zaterdag 20 juni 2015

Bobby...3

Door Tjalling van den Bosch

We sloten het vorige epistel af met de 'negatieve stralingen en of chemische substanties die Boris Spasski niet in staat stelden om zijn normale, hoge niveau te halen' . . .


Spasski - Fischer Reykjavik 1972
Perscommuniqué . . .

Vanuit het Sovjet Russische kamp werd halverwege de match, een perscommuniqué uitgevaardigd, die was ondertekend door Spasski's secondant Efim Geller: 

'In de speelzaal bevinden zich mogelijk elektronische apparaten en/of chemische substanties die worden gebruikt om de heer B. Spasski negatief te beïnvloeden'.
Men richtte de pijlen vooral op de stoel van Fischer en  de invloed van de speciale verlichting op het podium in de speelzaal, die op verzoek van de Amerikanen was aangebracht.

Alhoewel er over het algemeen schamper op het bericht werd gereageerd, namen de IJslandse organisatoren het zeer serieus. Twee wetenschappers werden ingehuurd die de speelzaal minutieus gingen onderzoeken; er werden monsters genomen van het toneel, de muren, het bord, de stukken en van de tafel en de stoelen. Er werd voorlopig niets verdachts gevonden.

De stoelen . . .

Tijdens het begin van de match had Spasski een 'gewone' stoel, terwijl Fischer op een, speciaal uit Amerika overgevlogen, draaibare bureaustoel zat. Na de eerste verliespartij (de derde) van Spasski protesteerde het Sovjet-team tegen dit verschil van fauteuils; gevolg: ook Spasski kreeg precies dezelfde stoel als die van de Amerikaan (ook speciaal overgevlogen).

De ingehuurde IJslandse wetenschappers stortten zich vervolgens wederom op de stoelen; er werden röntgenfoto's van gemaakt en warempel men ontdekte een verschil . . . Beide stoelen werden gedemonteerd en in de stoel van Fisher vond men een . . . soort houtvuller, dat daar waarschijnlijk zat vanwege een scheurtje in de triplex zitting. 
De Sovjet Russen die tijdens het onderzoek overal 'met de neus bovenop stonden', schudden gegeneerd het hoofd. Het was echter nog niet afgelopen, want in het perscommuniqué stond ook nog de 'op Amerikaans verzoek gemonteerde verlichting'. Een politieagent klom op een ladder en bekeek de lichtarmatuur boven het podium; de lampen werden één voor één met grote zorgvuldigheid geïnspecteerd. 
Op een gegeven ogenblik schreeuwde de agent dat hij inderdaad 'iets' had gevonden(!), De Sovjet Russen, de Amerikanen en wetenschappers renden naar de voet van de ladder. De onregelmatigheid bleek te gaan om . . . twee dode vliegen! Het 'kamp Spasski' droop teleurgesteld af; er was geen reden  gevonden om het teleurstellende optreden van de wereldkampioen te 'verantwoorden'...

Mijn persoonlijke mening is dat Spasski niet goed om kon gaan met de buitenproportionele druk die op (vooral) hem stond. Vlak voor het begin van de match had Spasski een interview gegeven aan de Washington Post; hierin zei hij o.a.: 'Ik zou niet graag de man zijn die de wereldtitel naar een ander land laat gaan. Dat zou in vele opzichten een zeer ernstige aangelegenheid zijn . . .'. 

Einde . . .

Bij een stand van 11½-8½ in het voordeel van de Amerikaan werd op 31 augustus 1972 de 21ste partij gespeeld; Fischer had aan 12½ punt genoeg om zich tot wereldkampioen te laten kronen. Na 40 zetten werd de partij, in een gewonnen positie voor Fischer, afgebroken; Spasski liet zijn 41ste zet (waarvoor hij slechts 6 minuten bedenktijd nam) verzegelen. De partij zou de volgende dag (1 september) worden uitgespeeld; er zaten die dag 2.500 mensen in de zaal, om bij het hoogtepunt van de match om de wereldtitel schaken live aanwezig te zijn.
Het werd een anticlimax; of het nu kwam doordat Spasski revanche wilde nemen op alle eerdere strapatsen van Fischer, of dat hij gewoon de moed niet meer kon opbrengen(?), maar hij belde de hoofdscheidsrechter (Lothar Schmid) met de mededeling dat hij de partij opgaf en niet meer in de speelzaal zou verschijnen . . . 

Robert James Fischer won de match met 12½ tegen 8½; hij kreeg de krans omgehangen door één van zijn voorgangers, de laatste niet Sovjet Rus die de titel had gedragen en voorzitter van de internationale schaakbond (F.I.D.E.): Max Euwe. 
Ondertussen was het schaken booming; niet alleen in de V.S., maar over de hele wereld was de vraag naar schaakattributen groot.

Volgende week meer . . .

