens vakantie!
Op de site van De Beschte stond niets daarover vermeld; ik had het 's morgens nog gecontroleerd! Jammer natuurlijk, maar ach, iedereen is zo nu en dan aan een paar weken reces toe.
Daarna ben ik maar doorgereden naar Dieren, waar het Open NK Schaken thans plaatsvindt. Gelukkig kon ik daar mijn hart ophalen en wist ik een viertal mooie schaak(lees)boeken op de kop te tikken (nieuwe, dat dan wel weer). Dus veel leesplezier voor schrijver dezes; zelf stukjes schrijven gaat wat minder (of beter gezegd, helemaal niet!), vandaar dat de redactie heeft besloten om de maand augustus geen nieuwe epistels te plaatsen.
Vanaf september hopen wij u weer wekelijks te kunnen bedienen!

Eenzelfde ervaring als de penneleur had ik een paar weken geleden. Mijn vriendin stelde voor om een wandeling te maken rond de Langweerder Wielen, een meertje tussen Joure en Sneek. Op voorwaarde dat we in Langweer uitgebreid zouden koffiedrinken en ook langs antiquariaat De Boekensteun zouden gaan, leek me dat een goed plan. Zo gezegd, zo gedaan. Na de wandeling en de koffie kwamen we aan bij de laatst overgebleven tweedehands boekhandel van Zuid-West Friesland. Een heerlijke plaats voor boekenliefhebbers en sneupers. Maar wat denk je, gesloten! We liepen meteen door.
Thuis aangekomen bezocht ik meteen de website om de openingstijden te controleren, maar die werden  -merkwaardig genoeg- niet vermeld. De slagzin voor 23.00 uur besteld, de volgende dag in huis lijkt hier niet van toepassing. Maar ach, de huidige snelle digitale wereld en een overvol stoffig boekhandeltje waar de tijd lijkt stil te staan, passen ook niet bij elkaar.

Voor enig vertier bieden we hieronder ter oplossing vier composities aan van Tjalling Goedemoed.  Ze zijn ontleend aan het boekje 'Compositions Tj. Goedemoed", met als ondertitel:The beauty of the game of drauhgts, dat Tjalling in 1915 uitbracht.
Voor alle standen geldt wit speelt en wint.

Diagram 2
Diagram 1






Diagram 4
Diagram 3





























zondag 22 juli 2018

Tour de Franse...

Door Tjalling van den Bosch

De maand juli is zoals altijd gereserveerd voor het wielrennen en dan vooral voor de ronde van Frankrijk, oftewel de Tour de France. Dit drie weken durende wielerspektakel is uitgegroeid tot één van de grootste sportevenementen ter wereld.
La Grande Boucle (zoals de bijnaam luidt) werd voor het eerst verreden in 1903 en beleeft dit jaar (2018) zijn 105de editie; door epidemieën en de twee wereldoorlogen in de twintigste eeuw zijn er zo nu en dan wat jaren overgeslagen.
Doordat de organisatie heel erg de neiging heeft om het allemaal met de Franse slag te doen en diverse andere partijen, zoals de sponsoren en de televisie en radio, daar maar moeilijk mee om kunnen gaan, is het drie-weekse wielerspektakel een hectische aangelegenheid.
Humor is voor velen dan een uitkomst!

Peter Sagan . . .

Peter Sagan  is een Slowaakse wielrenner (geboren op 26-1-1990) en is daar erg goed in; zo werd hij de afgelopen drie jaar (2015-2017)wereldkampioen bij de beroepspedaleurs op de weg.
Wat mij vooral intrigeert aan de Slowaak is zijn ongecompliceerd gevoelvoor humor; YouTube staat vol met zijn grappige strapatsen tijdens en na afloop van een koers.
Tattoo Peter Sagan
Tijdens de Tour Down Under 2018 (Australische etappecours) pronkte Sagan met zijn laatste tattoo; een afbeelding van zichzelf, uitgedost als The Joker, de iconische slechterik uit de Batman-films. De bijbehorende tekst luidt: "Why so serious?". Het zou zijn levensmotto kunnen zijn, alhoewel 'A little party never killed nobody' ook goed scoort.
In ieder geval; Peter Sagan houdt van humor en dat is vaak zijn redding in de hectiek rond de Tour de France!

Dammers en humor . . . 

Damliefhebbers zijn over het algemeen niet de grootste humoristen; velen nemen zichzelf veel te serieus. Een voetballer van Bal Op Het Dak 3 pakt op zaterdagmiddag (dan wel zondagmiddag) zijn tasje om even een partijtje te gaan voetballen, om vervolgens meer over de bal te struikelen, dan dat het rotding doet wat hij zou moeten doen; wat hem weer op hoongelach van tegenstanders én medespelers komt te staan!
Na afloop van de wedstrijd neemt zo iemand vervolgens een versnapering (of twee) in de kantine, waar hij een loftrompet afsteekt over die éne geweldige actie, tijdens de zojuist beëindigde (verloren) wedstrijd.
Later op de middag (dan wel avond) gaat hij naar moeder de vrouw om het verlies vooral in de schoenen van zijn teamgenoten te schuiven. Moeder de vrouw ziet de humor daar wel van in, want zij heeft het ooit aangedurfd om manlief daadwerkelijk in actie te zien; dat het bij die éne keer is gebleven zegt genoeg over de voetbalkwaliteiten van haar eega (ze wil zich niet weer schamen!).

Dammers hebben dat gevoel voor humor niet; zeker tijdens een wedstrijd kan er geen lachje vanaf.
Uw penneleur probeert weleens iets: "Wil je ook iets drinken?", "uhhh, ja, uuh", "nou, neem je dan ook iets voor mij mee?", maar zelfs dan wordt je alleen maar wezenloos aangekeken, een glimlach is dan zelden te ontwaren!
Dat is jammer natuurlijk; voor grootmeesters is het allemaal wat anders, zij proberen vaak via de strijd op de 100-velden iets van een inkomen te genereren, maar liefhebbers (en dat is toch zo'n 98% van alle dammers) zouden best wel wat meer humor mogen hebben, ook tijdens een partij!
Dammen is toch voor liefhebbers een leuk tijdverdrijf, maar om jezelf nou altijd zo
serieus te nemen!



zaterdag 14 juli 2018

Beste damboek ooit...