Bobby...2

Door Tjalling van den Bosch

In het vorige epistel over Bobby Fischer waren we aanbeland vlak voor zijn match om de wereldtitel in 1972, tegen de Sovjet Rus Boris Spasski. De Sovjet Unie regeerde het topschaken met ijzeren hand; sinds Euwe (1937) was de wereldtitel schaken in hun bezit. En daar was nu (anno 1972) een lange, wat slungelachtige, Amerikaan die een gooi deed naar de hoogste mondiale schaakeer. Dat was gezien het tijdsbeeld ('hoogepunt' van de 'koude oorlog') 'teveel' voor de leiders van de communistische partij van de Sovjet Unie! Spasski was niet bepaald een model Sovjet burger; zo was hij geen lid van dé Partij en lapte hij veel eisen van het establishment uit Moskou aan zijn laars. Spasski kon dit doen omdat hij steeds goede schaakresultaten boekte; mocht hij ooit falen, dan zou hem dat duur kunnen komen te staan.
                                                                                                       
Voorbereiding . . .                                                                              
Boris Spasski


Spasski kreeg alle ruimte van de schaakautoriteiten van de Sovjet Unie om een sterk secondantenteam samen te stellen; in principe stond elke supergrootmeester van het grote rijk tot zijn beschikking.
Hij koos o.a. voor: zijn vaste trainer en grootmeester Igor Bondarevski, grootmeester Efim Geller, het grote talent Anatoli Karpov (die overigens niet mee ging naar IJsland), grootmeester en psycholoog Nikolai Krogius en meester Ivo Nei. Over de laatste (de, in dat gezelschap, vrij zwakke schaker) Nei was veel te doen. Spasski was eigenlijk een levensgenieter; hield van lang uitslapen (heel anders dan zijn landgenoot en voormalig wereldkampioen Botvinnik) en om zich op een plezierige manier vermaken nam hij Nei mee, omdat hij daar lekker mee kon tennissen . . . ! 
Wat veel mensen (zeker die uit het Vrije Westen) aansprak was, dat Fischer de voorbereiding vooral alleen deed. Wel had hij de Amerikaanse grootmeester William Lombardy bij zich, maar deze verklaarde later dat Fischer zo snel analyseerde, dat hij het allemaal niet kon volgen!?!  De match werd vooral ontsierd door de grote fouten, die tijdens de  partijen werden gemaakt en dan met name door Boris Spasski.                                     
Echter . . .

De pers stortte zich echter volledig op de WK-match, vanwege alles wat zich er 'omheen' afspeelde. De sportjournalistiek had het zich in de voorgaande jaren eigen gemaakt om bepaalde sporters of sportprestaties tot mythische vormen op te blazen; denk hierbij aan de bokser Cassius Clay (later Mohammed Ali).
Zelfs in ons kleine kikkerlandje was men hiermee begonnen; eerst waren daar de 'schaatsgevechten' tussen Ard Schenk en Kees Verkerk, vrijwel gelijktijdig volgden de voetbalsuccessen van Ajax en Feijenoord. (Hup Holland hup . . .).

In ieder geval; de tweekamp tussen Spasski en Fischer leverde veel 'op'  voor de internationale pers; er werd enorm gesoebat over de plaats van handeling (werd uiteindelijk Reykjavik, IJsland), het prijzengeld (zou  uitdraaien op 250.000 US-dollars; ter vergelijking:  Spasski kreeg voor zijn vorige, gewonnen, WK-match tegen Petrosian, omgerekend 1.400 US-dollar), maar ook over het schaakbord en schaakstukken. Tijdens de match was er op een gegeven ogenblik ook veel 'te doen' over de stoelen(!); maar daarover later meer.

Vervolgens leek het erop dat Fischer niet zou komen opdagen, maar uiteindelijk (volgens bronnen nadat de minister van buitenlandse zaken van de V.S., Henry Kissinger, met Fischer had gesproken) nam hij dan toch het vliegtuig naar IJsland. Fischer heeft zijn leven lang een antipathie tegen camera's gehad; tijdens de eerste partij (die Fischer door een blunder verloor) ontdekte de Amerikaan dat er tv-camera's waren verborgen in de zuilen rondom het podium waarop gespeeld werd; hij kwam niet opdagen voor de 2de partij . . . Dit betekende een 2-0 achterstand voor Fischer en algemeen werd daarna aangenomen dat hij het eerste het beste vliegtuig naar zijn thuisland zou nemen.
Tot ieders verrassing kwam hij toch opdagen voor de derde partij, nadat zijn eis om de partij buiten het zicht van een ieder (en dus ook van mogelijke camera's) in een kamertje achter het podium zou worden gespeeld. Fischer won de partij, na twijfelachtig optreden van Spasski; daarna werd het 'achterkamertje' weer (en definitief) omgeruild voor het podium. In de vierde partij verprutste de Sovjet Rus zijn goede stelling (remise) en daarna was het eigenlijk snel gebeurd. Fischer nam een voorsprong, die alleen maar groter werd; de Russen begonnen nu tegen alles en iedereen te protesteren, met als 'hoogtepunt' de stoelen . . .

Straling . . .

Gezien de ineenstorting van Spasski verspreidden de Sovjet Russen het nieuws/gerucht dat hun landgenoot onder invloed stond van negatieve stralingen . . . , maar daarover volgende week meer.

dinsdag 2 juni 2015

Bobby...1

Door Tjalling van den Bosch

De komende zes epistels neem ik u weer mee naar de wereld van de 64-(schaak)velden. Schrijver dezes viert thans zijn (meer dan) welverdiende vakantie aan de Costa Dorada (misschien is daar wel een leuk damtoernooitje, of zo?). 

In zijn eentje . . .

Op 9 maart 1943 werd in Chicago (volgens de geboorteakte, om precies 14.39 uur) Robert James Fischer geboren. De wereld zou hem leren kennen onder de voornaam Bobby.Veel van mijn leeftijdsgenoten kennen Bobby Fischer in eerste instantie als schaakfenomeen die het ogenschijnlijk onneembare Russische schaakbolwerk in zijn eentje omver liep. Veel jongeren van nu kennen hem (denk ik) vooral als die verwarde man die de meest verschrikkelijke teksten uitbraakte.

Robert James Fischer
Over dit laatste wil ik het absoluut niet hebben (ik wil het niet eens duiden); Fischer had bepaalde stokpaardjes waar vrijwel iedereen van huiverde, maar waar hij helaas niet vanaf te brengen was. Vooral voor de jongere lezers besteed ik daarom, in de komende zes weken, aandacht aan Bobby Fischer de schaker, en ook over het feit dat hij na zijn overlijden (in 2008) nog steeds niet met rust werd gelaten. Voor de iets rijpere jeugd is het misschien ook wel leuk om 'het' allemaal nog eens de revue te laten passeren ('Stroll down memory lane') 

Moeder . . .

De moeder van Bobby Fischer was Regina Wender Pusan; zij was een dominante en bovenal intelligente vrouw; ze beheerste tenminste 6 talen.
Volgens het geboorteregister is zijn vader de Duitse biofysicus Hans Gerhardt Fischer; Bobby heeft hem waarschijnlijk nooit gekend! Regina en Gerhardt zijn in 1938 getrouwd en in hetzelfde jaar werd Joan geboren, de zuster van Bobby; daarna verdween Hans Gerhardt Fischer 'uit beeld'; ik meen dat hij naar Zuid-Amerika verhuisde en bekommerde zich niet meer om het gezin (in het laatste epistel uit deze cyclus kom ik hier nog op terug).

Het drietal (moeder Regina en haar twee kinderen Joan en Bobby) hadden vooral in de eerste jaren een zwervend bestaan.
In de jaren na de tweede wereldoorlog was er werk genoeg in de Verenigde Staten van Noord Amerika; toch waren de verdiensten blijkbaar niet voldoende, want het bestaan van het jonge vaderloze gezin was vrij armoedig. Regina werkte veel en lang en liet Joan de zorg voor Bobby op zich nemen. Net als zijn moeder was Bobby vrij dominant, vaak tot grote last van zijn zuster; moeder en zoon hadden een haat/liefde verhouding. De moeder was een toegewijd communiste; ze was rusteloos, altijd in de weer met demonstreren voor een (in haar ogen)  rechtvaardiger maatschappij. Het haalde allemaal niets uit en daardoor had ze het idee dat de hele wereld 'tegen' haar was; dit trekje nam Bobby later van haar over, hij vertrouwde op een gegeven ogenblik niemand meer. 

Toen het gezin in 1949 in New York was neergestreken ontdekte Bobby het schaken. Hij was niet direct een wonderkind, hij moest het spel nog ontdekken. Geld voor een schaakclub was er niet, Bobby speelde daarom partijen tegen zichzelf. Op een gegeven ogenblik had Bobby een schaakboek gekregen en toen begon hij het spel langzaam maar zeker beter te begrijpen.
Bobby raakte in de ban van het schaken; vanaf zijn elfde kwam hij bij de Brooklyn Chess Club over de vloer; niet veel later werd hij echt lid van de Manhattan Chess Club en kwam hij onder leiding te staan van schaaktrainer Jack Collins. Collins zat aan een rolstoel gekluisterd en werd verzorgd door zijn zuster; hij bezat een enorme collectie schaakliteratuur, waar Bobby zich vol overgave aan laafde. Ook vond Bobby hier een stabiele huiselijke situatie, iets dat hij nog nooit eerder had meegemaakt. Bobby's schaak-carrière kwam daardoor in een stroomversnelling terecht ; op zijn dertiende werd hij amateur schaakkampioen van de V.S. en een jaar later won hij de eerste van de in totaal acht nationale titels (bij de senioren!). 