Door Rein van der Pal

Het World Draughts Forum is een webpagina waarop een ieder zijn mening kan geven of informatie kan posten over dam gerelateerde zaken en zelfs over onderwerpen die niets met dammen te maken hebben. De site, die eerder onder de naam FMJD-forum in de lucht was, wordt beheert door Alexander Presman. 
Hij ziet het liefst dat men onder de eigen naam inlogt. Posten onder een schuilnaam mag alleen als de echte naam ook bekend is bij de webmaster.
Het aantal onderwerpen op het forum is eindeloos. Van mentale training en het afschaffen van plusjes tot ledenaantallen en artistieke damfoto's en van bewustzijnsfilosofie tot biologie en evolutie, om er slechts een aantal te noemen.
In feite is het één grote dam encyclopedie. 
Zoals je na een half uurtje surfen op het Viva-forum alles komt te weten over de vrouwelijke psyche -meer dan na 30 jaar huwelijk om met de schrijver Robert van Eijden te spreken- zo blijf je via het World Draughts Forum volledig op de hoogte van alle ontwikkelingen en nieuwtjes in de damwereld.
Een van de leukste topics is het beste damboek, dat eenmaal uitgeprint alleen al enkele honderden bladzijden zou beslaan.

Ton Sijbrands, dammer

Iedere dammer van een zeker niveau kan wel een damboek aanwijzen dat van grote invloed is geweest op de ontwikkeling van zijn of haar dammersloopbaan. In mijn geval is dat het pocketboekje Ton Sijbrands, dammer met als ondertitel Van schuiver tot wereldkampioen.

Schaakjournalist Jules Welling neemt het levensverhaal voor zijn rekening en Ton Sijbrands voorziet de tweehonderd partijen van kort commentaar. Verder bevat dit boek diagrammen en scoretabellen.
Het begint allemaal in 1962 met een partij tegen Ruud Palmer uit het jeugdkampioenschap van Amsterdam. De laatste partij die in dit boek opgenomen is komt uit het Nederlands kampioenschap van 1973, dat door Sijbrands wordt gewonnen. In de tussenliggende periode gebeurt veel, heel veel. Onvergetelijk zijn de heroïsche duels met Harm Wiersma, de strijd tegen de Russen en het wereldkampioenschap 1972 in Hengelo..

In mijn exemplaar zit op tweede bladzijde een sticker met de tekst: Beschikbaar gesteld door de Provinciale Friese Dam Bond wegens het behalen van de 3e plaats in het Aspirantenkampioenschap van Friesland 1977. Iets beters hadden ze voor mij niet kunnen verzinnen. Eindeloos vaak heb ik de partijen nagespeeld en het biografische gedeelte minstens vier keer gelezen. In het voorwoord staat dat het nadrukkelijk geen leerboek is. Toch belette mij dat niet de partijen als een spons in me op te nemen. Deze pocket is me dierbaarder dan welk ander damboek dan ook. Hier begon voor mij de damwereld te leven.

Stand na: 55...43-49!
CVarkevisser - T. Sijbrands NK 1969

Wit vervolgde hier met 56.18-12 en verloor.
De winst die Sijbrands aangeeft na 56.40-34 39x30  57.25x34 21-27 is adembenemend mooi: 58.37-31 26x37  59.18-13 37-42  60.13-09 42-48!  61.09-04 48x25 62.04x31 25-48! 63.31-26 49-43!! 64.26-03 43-25 65.03-12 16-21! 66.03x26 25-03 en wit zit gevangen in het kwadrant 48-25-3-26.


Anekdote

Op de laatste bladzijde van het biografische gedeelte staat nog een aardige anekdote. Toen het manuscript van Ton Sijbrands, dammer klaar was moest er nog een uitgever worden gevonden. Een mooi gebonden exemplaar stond het duo Sijbrands/Welling daarbij voor ogen. Ze maakten een afspraak met de Amsterdamse uitgever Geert van Oorschot en bezochten hem in zijn prachtige grachtenpand. Het werd een onvergetelijke avond. Toen ze aan het eind van de avond licht beneveld weggingen zei uitgever Van Oorschot:"Oh ja, dat boek. Dat heilloze plan moesten jullie maar uit je kop zetten....".

Gelukkig is het boek er toch gekomen en ik beschouw het als het beste damboek ooit. Mochten er evenwel dammers zijn die de Andreiko monografie of de monografie over Henk Smit op nummer één zetten, dan valt daar mee leven...








donderdag 5 juli 2018

Bovenpresteerder...

Door Rein van der Pal

Komende maand eindigt het damseizoen met de zomertoernooien in Brunssum en Hoogeveen. Een goed moment om terug te kijken en de balans op te maken. Zijn de verwachtingen uitgekomen, hebben we nog plezier in ons prachtige spel?
Goede resultaten dragen wel bij aan een verhoging van de spelvreugde. De hoofdpersoon van dit stukje kan daarover meepraten. Zoals Woody Allen nooit lid zou willen worden van een club die hem als lid zou accepteren, zo zou aan Jan van Dijk het lidmaatschap van de club voor onderpresteerders acuut worden geweigerd.

Uitstekend seizoen

Jan van Dijk kan terugzien op een goed, zeg maar gerust, uitstekend seizoen. Twee jaar geleden verkaste hij van De Oldehove naar ereklasser Witte van Moort. Deze overstap kwam de ontwikkeling van zijn spel ten goede. Met een score van 18 uit 11 werd hij tweede op de topscorerslijst achter Harm Wiersma. De 'Tovenaar uit Ureterp' won niet alleen van de 'kleintjes', maar bond ook de onverslaanbare Gerard Jansen en NK-finalist Bas Messemaker aan zijn zegekar.