Grootmeester . . .

In 1958 (op 15 jarige leeftijd dus) werd Bobby de jongste internationale (schaak)grootmeester ooit; een (leeftijd)record dat pas in 1991 door Judit Polgar zou worden verbroken. Eigenlijk was Bobby's prestatie groter, daar er in 1958 slechts enkele tientallen grootmeesters waren; in 1991 waren dit er vele honderden. (Voor de duidelijkheid; om de titel grootmeester in schaaksport te mogen dragen
moet men o.a. goede resultaten behalen tegen grootmeesters).

Het is onaandoenlijk (en voor deze cyclus ook niet noodzakelijk) om de hele carrière van Bobby Fischer stapsgewijs door te nemen, daarom in grote stappen naar 'Reykjavik 1972'. Bobby behaalde vaak verbluffende resultaten, maar faalde ook regelmatig, omdat hij 'het klappen van de zweep' (om op het allerhoogste internationale schaakpodium succesvol te acteren) nog niet goed kende. Hij verdween soms van het (schaak)toneel (soms tijdens een toernooi!); hij voelde zich dan miskend (hij had soms ook absurde eisen, die dan niet werden ingewilligd) en speelde dan lange tijd geen officiële partijen.
Vanwege een dergelijke 'absentie' had Fischer zich dan ook niet geplaatst voor de WK-cyclus van 1970; de Amerikaanse Schaakfederatie haalde landgenoot Paul Benkö over (naar verluidt voor enkele duizenden dollars) om zijn plaats af te staan aan Fischer. Bobby beloonde dit vertrouwen door het interzonetoernooi op Palma de Mallorca met 18½ uit 23 te winnen; daarna ging de cyclus over in matches.

De Sovjet Rus Mark Taimanov was de eerste die de degens met Fischer in een match mocht kruisen; het werd een slachtpartij, Fisher won met 6-0. Een maand later werd de Deen Bent Larsen met dezelfde cijfers aan de kant gezet; nog nooit waren grootmeesters van het niveau Taimanov en Larsen met dergelijke cijfers vernederd! Fischer had de laatste 7 partijen op Palma de Mallorca ook in winst omgezet en dus had hij een ononderbroken score van 19 overwinningen op rij behaald tegen internationale grootmeesters! 
Er zou een twintigste volgen; de eerste partij in de kandidatenfinale tegen voormalig wereldkampioen Tigran Petrosian leverde wederom een heel punt op. Zou verdedigingskunstenaar Petrosian er ook met 6-0 afgaan? Nee, de Armeniër (Petrosian) won de tweede partij, maar verloor wel de match met de wat normaler ogende (maar wel duidelijke) cijfers van 6½-2½. 

Bobby mocht toen de toen heersende wereldkampioen uitdagen; de Sovjet Rus Boris Spasski. Die match zou plaatsvinden te Reykjavik (IJsland), maar daarover volgende week meer . . .

woensdag 27 mei 2015

Aan de weg...

Door Tjalling van den Bosch

Ooit vergeleek ik (mei 2012) het damtoernooi van Salou met het Hoogovens Schaaktoernooi in Wijk aan Zee; dat het schaaktoernooi tegenwoordig een andere naam draagt is mij bekend. 
Het schaaktoernooi droeg 60 jaar lang de naam van de Hoogovens, dus zoiets blijft hangen; nadat de naam begin deze eeuw was veranderd in het Chorus Chess Tournament, kreeg het vijf jaar geleden haar huidige naam: Tata Steel Chess Tournament. Nog steeds is het schaaktoernooi in Wijk aan Zee toonaangevend in de wereld van de 64-velden. Heden ten dage is er echter een ander damtoernooi (dan Salou), dat  de vergelijking met het schaaktoernooi beter kan doorstaan; laten we het (of is het: de?) Salou Open vanaf nu dan maar vergelijken met het fameuze schaaktoernooi in het Spaanse Linares. 

Heerhugowaard Open . . . 

Het organisatiecomité (Het Team) bestaat uit maar liefst acht man, en staat onder de dynamische leiding van toernooidirecteur Guido Verhagen.  Het toernooi in Heerhugowaard timmert sinds enkele jaren enorm aan de weg; vorig jaar had men 190 deelnemers; dit jaar wil men daar absoluut 'overheen'! 'Als je de lat hoog legt, hoef je in ieder geval niet te bukken'.

Noviteiten zijn het handelsmerk van het toernooi; in de afgelopen jaren lagen deze vooral op het gebied van de live-uitzendingen. Tijdens de (via tablet ingevoerde) partijen kon je vanachter je computer de partijen én de explicatie van connaisseur Ton Sijbrands prachtig volgen; ook werden er sfeerverslagen gemaakt. Dit alles (van de afgelopen jaren) is terug te vinden op youtube

2015 . . .