Jan van Dijk
Samen met de talrijke winstpartijen in andere wedstrijden maakte hij een flinke sprong op de ratinglijst en landde met 51! gewonnen ratingpunten royaal in de 1400. Natuurlijk, rating zegt niet alles, hoor ik u al denken. En u heeft gelijk. Toch geeft het wel een indicatie van iemands speelsterkte.

Open Flevoland 2018

Het Open Flevoland 2018 kreeg met Alexander Gerorgiev een vertrouwde winnaar. De negenvoudig wereldkampioen scoorde 14 uit 9 en schrijft bijna alle toernooien waaraan hij mee doet op zijn naam.
Wie een blik werpt op de ranglijst ziet dat Jan van Dijk niet in de top terug te vinden is. Toch speelde hij een goed toernooi (+2) en ik zal uitleggen hoe dat zit.
Om te beginnen kreeg hij met vier GMI's  (Baljakin, Kirzner, Van IJzendoorn, Ivanov) en wereldkampioen bij dames Sadowska,  een loodzwaar programma voor zijn kiezen. Hij versloeg de Oekraïense grootmeester Igor Kirzner en verloor alleen in een spannende partij van Martijn van IJzendoorn.
Daarnaast is zijn 'papieren' remise tegen Ben Provoost merkwaardig genoeg niet in de uitslagen opgenomen. Beide heren spelen om principiele redenen niet op zondag en werden daarom in de slotronde aan elkaar gekoppeld. Ze bleven dus op 8 partijen steken en maakten hierdoor een vrije val in het klassement.
Niettemin mag het duidelijk zijn dat de slagvaardige Van Dijk, die rondliep in een rood shirt met het opschrift just do it!,  zelfs voor de sterkste spelers levensgevaarlijk is.
Onderstaande partij is kenmerkend voor zijn ondernemende stijl.

Wit:     Jan van Dijk
Zwart: Igor Kirzner

1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 06-11 4.31-26 19-23 5.41-37 14-19 6.46-41 12-17 7.34-29 23x34 8.40x29 16-21 9.36-31 07-12 10.31-27 
Wit streeft naar complicaties 
22x31 11.41-36 21-27 12.32x21 17-22 13.36x27 22x31 14.44-40 10-14 15.50-44 05-10 16.21-16 20-24 17.29x20 15x24 18.16x07 02x11 19.37-32 31-36 20.32-27 12-17 21.38-32 08-12 22.43-38 10-15 23.40-34 14-20 24.33-28 18-23 25.44-40 13-18 26.38-33 09-13 27.42-38 04-09 28.49-43 20-25
Een kleine concessie vanwege de dreigende schijfwinst met 29.47-41 
29.48-42 01-06 

Stand na 29...01-06
Wit zou hier kunnen vervolgen met 30.42-37 zonder vrees voor de combinatie ingeleid met 31...24-29(?), die wit een betere stelling laat. Vrijwel zonder uitzondering kiest Van Dijk voor de scherpste voortzetting.
30.27-22! 18x27 31.32x21 23x32 32.38x27 11-16 33.33-28 03-08 34.42-38 24-30 35.35x24 19x30 36.38-33 36.40-35? 17-22! 09-14 37.43-38 30-35 38.34-29 35x44 39.39x50 14-19 40.29-23 19-24? 
Meer verdediging geeft 40...15-20 
41.23-19 15-20? 42.19x30 25x34 43.27-22! 16x18 44.28-23 18x29 45.33x15 34-39 46.15-10 12-18 47.45-40 13-19 48.10-05 18-23 49.26-21 17x26 50.40-35 08-12 51.35-30 12-17 52.05-10
En de zwartspeler staakte de strijd.



In deze compositie laat Van Dijk wit geforceerd winnen door:

1.28-23 08-12*
2.49-43 05-10* 
3.43-38 10-14* 
4.24-20!15x31 
5.16-11! 18x40 
6.11x02 25x34 
7.02x26! Fraai.



vrijdag 29 juni 2018

Mooi, maar ook triest...

 Door Tjalling van den Bosch

Met enige regelmaat wordt schrijver dezes uitgenodigd voor het een damsimultaan. Daar mag u zich natuurlijk over verbazen (gezien mijn damniveau), maar het is nog niet eens zo lang geleden, dat ik 30 á 40 damsimultaans per jaar gaf! Meestal voor bedrijven en dan in de meeste gevallen op bedrijfsfeesten, tijdens motivatiebijeenkomsten en dergelijke. 

Tjalling van den Bosch
Helaas zorgde ´de crisis´ ervoor dat bedrijven als eerste gingen bezuinigen op dat soort ´uitspattingen´. Maar goed, dit terzijde; zaterdag 9 juni 2018 moest ik het opnemen tegen 16 schaatsjongens en -meisjes  van het Gewest Friesland. Het evenement vond plaats bij één van de sponsoren van het schaatsteam. 

Mooi . . . 

Na eerst een verhaal te hebben verteld over mijn eigen handel en wandel in de sport, barstte de strijd op de 100 velden los. Het is natuurlijk prachtig om juist tegen dit soort sporters mogen te aantreden, want ze zijn bloedfanatiek en verwachten van mij geen mededogen, hetgeen leidde tot een 100% score van de simultaangever. 
Normaal laat ik zo´n perfecte score achterwege, onder het mom van dampromotie; zeker kinderen mogen zelfs van mij winnen (als daar een reden voor is), ik sta toch bij niemand als een ´groot dammer´ te boek (alhoewel . . .?). Kortom, een beetje show en een beetje humor zorgden ook nu weer voor een gezellige middag, maar . . .! 

Triest . . . 