Dit jaar komen een paar vaste onderdelen terug; het Quatre Mains (betekent: vier handen) bijvoorbeeld, waarin 2 spelers het opnemen tegen een ander duo; men moet 'om en om' zetten en er mag natuurlijk niet overlegd worden. Het leverde in het verleden hilarische beelden op, alhoewel Alexander Shvartsman daar misschien iets anders over denkt! Ook komt het blitz-toernooi terug, alsmede de zeer gezellige BBQ , als tegenhanger van de fameuze snertmaaltijd tijdens het (winterse)
schaaktoernooi in Wijk aan Zee. In vroeger dagen voetbalden de schakers ook weleens, in Heerhugowaard  trekken de dammers tegenwoordig wel de kicksen aan.

Novum . . . 

In de komende editie breidt men echter het bijprogramma uit met een tafeltennistoernooi! Wat hét nieuwtje op damgebied betreft(?): dit jaar doen er spelers mee uit Qatar(!), Turkije(!), Libanon(!) en Koeweit(!); men speelt echter niet het ('ons') Internationale Spel, maar de Turkse variant: Dama. Wat het toernooi (Internationaal Spel) betreft verandert er ook iets; dit jaar spelen de beste 10 dammers van Heerhugowaard Open 2014 een rond(round robin)toernooi (Concrex Masters). In het open toernooi zien we o.a. Freddy Loko uit RD Congo. Loko schreef, (wat mij betreft) 'uit het niets', het laatste Afrikaans kampioenschap op zijn naam; ik ben uitermate nieuwsgierig wat hij er van 'gaat bakken' tussen de 'grote jongens'. De creativiteit van het organisatieteam (enigszins) kennende, worden we de komende maanden vast nog wel verrast met één of andere noviteit!    

Meedoen . . . ?

Het damtoernooi in Heerhugowaard duurt van zaterdag 11 juli tot en met zaterdag 18 juli (2015).
U kunt zich nog steeds opgeven; voor meer informatie; ga naar de toernooisite van het Heerhugowaard Open - http://www.heerhugowaardopen.nl/ 
en bekijk de Heerhugowaard Open Promo Video    

                         

woensdag 20 mei 2015

Oubollig...

Door Tjalling van den Bosch

 Er zijn in denksportland twee W.K.-matches waar het oubollige label match van de eeuw aan werd gehangen. Voor schakers was dat de match tussen Boris Spasski en Bobby Fisher, welke plaatsvond te Reykjavik, (en uiteindelijk) van 12 juli tot en met 1 september 1972. Voor ons dammers was dit natuurlijk de match tussen Ton Sijbrands en Andris Andreiko, welke plaatsvond te Den Haag, van 2 tot en met 30 oktober 1973. Schakers wijzen nog steeds naar 'hun' match als de meest memorabele 
gebeurtenis uit de (schaak-)geschiedenis; dammers hebben 'hun' match omgedoopt tot 'match van de geeuw'. Dit laatste vond ik in 1973, als puberende jongeling, een misplaatste verbastering. 

Veel overeenkomsten . . .

De beide matches stonden natuurlijk op zich, maar er waren ook opvallend veel gelijkenissen. Ten eerste waren beide matches een confrontatie tussen 'het vrije westen' en het zo vermaledijde  'oostblok'; dat op zich gaf toentertijd (op het 'hoogtepunt' van de 'koude oorlog') al veel commotie en daardoor extra (niet dam/schaak-)persaandacht. Ten tweede stonden beide matches bol van zaken die niets met een partij op zich van doen hadden: intriges, omkoping, dreigen met 'opstappen', etc. 

Ik vond (toen al) dat de partijen uit de dam-W.K.-match van een aanzienlijk hoger niveau waren dan die uit de schaak-W.K.-match!  Als ik nu het dagboek van de match Spasski-Fisher, welke door Hein Donner  werd bijgehouden, nog eens doorblader dan bevestigt dit mijn idee (uit 1973). In de eerste partij uit de schaakmatch van de eeuw blunderde Fisher (met zwart) door op de 29ste zet met zijn loper de pion op h2 te 'nemen'. Ik citeer Donner: 'Is Fisher bezig krankzinnig te worden? Want laat ons er geen doekjes omwinden, de zet (Lh2) is een zo kinderachtige fout dat hij op dit niveau niet behoorde voor te komen'. 