Toen het de jeugdige sporters duidelijk werd, dat ze moesten dammen, ontstonden er problemen!  Sommigen hadden hooguit weleens van dammen gehoord, maar enig benul over het edele damspel hadden ze totaal niet!! Ongeveer de helft van de jonge schaatsers had de regels nog wel enigszins in de gaten en dus was de oplossing, voor deze geroutineerde simultaneur, snel gevonden.
In plaats van 16 borden, werd de helft klaargelegd en gingen ze in paren achter de 8 borden zitten. Zodoende konden de onwetenden worden gekoppeld aan hen die wel (enigszins) op de hoogte waren van de regels van het internationale dammen. Na de eerste zetten te hebben gedaan, viel het me op dat één van de jongedames driftig in de weer was met haar smartphone; op mijn vraag wat er zo belangrijk was, liet ze mij zien dat ze de spelregels voor het dammen aan het lezen was! 

Toen ik later die middag weer naar huis reed, vroeg ik af hoe het toch komt, dat een groot deel van de jeugd (zoals mijn tegenstanders van deze middag, geboren rond de laatste eeuwwisseling) totaal niet op de hoogte is van de spelregels van het dammen; zelfs niet een klein beetje! 
Natuurlijk, het ´thuis worden er geen bordspelletjes meer gespeeld´ (sterker nog, in de meeste huishoudens komen geen damborden meer voor) en ´de jeugd heeft tegenwoordig zoveel meer mogelijkheden om zich te vermaken (op het internet)´ enzovoort, schoten mij direct door het hoofd, maar misschien wel de allerbelangrijkste reden, de damclubs ´doen niets meer aan de jeugd´!
En daar zit een enorm probleem. 

De meeste jongeren die het dammen in hun jeugd 'meekregen', haakten in de pubertijd snel weer af, maar ze wisten wel een beetje wat het dammen inhield. 
Daardoor kwam het regelmatig voor, dat ze, eenmaal gesetteld, op latere leeftijd toch weer een damclub opzochten; dat kan je met de huidige groep jongeren dus wel vergeten. Het edele damspel is voor hen een terra incognita! Ik hoef u natuurlijk niet duidelijk te maken hoe jammer dat is.  

DamZ! . . . 

Iedere dammer die lid is van de Nederlandse dambond, heeft in het bondsorgaan kunnen lezen dat er thans 9.000 damsets in omloop zijn voor de jeugd; de door privépersonen uitgegeven DamZ!
damsets. Het is mooi dat, daar waar damclubs het nalaten, er mensen zijn die ideeën hebben  (én uitvoeren) over het bereiken van de jeugd.
Ik zou dammend Nederland willen uitnodigen om (eventueel met anderen) een stuk of wat van deze damsets aan te schaffen en te verdelen onder de jeugd (bijvoorbeeld via scholen). Vanwege de kosten (slechts 3 euro per stuk!) hoeft men het toch niet te laten. Ga naar: www.damz.nl

Opdat de (dam)toekomst gegarandeerd blijft! 
Voorwaar een positief (dam)geluid om mee af te sluiten.  



vrijdag 15 juni 2018

Willemijntje van Ens

Door Tjalling van den Bosch

Eigenlijk is Ens als plaats, zoals we het nu kennen, nog zeer jong. Tijdens de tweede wereldoorlog is de Noordoostpolder pas ingepolderd  en dus kon Ens ook niet eerder worden opgebouwd! 
Daarvoor was de naam Ens verbonden aan het zuidelijk gedeelte van het eiland Schokland, dat in de Zuiderzee (thans IJsselmeer) lag.
In plaatsen die aan zee (of in het geval van Ens, in zee) liggen, is er altijd wat te doen; zeelieden komen zich er vermaken na soms maanden op zee te hebben gezeten en ook door de aan- en afvoer van goederen 'over land'  is het vaak een komen en gaan van mensen die zich er soms ook even willen verpozen. 
De horeca in dat soort plaatsen is dan meestal een florerende business;  het is dan ook vaak een broedplaats van de meest fantastische verhalen en  sages die ook vandaag de dag nog de ronde doen. Meestal over lang, vaak zeer lang geleden; zo ook over ons onderwerp. 

Hard leven

Willemijntje Hortensia Maria werd geboren in 1624 en overleed in 1693; ze is dus bijna 70 jaar oud geworden, een hele leeftijd voor die tijd. Ze woonde op Ens (zuidelijk gedeelte van Schokland dus) en verliet het eiland zelden.
Willemijntjes leven was keihard, ze moest zich staande houden in het ruwe leven van de 17de eeuw; haar ouders weer arm, zeer arm. 
Haar vader heette Johannes Theodurus Maria en van haar moeder is alleen de  voornaam Griselda   bekend; achternamen had men sowieso niet, daarvoor moest  Napoleon Bonaparte eerst nog langskomen. 
De bijnaam van Willemijntjes vader was Hannes de Harde en moeder stond bekend als Griezelientje; alleen al door die bijnamen mag het duidelijk zijn, dat het gezin, dat verder nog bestond uit 4 jongens en 6 meisjes, geen warm nest was.  
De voorvaderen van Johannes waren noodgedwongen vanuit Frankrijk noordwaarts getrokken (gevlucht), nadat ze het katholieke geloof in het openbaar hadden   afgezworen. Over het hoe en waarom daarover is verder niets bekend.

Willemijntje werd vaak Mientje genoemd (waarom geen Mijntje?) en ze moest 
maar zien hoe ze dagelijks aan wat eten kwam; maaltijden bestonden gewoon 
niet in het gezin van Hannes de Harde. 
Het was 'ieder voor zich' in een tijd dat hygiëne nog moest worden uitgevonden. 
Als je wilde slapen, ging je maar ergens liggen (meestal in wat hooi of stro) en
wanneer je je behoefte moest doen, dan deed je dat maar in een sloot of plas
water, zeker niet op een droog stukje land en vooral niet te dicht bij het schamele
onderkomen, want op warme, droge dagen kon de fermentatie van uitwerpselen 
behoorlijk gaan rieken.  
Het moge duidelijk zijn, het was geen frisse tijd; maar ach, dat was het nergens
op het eiland, behalve dan bij de beter gesitueerden.

Willemijntje werkte zo nu en dan op het land van een boer en anders probeerde
ze aan de slag te komen bij vissers; dat het om harde fysieke arbeid ging, deerde
haar niet. 
Ze was niet groot en sterk, maar ze was zeer taai; met haar pezige lijfje verzette 
ze bergen werk (voor een karig loontje). 
Mientje zou 7 kinderen baren, van diverse mannen; ze is nooit getrouwd geweest, 
de mannen waren meestal vlot na de inseminatie weer (voorgoed) vertrokken. 
Daarnaast heeft ze minstens driemaal een miskraam gehad; daar leek ze weinig
emotionele schade van op te lopen, gelukkig geen extra mond te voeden was dan
misschien haar gedachte.  

Dammen 

Willemijntje had al op jonge leeftijd dammen geleerd, van een manke oudoom, die volgens overlevering ook de vader van haar eerste kind was. 
Dammen kon Mientje als de beste; toen ze wat ouder was ging ze vaak naar gelegenheden waar alcohol werd geschonken (van etablissementen was natuurlijk geen sprake, het waren meer bouwvallen, maar je zat tenminste 'uit de wind' en de regen werd ook nog een beetje tegen gehouden. 
Nadat de mannen (vrouwen kwamen daar niet of nauwelijks) een paar borreltjes achterover hadden geslagen, daagde Mientje ze uit voor een partijtje dammen om een klein geldbedrag. Ze speelde zeer fanatiek en volgens de verhalen verliet ze de gelegenheden altijd met een paar centjes op zak. 
Natuurlijk kon ze het zich ook niet veroorloven om te verliezen, want geld had ze gewoon niet. 
Het maakte haar een genadeloze profdammer; wat er ook gebeurde de partij moest gewonnen worden. 
Wanneer de mannen aangeschoten waren, knepen ze Mientje ook weleens in de billen, maar daar reageerde ze dan op als door een adder gebeten, waardoor het daar meestal bij bleef. Niet altijd trouwens, dat mogen we toch gerust concluderen uit het aantal kinderen en miskramen. 

Als Willemijntje vroeg op de avond al de nodige centjes bij elkaar had gedamd, dan wilde ze ook nog weleens iemand uit een (iets) hogere sociale kring uitdagen; iemand die dus wel veel geld had (en al een paar borrels op!) en dan ging de inzet natuurlijk omhoog.
Ook dan ging ze er, volgens overlevering, vrijwel altijd met de winst vandoor. Dat laatste bracht herenboer Gradus op een idee; deze Gradus was namelijk door een andere herenboer, uit de nabijheid van Zwolle, uitgedaagd om een partij te dammen, met als inzet een os! 

Snood plannetje van Gradus

Gradus had de uitdaging aangenomen en de afspraak gemaakt dat de match in Zwolle zou plaatsvinden. Samen met Gradus vertrok Willemijntje op een gegeven moment per boot naar de  hoofdstad van Overijssel. Daar aangekomen vertelde Gradus zijn uitdager, dat hij eerst maar eens tegen zijn gezelschapsdame (er wordt gezegd dat Gradus de vader is van één van Mientjes' kinderen; alcohol kost levens, maar er ontstaat ook vaak nieuw leven door! - maar dit geheel terzijde natuurlijk -) moest dammen, om te zien of hij wel een deugdelijke tegenstander was. De herenboer uit Zwolle lachte schamper toen hij het scharminkel zag, maar was bereid!

Het lachen zou hem echter snel vergaan; Mientje (die een flink bedrag in het vooruitzicht was gesteld door Gradus; als ze won!) damde alsof de duivel haar op de hielen zat. Toen de Zwollenaar probeerde vals te spelen, reageerde ze venijnig; haar getuige (Gradus) stelde haar natuurlijk in het gelijk. 
Mientje kwam in een gewonnen stand terecht en de uitdager werd zo kwaad, dat hij het bord met een harde klap schoon veegde; het kleine vrouwtje dook angstig in elkaar. De herenboer uit Zwolle stond langzaam op en dreigde nog een klap uit te delen, hetgeen Gradus met een luide schreeuw voorkwam. 
De uitdager spuwde op de grond, vlak voor de voeten van Gradus en beende kwaad weg. Van een match met Gradus is het toen natuurlijk niet meer gekomen; naar verluidt heeft Willemijntje haar centjes ook nooit gekregen! 

Willemijntje leeft nog steeds voort in de contreien rond Ens; haar passie voor het dammen en vooral het fanatisme om een dampartij te winnen worden ook nu nog geroemd. De wil om te winnen zit de mensen uit Ens dan ook in het bloed; 300 jaar later kwam dat ook bovendrijven. 

Elfstedentocht op de schaats

In de zestiger jaren van de vorige eeuw groeide in Ens (de plaats; niet meer een eiland dus) een mannetje op, dat klein van stuk was en pezig, en vooral taai, zeer taai (een directe nazaat van Mientje?). Dat mannetje wilde boer worden . . . en schaatser!  Dat boer worden lukte hem; in het naburige Leeuwte (vlakbij Sint Jansklooster) begon hij een veebedrijf, maar een vetpot was dat nooit! 

Natuurlijk ondervond hij nooit het harde leven dat Willemijntje ten deel was gevallen, maar zeker in zijn beginperiode als boer, moest hij het hebben van zijn taaiheid om te overleven. Die taaiheid kwam hem goed van pas als hij zijn grootste hobby uitoefende, het schaatsen op natuurijs; voor marathons op kunstijs kwam hij te kort. 
Niet dat ze hem er op kunstijs vanaf reden, daar was het te taai voor, maar een goede prijs schaatste hij op de kunstmatige aangelegde ijsvloeren nooit bij elkaar. Zijn specialiteit was het schaatsen van lange marathons; zijn voorkeur ging uit naar 200 kilometer ploeteren door weer en wind. In 1985 was er eindelijk weer een Elfstedentocht in Friesland; met zijn pezige en taaie lijf kon hij zich in de kopgroep handhaven en wist hij, tegen alle verwachtingen in, de grote favoriet Henri Ruitenberg in de eindsprint te verslaan. 
En zo had de Elfstedentocht na 22 jaar weer een nieuwe winnaar; dat taaie pezige mannetje, opgegroeid in Ens: Evert van Benthem
Een jaar later was er weer een helse tocht langs de Friese elf steden; ook nu was de wil om te winnen bij Van Benthem te groot voor alle andere schaatsers. Hij won ook die editie; dat jaar met grote overmacht! Evert van Benthem kwam in 1986, na bijna 7 uur schaatsen, (solo) als eerste over de finishlijn op de Bonke. 