Fisher kwam voor de tweede partij niet opdagen en verloor daardoor ook die partij, dus 2-0 voor Spasski. Waar niemand rekening mee had gehouden gebeurde toch; Fisher kwam wél opdagen voor de derde partij en wist deze, na wijfelachtig optreden van zijn opponent, te winnen, 2-1. In de vierde partij zette Spasski een winnende mataanval in; hij faalde echter in de afwerking, remise. Of het nu kwam door deze gemiste kans is bij mijn weten nooit achterhaald, maar vanaf dit moment ging het helemaal mis met Spasski. Enkele quotes uit het boek van Donner: 'Spasski blunderde op de 27ste zet', Spasski zag kwaliteitsoffer over het hoofd', 'Spasski mijdt voorlopig de strijd,  hij is al blij als hij zonder blunders remise maakt' en 'in de loop van het eindspel maakte Spasski enkele ontstellende fouten'.
Hein Donner was zeker niet de enige die het niveau van de partijen beneden alle peil vond; in het boek Bobby Fisher trekt ten strijde van Edmonds en Eidinow (uit 2003) staan ook diverse passages waaruit blijkt dat: "De partijen niet bepaald tot de verbeelding spraken". 

En toch . . .

En toch en toch, zijn de verslagen over de match EN de partijen lovend; Fisher wordt een genie genoemd. Niet alleen de pers uit 'het vrije westen' uitte zich in dergelijke superlatieven: een Joegoslavische grootmeester noemde Fisher zelfs een "supergenie". Nu (anno 2015) nogmaals terugkijkend, meen ik te mogen stellen dat Fisherde match heeft gewonnen doordat Spasski op een wel heel bedenkelijk niveau acteerde. Ik wil nog wel even kwijt dat zowel Bobby Fisher als Boris Spasski twee fenomenale schakers waren, maar in deze W.K.-match kwam dit 'niet echt uit de verf'.
Desondanks; als men het in schaakland heeft over de match van de eeuw, dan
doelt men steevast op die uit 1972.  

Hoe anders verliep de match tussen Sijbrands en Andreiko; woorden als 'alweer  remise' en 'antipropaganda' kreeg het Nederlandse volk voorgeschoteld en ook naderhand heeft niemand zich echt om de partijen bekommerd, met uitzondering dan van Sijbrands en enkele ware liefhebbers . . .
Het boek 'Harm Wiersma over Sijbrands tegen Andreiko' (uit 1974) geeft eigenlijk helemaal niet zo'n negatief beeld van de partijen, alhoewel Wiersma zich best wel negatief (over beide grootmeesters) durfde uit te spreken.  Wiersma geeft tijdens de bespreking van de partijen 'cijfers' aan de spelers, per partij. De eerste partij krijgt Sijbrands een 7 en Andreiko een 8; de tweede partij wint Sijbrands (hij krijgt een 8) doordat Andreiko blunderde (5). Daarna krijgen de spelers ook telkens nog ruime voldoendes; tot de zevende en achtste partij! Voorafgaand aan de zevende partij was er veel commotie over een mogelijk omkoopschandaal (bij monde van Koeperman dreigde Andreiko zelfs met opstappen). De partijen waren kort (Wiersma: "afschuwelijke ruilpartijen") en zonder strijd;
onvoldoendes!

Vanaf partij nummer negen echter geeft Wiersma ('hij kon het natuurlijk als geen ander  weten'!) bijna alleen nog maar zeer ruime waarderingscijfers (8/9), met uitzondering van de zestiende partij (beiden een 6). De vaderlandse (dam-)pers had echter een geheel andere mening; 'vette', wrede 'koppen'  kregen we toen in de dag- en weekbladen voorgeschoteld: wanprestatie, laf, farce etc.

Reden . . .

Wat is de reden dat er zo'n immens verschil huist in de verslaggeving van de beide hierboven aangehaalde matches(?); als de damscribenten zich daadwerkelijk goed hadden laten voorlichten over de partijen dan had juist de match Sijbrands - Andreiko dam-technisch positief in ons collectief geheugen gegrift moeten staan!! (en dat van de Nederlandse niet-dammers). Laten we het er op houden dat de schaakschrijvers aanzienlijk beter in de gaten hadden, waar ze mee bezig waren, dan hun dam-vakgenoten.  Stof tot nadenken (en neemt u daar vooral de tijd voor) . . .
 
Ik wil dit uitvoerige epistel graag afsluiten met een vraag die mij in 1973 reeds intrigeerde; we gaan over naar de tweede partij (3 oktober 1973) uit de match Sijbrands-Andreiko.
 
Deze stelling was eerder voorgekomen in een partij uit de halve finales van het kampioenschap van de Sovjet Unie (tussen Kirillov en Korenevski). Sijbrands (met zwart) speelde hier net als Korenevski 16. . . - . .   (14-19) , waarna Andreiko dam haalde via:  17.  41-37  (19x30)  18.  38-32  (27x38)  19.  26-21  (17x26)  20.  28x17  (12x21)  21. 29-24  (30x19)  22.  36-31  (38x29)  23.  34x1.
Zwart speelde nu (anders dan Korenevski!)  23.  . . -  . .  9-14  en de dam wordtafgenomen en zwart heeft een schijf meer(!!);

Sijbrands won vervolgens de partij. Wat ik mij (in 1973 en als puberende jongeling/wijsneus) afvroeg was: "Waarom  speelt Andreiko op zet 22 niet 37-31"? Nooit heb ik een goed antwoord gekregen; Sijbrands wijt er enige regels aan in het matchboek: "Ongetwijfeld zal Andreiko reeds spoedig tot de slotsom zijn  gekomen dat  22.  37-31  (26x37)  23.  42x31  (38x29)  24.  34x1  (21-26)!  geen enkele kans op herstel biedt". 
Wiersma rept in zijn boek al helemaal niet over deze mogelijkheid, en daar moest ik het mee doen; ach ja, hebben we niet allemaal gepuberd?! 

Laat het bovenstaande epistel een les zijn voor het wereldkampioenschap dammen, dat over een half jaar in Emmen plaatsvindt . . . 

woensdag 13 mei 2015

Matches...

Door Tjalling van den Bosch

Tijdens het afgelopen N.K. in Emmeloord kwam mij ter ore dat er thans particuliere initiatieven worden ondernomen om de W.K.-match tussen Alexander Georgiev en Jean Marc Ndjofang alsnog doorgang te laten vinden. Het zou inderdaad een schande zijn als wederom iemand van het Afrikaanse continent een gooi naar de mondiale titel zou worden onthouden.
 
1963 . . . 

Nadat in 1963 de match tussen de Sovjet-Rus Iser Koeperman en Afrikaan Baba Sy, door toedoen van de dambond van de Sovjet Unie,definitief niet doorging hoorde je in de wandelgangen 'zware' woorden als "discriminatie" en "racisme".  
Dat zal deze keer wel niet zo snel worden geroepen, maar het is en blijft voor mij een absurde situatie dat de F.M.J.D. de match om de wereldtitel niet heeft weten te organiseren. Ik hoor geluiden dat de F.M.J.D. niet verplicht is om deze match (tussen de nummer 1 en 2 van het laatste wereldkampioen) te organiseren; dat mag zo zijn, maar juist vanwege de situatie uit 1963 (toen de F.M.J.D. wél verplicht was om de match te organiseren!) en omdat de strijd om de hoogste mondiale eer een hoogtepunt voor een zichzelf respecterende wereldsportorganisatie zou moeten zijn, had de werelddambond m.i. alles moeten doen om te zorgen dat een Afrikaan ditmaal wél kon strijden in een match om de wereldtitel. 

Er zijn mensen die W.K.-matches maar niks vinden en refereren dan aan bepaalde matches.Inderdaad zijn er deze eeuw W.K.-matches geweest die nu niet direct tot de verbeelding spreken; de reden was dat de organisatoren als malloten aan de bedenktijd hebben zitten sleutelen, met alle gevolgen van dien . . . !?!  De laatste W.K.-match bij de vrouwen (Golubeva-Tansykkuzhina) was zo'n voorbeeld, maar iedereen weet dat dit vooral werd veroorzaakt door het gehanteerde systeem, dat dammen als hoogwaardige denksport in het verdomhoekje plaatst ("elke dag een beslissing!", nou dat is dan een  waardeloos systeem).
 
Wel mooi . . . 
 
Ik kan mij echter matches herinneren die wel mooi en enerverend waren; in een eerder epistel (-Koraal . . .- van september 2014) heb ik de W.K.-match van 1979 (tussen Harm Wiersma en Anatoli Gantvarg)  al eens aangehaald en geconcludeerd dat deze tweekamp het predicaat 'uitmuntend' verdient. (Het woord predicaat werd tot 2006 met een k geschreven, maar sindsdien schijnt het dus met een c te moeten, maar dit geheel terzijde natuurlijk). Uit het matchboek (van 1979) van Sijbrands, Kiers en Münninghoff citeer ik de laatste: 
'Veel dammers hebben er wat je noemt een kick van gekregen. Je zag ze de rug rechten en met fier geheven kin rondstappen, omdat ze ook iets te maken hadden met het schouwspel dat hun twee beste voorvechters twintig partijen lang bij machte waren uit te voeren'.
Ik bedoel maar . . . !
 
Maar er waren meer fraaie matches; denk alleen al aan de tweekampen die Alexei Chizhov (je schreef toentertijd nog Tsjizjov o.i.d.) uitvocht met zowel Ton Sijbrands als Harm Wiersma (zijn daar wel matchboeken van?). Ook kan ik mij (ondanks dat ik toen in de Verenigde Staten woonde en werkte) nog herinneren dat de match Georgiev-Shvartsman er mocht zijn; de 'Keller-variant' (oftewel aanval versus omsingeling) werd toen regelmatig ten tonele gevoerd. "Je hebt wat gemist" zei een grootmeester naderhand tegen mij.
 