Anders dan Mientje nam Evert, na zijn schaatscarrière, wel de wijk (naar Canada, om zich daar als boer te vestigen); gezien recente foto's (volle gelaat; iets dat Mijntje nooit heeft mogen ervaren) is het hem 'voor de wind gegaan' aan de overkant van de grote haringvijver! 
De plaatselijke sporthal van Ens draagt de naam van de tweevoudige Elfstedenstedenwinnaar (op de schaats), niets herinnert nog aan Mientje; nou ja, dit verhaal dan . . .!

Open Flevoland 

Aanstaande maandag begint het Open Flevoland; hopelijk zijn de deelnemers (m/v) geraakt door het verhaal over Willemijntje Hortensia Maria en (haar mogelijke nazaat) Evert van Benthem en gaan ze volop de strijd aan, met als doelstelling: Winnen. 
U kunt het toch zeker Mientje niet aandoen, om maar snel naar een vredelievende puntendeling te schuiven!  

Dus deelnemers aan u de vrome opdracht; speel het spel zoals het gespeeld dient te worden:
Strijd, volop strijd . . .!




vrijdag 8 juni 2018

Dammersgeluk

Door Rein van der Pal

Sinds enige tijd probeert de stichting POPstad Heerenveen de muziekcultuur in mijn woonplaats te verstevigen. Dat wilde ik wel eens meemaken. Op goed geluk toog ik naar mijn vroegere stamcafé ‘Oase’, waar die avond drie verschillende bands zouden optreden. Nog maar net binnen liep ik een oude bekende tegen het lijf. Hij zou met zijn hagelnieuwe 360 graden camera foto’s maken voor de plaatselijke media. Met de vraag of ik nog steeds schaakte probeerde hij boven het lawaai uit te komen. 'Damde', corrigeerde ik, maar hij verstond mij niet en prevelde iets over de loop van de stukken en de diepgang van het spel.
Ik draaide mij 180 graden om, liep naar de bar en bestelde een biertje. Gelukkig kwam de bodem van mijn Witte Trappist snel in zicht. Na een tweede glas voelde ik mij al iets beter. Toch zijn dit niet de momenten waarop je als dammer staat te juichen.

Boekpresentatie

Hoe anders was dit toen ik de volgende dag samen met twee collega dammers naar Assen reed. Ik parkeerde de auto in het centrum en we liepen naar een groot warenhuis, waar zich op de vijfde verdieping niet minder dan 240 damliefhebbers hadden verzameld, om de presentatie van het boek ‘Dammen als cultureel erfgoed’ bij te wonen. 

Schrijver Hans van der Nap gunde ons een kijkje in de keuken en hield de zaal meer dan anderhalf uur in zijn greep. Zijn enthousiaste en boeiende verhaal werd op een groot scherm ondersteund door fraaie plaatjes uit het boek. Als verwoed verzamelaar van damliteratuur kon hij putten uit zijn eigen uitgebreide collectie. Verder speurde hij in bibliotheken (KB), regionale en landelijke archieven en had toegang tot particuliere collecties. Als hij 's nachts de slaap niet kon vatten, las hij de notulen die op het nachtkastje lagen door, op zoek naar bruikbaar materiaal. Ook bezocht hij veel dammers thuis en dat leverde naast mooie verhalen, ook feiten, foto's en anekdotes op. Verrassend genoeg ondervond de schrijver veel tegenwerking bij het krijgen van subsidie voor 'dit project' en het speciale lettertype dat hij voor ogen had bleek niet voorradig te zijn bij de uitgever. Zijn ongebreidelde energie en doorzettingsvermogen leverde uiteindelijk een naslagwerk op dat volledig voldeed aan de vormgeving die hij voor ogen had. 

Levenswerk

Aanleiding voor het schrijven van dit boek was het 75-jarig jubileum van de Provinciaal Groninger Dambond (PGD) in 1994. Gaandeweg veranderden de ideeën over de opzet en uiteindelijk ontstond er een monumentaal werk over de geschiedenis van het damspel in Groningen en Drenthe in de 20ste eeuw. Dat de schrijver Drenthe ook meenam komt doordat beide provincies nogal met elkaar verweven zijn. Het project groeide uit tot een levenswerk, een Magnum opus, waaraan Van der Nap meer dan 20 jaar heeft gewerkt. Zowel qua inhoud als wat betreft verschijningsvorm is het een bijzonder boek geworden.

De twee delen die zijn samengebracht in een cassette tellen 733 bladzijden, bijna 1000 foto's! en meer dan 600 diagrammen. Door het hele boek zijn fragmenten van Douwe de Jong terug te vinden. Dit moet gezien worden als een postuum eerbetoon van de schrijver aan de man die veel betekent heeft voor het (Groningse) dammen. Interessant zijn de biografische schetsen van bekende dammers als Jannes van der Wal, Auke Scholma, Bauke Bies, Hans Jansen, Roel Boomstra en vele andere. Veel plaats wordt ingeruimd voor bekende problemisten als W.B. Monsma, H. Schurer en H. van Meggelen om slechts enkele te noemen. Harm Schurer was een duizendpoot in de damwereld en ook Herman van Meggelen heeft zich altijd volledig ingezet om de damsport te promoten.

H. Schurer

1.31-26 29x40  2.26x08 03x12 3.39-33 28x39 4.27-22 18x27 5.32x21 16x27 6.48-43 39x48 7.49-44 40x49 8.46-41 39x32 9.37x10 48x46 10.25x03 05x14 11.03x05






H. van Meggelen

1.14-09 05x25 ad. lib. 2.49-43 03x23 3.43x03 29x38 4.03-26! 42-48 5.47-42!! 38x47 6.26-12 47x20 7.12x34  38x30 8.15x35






Nog voor het officiële programma was afgelopen stonden de liefhebbers al in de rij om de zware stoeptegel aan te schaffen. Toen de buit binnen was keerden we terug naar de parkeergarage. Met "vier kilo onversneden dammersgeluk" veilig op de achterbank reden we naar huis. 
We keken terug op een geweldige middag en thuisgekomen nam ik het boek in vogelvlucht door. Voor even was ik weer blij dammer te zijn.












donderdag 31 mei 2018

Verhalen

Door Rein van der Pal

Door de jaren heen zijn er met enige regelmaat damboeken verschenen. Zonder meteen alles aan te schaffen is dat een ontwikkeling die ik van harte toejuich. Elke nieuwe uitgave wordt -in eerste instantie- met enthousiasme begroet. Een denksport zonder bibliotheek valt immers nauwelijks serieus te nemen.
In het overgrote deel van die boeken staat de techniek centraal; verhalen over dammers kom je slechts sporadisch tegen. Verschijnt er eens een biografie dan wordt er vaak alleen aandacht besteed aan de damtechnische nalatenschap.Veel dammers leven voort in partijen en analyses, maar over hun verdere leven is weinig bekend. Eigenlijk zou je de winnaar van een toernooi meteen een interview moeten afnemen, zodat niet alleen de strategische en tactische hoogstandjes bewaart blijven, maar je ook iets meer te weten komt over de achtergrond van een speler.

Jules Welling

Schaakjournalist Jules Welling (1949 -2016) heeft ruim dertig jaar lang het internationale topschaak op de voet gevolgd. In die periode heeft hij tientallen grootmeesters

geïnterviewd. Die interviews zijn gebundeld en daaruit is in 1997 het boek 'Grootmeesterverhalen; 30 jaar topschaak' ontstaan. Over grootmeester Loek van Wely lezen we na zijn winstpartij op oud-clubgenoot Johan van Mil:

" In de analyse bleek dat hij alles had gezien, maar de manier waarop hij zijn stukken als het ware in de velden draaide kwam niet bepaald sympathiek over en was nogal vernederend". 

Iemand kapot analyseren hoort er gewoon bij volgens King Loek. In het volgende toernooi kan hij opnieuw een tegenstander van mij zijn.
Grootmeesterverhalen is een boek over schaken zonder diagrammen, maar vol verhalen over kleurrijke karakters. Het is één van de mooiste schaakboeken die ik heb. Jammer genoeg is een dergelijk uitgave in ons damwereldje nooit verschenen. 

Geboren verteller
Onlangs kreeg ik de biografie over Henk Westbroek onder ogen. Uit dat boek blijkt dat aan Westbroek geen groot denksporter verloren is gegaan. Op de redactie van Radio 1 werd weliswaar zo nu en dan geschaakt, maar Henk had de spelregels nauwelijks onder de knie. Wel komt uit de biografie van Martin Groenewold naar voren dat de zanger van Het Goede Doel een geboren verteller is. Het ene verhaal is nog mooier dan het andere. Hoe hij als 18-jarige liftte door Engeland en werd meegenomen door een man met een baard in een Mini Cooper. Hij kreeg een kopje thee aangeboden bij die man thuis. Het bleek een enorm landhuis te zijn. In de keuken daar had de bediende aan Henk gevraagd hoe hij meneer McCartney eigenlijk kende…
Of het verhaal over zijn Griekse landschildpad Snoopy die is weggelopen. De Algemene Inspectie Dienst neemt het beest in beslag, omdat Westbroek geen aankoopbonnetje kan overleggen. Er volgt een politie-inval, een kruisverhoor en een meerdaagse rechtszaak aan de zijde van Bram Moszkowicz. Voor deze regelrechte klucht worden niet minder dan twee hoofdstukken ingeruimd.
Met zijn jeugdvriend Henk Temming bezoekt hij de HBS en ze richten de succesvolle popgroep Het Goede Doel op. Na diverse ruzies met vooral Henk Temming valt de band uiteen en gaat hij solo verder. De scheiding van Henk Temming gaat hem wel aan het hart. Je gaat toch missen wat je haat, aldus Westbroek.
De geboren Utrechter is een duizendpoot: liedjesschrijver, diskjockey bij Radio 3 en 3FM, uitbater van het rockcafé Stairway to Heaven en columnist bij het Utrechts Dagblad. En ook nog politicus. Pim Fortuyn zag hem als de ideale tweede man van Leefbaar Nederland. Het is er niet van gekomen en ook het burgemeesterschap van Utrecht gaat aan zijn neus voorbij.
Gesteund door zijn welbespraaktheid is Henk niet bang stelling te nemen en kan hij nogal dwars en vilein uit de hoek komen. Niet zelden wordt een contract of dienstverband in een ruziënde sfeer beëindigd. Maar Henk verliest nooit zijn droge humor of ironie. De zanger schudt de ene na de andere anekdote uit zijn mouw. Zonder schroom en bijzonder geestig. Zijn ongelijk is vaak interessanter dan het gelijk van anderen, vooral door de verpakking. 
Duidelijk wordt dat de waarheid een mooi verhaal nooit in de weg mag staan. 
De damwereld heeft behoefte aan schrijvers die verhalen en anekdotes van en over dammers aan het papier toevertrouwen en voor de eeuwigheid vastleggen.

donderdag 24 mei 2018

DI...na de reclame

Door Tjalling van den Bosch

WG: "Daar zijn we weer dames en heren, met Dammen Inside, het programma voor en over dammen. Hans, ik moest je zojuist ruw onderbreken, maar nu is de microfoon helemaal voor jou"! 

HK: "Wat mij pas echt zorgen baart, is dat veel dammers zich schijnbaar totaal niet meer interesseren of het een hoogstaande partij is of niet; de schoonheid van het spel, daar hebben sommigen niets mee, dat zeggen ze tenminste"!?! 
RG: "Schei toch uit man; je kijkt in elke sport toch naar de topwedstrijden, niet naar de troep die amateurs je voorschotelen. Je kijkt bij het voetbal toch ook  het liefst naar Barca-Real! Er kijkt toch geen hond als je Reus-Alcarcon, uit de segunda division, uitzendt"!

JD: "Nou, wat typerend is voor mensen die allemaal van die regeltjes willen, omdat zij vinden dat de  remises op grootmeesterniveau de ondergang van het dammen betekenen, er van alles bij halen om   hun gelijk te halen. 
Het schaatsen is een sport die je absoluut niet met een denksport kunt vergelijken, maar dat doen ze toch, want alle onzin lijkt gerechtvaardigd om die verschrikkelijke  remise uit te bannen. Er moet een winnaar komen, want dat is volgens dat soort figuren de reden van veel ellende. Nou, wat deden de schaatsers toen ze nog in tienden de tijd aangaven en later toen men het in honderdsten kon berekenen en wat ze nu nog steeds doen bij de duizendsten; wanneer men gelijk eindigt dan delen ze de eerste plaats! Kijk, dat essentiële punt halen ze er dan weer niet bij"!! 

HK: "Ja, dan is er nog wat met die minnetje en plusjes; het interesseert sommige dammers totaal niet!  Ze nemen een minremise voor lief tegen een sterke tegenstander die wel voor de titel strijdt en daar dan de titel aan te danken heeft! Ze geven ze gewoon weg; als zegeltjes bij de boodschap. 
JD: "Klopt; het is je reinste competitievervalsing"!

WG: "Dus Johan, je denkt dat die salonremises op topniveau niet schadelijk zijn voor het dammen"?
JD: "Ten eerste zijn bloedeloze remises tussen grootmeesters een drama, maar geef ze eens ongelijk. 
Voor hen is het een extra rustdag; dat kan, zeker met die twee ronden op één dag, voordelig zijn voor een topdammer.
Dat ze in no time de 40 zetten hebben en er dan snel vandoor gaan, is natuurlijk absurd; dat riekt  naar matchfixing en dat mogen ze wat mij betreft keihard aanpakken. Die spelers bedoel ik; het damspel moet je dan toch niet willen veranderen, die spelers moeten meer respect voor het spel hebben! Dat twee wereldtoppers moeilijk van elkaar winnen is wat anders. Kijk, wanneer je, in wat voor sport dan ook, twee mensen of twee teams hebt, die aan elkaar gewaagd zijn, dan krijg je zelden een enerverende strijd. 
Wat is de laatste WK-finale voetbal dat een enerverende en onderhoudende wedstrijd was; ik kan het me niet herinneren. Het waren toch stuk voor stuk draken van wedstrijden"!
Het dammen is niet minder populair geworden door de remises; in een sport als het Fries dammen, zijn er weinig remises, toch hebben die in totaal niet meer dan zo'n 70 leden! Dat kan aan twee dingen liggen; of de sport is totaal nog niet ontwikkeld OF de salonremise interesseert de gewone dammer totaal niet, daar gaat het ledenaantal dus echt niet van achteruit!  Daar wringt de schoen van het dammen niet"!! 
WG: "Oh nee, waar wringt het dan wel, volgens jou"? 

JD: "Dat zal ik je vertellen. De navelstreng van het dammen, is altijd de opleiding van de jeugd geweest! Er zijn in Nederland vrijwel geen clubs meer die dat doen; schandalig natuurlijk, maar het is wel zo. Die paar clubs die dat wel doen, spinnen daar garen bij".
WG: "Welke clubs bedoel je precies"?
JD: "Nou, ik kan er wel een paar noemen; Den Haag, Wageningen, Hoogeveen, Groningen en dat zijn dan grote clubs, maar ook een vrijwel onbekende club als Aldeboarn is daar zeer succesvol mee.
Die club heeft het trouwens sowieso goed voor elkaar; op de laatste clubavond van dit seizoen kwamen er 70 eigen leden op af"!
WG: "Maar waarom doen andere clubs dat dan niet, als dat zo'n succes is"? 
JD: "Oh, dan zijn de excuses van de heertjes legio; daar ben ik te oud voor, ik heb vroeger al zo veel  gedaan, ik kan niet met de jeugd van tegenwoordig omgaan en zo zijn er nog plenty voorbeelden op te noemen"! 

RG: "Zeg Johan, wat zeg je nou? Dat onbeduidende clubje dat je net noemde, heeft net zoveel leden   als de hele bond van die Friese dammers bij elkaar"?
JD: "Aldeboarn bedoel je, ja dat zal niet veel schelen".
RG: "Nou, dan weet ik genoeg; die remises nooit afschaffen zou ik zeggen. Hahahaha! Nee toch? Als een damsport, waar vrijwel geen remises vallen, zo weinig leden heeft, dan zegt dat toch genoeg?"
HK: "Ja, maar je hebt het wel over alleen Friesland he"?
RG: "Die lui zeggen zelf, dat het Friese dammen vroeger in heel Noord-Nederland werd gespeeld;  waarschijnlijk zijn ze zo achteruit geboerd, vanwege te weinig remises! Hahahaha".

WG: "Ja beste mensen, de zendtijd zit er helaas alweer op; we gaan eruit met het hoogtepunt van dezeweek. Uit de partij Van der Grijp - Kaai junior":


Hansie, Hansie, kwam hier met het subtiele (14-20), waarna René zijn niet te onderschatten
combinatie-talent etaleerde: 37-31  (26x37)  32x41 !  (21x43)  30-25  (23x32)  25x23  (18x40)  
35x44 !!   (43x34)  42-38  (32x43)  48x17. 
RG: "HAHAHAHAHA"!
WG: "HANS, je jasje aanhouden".