Mocht de match Georgiev-Ndjofang alsnog doorgaan, dan hoop ik van ganser harte dat het niet zo'n gedrocht wordt als de laatste W.K.-match voor vrouwen . . . 
 
De volgende keer wil ik het met u hebben over de matches(?) 'van de eeuw'.
 
Tijdens 8ste partij (op 10 oktober 1979) uit de WK-match Gantvarg-Wiersma kwam de volgende stand op het bord:
 
Harm Wiersma (wit) heeft net  45.  32-28  gespeeld; Gantvarg zat niet echt in tijdnood en kon zodoende de gevolgen van  45.  . . - . .   (18-22)  rustig bekijken; er was dan namelijk (ongetwijfeld) gevolgd:  46.  29-23  (22x33)  47.  30-24!!  Hoe zwart nu ook slaat, er komt altijd een combinatie naar veld 9 uit, FRAAI . . . ! 
 

 

woensdag 6 mei 2015

Dûmny . . .

Door Tjalling van den Bosch

De volledige aanhef zou moeten zijn: de dumny en syn navigator (de dominee en zijn navigator).
Dûmny is dus Fries voor dominee en wie het over (Fries) dammen en  een dominee heeft komt al snel uit bij Liuwe H. Westra.  Ds. Westra is o.a. predikant in het rustieke Lollum; in het naburige  lommerijke Waaksens woont Marten Walinga, hij is werkzaam in de navigatie-sector (www.Narwal Innovatie), vandaar de eigenlijke aanhef. Beide mannen zijn de hoofdverantwoordelijken voor het Grutmastertoernoai  Frysk damjen te Franeker, dat in maart jl. plaatsvond.  Misschien heeft u, dammers van het Internationale spel alsook schakers  (deze laatste groep laaft zich ook veelvuldig aan de geschriften van dit blog  ondanks -Wel zo edel . . . ?- van november 2014!), zich ook vergaapt aan de Friese damvariant via Toernooibase Dammen
 
In het verleden heb ik vaak gesuggereerd dat het dammen in het algemeen mensen nodig heeft die kunnen binden en verbinden; de twee hoofdpersonen van dit epistel bezitten die gave in ruime mate. 
Het opzetten van dergelijke (in het oog springende) damtoernooien vraagt veel van de organisatie; je moet ten eerste zelf de handen flink uit de mouwen steken: je moet sponsors vinden, een goede locatie, een aansprekend deelnemersveld etc. etc..
Als dat geregeld is, kijk je vervolgens tegen een berg organisatorische problemen (of zijn het mogelijkheden?) aan en dan moet je goed kunnen 'binden' (om bijvoorbeeld vrijwilligers te vinden) en delegeren.  Verder moet je zorgen dat de vrijwilligers goed samenwerken ('verbinden'), zodat je zelf niet alles hoeft te controleren. In dat metier zijn Westra en Walinga grootmeesters; je wordt als vrijwilliger constant op de hoogte gehouden, je hebt absoluut niet het idee dat je er maar wat 'bijhangt', of nog erger 'misbruikt' wordt.
Voorts hebben de twee organisatoren geen last van 'lange lijnen', men vergadert zo weinig mogelijk en van commissies met 'veel noten op de zang' hebben ze al helemaal geen last.  
'Sizze is neat, dwaan is een ding' is een bekend Fries spreekwoord; in Rotterdam zeggen ze dan: 'geen woorden maar daden'.
 
2015 . . .

De Fryslân Open 2015 is een fantastisch evenement geworden; natuurlijk brachten  de organisatoren de regionale media in stelling; dit jaar had men ook de pijlen op de nationale pers gericht.  Zo konden we o.a. Valneris, Shvartsman, Amrillaev en Domchev in 'actie' zien  bij S.B.S. en was Marten Walinga regelmatig te gast in diverse talkprogramma's. 

De deelnemers aan het toernooi bestonden uit de toppers van 'onze' damvariant  alsmede de specialisten (grutmasters) uit het Fryske spul.  Uiteindelijk kwamen de vier besten uit in de twee finale groepen; de overwinning  der Friezen ging naar Jelle Wiersma; de winnaar van de dammers uit het  Internationale dammen werd Alexander Georgiev. De finalegroep van deze laatste bestond verder nog uit Auke Zijlstra (2de), Martijn van Gortel (3de) en de nummer 4 Aleksej Domchev. De nummer 4 miste de toernooiwinst door een blunder (in gewonnen positie!)  in de laatste ronde tegen de toernooiwinnaar!  
 
Over 'onze' wereldkampioen (Georgiev) vertelde Walinga onlangs nog het volgende verhaal: "De eerste denksport waar de jonge Georgiev in St. Petersburg mee in aanraking kwam was  . . . de Friese damvariant!" Opmerkelijk natuurlijk; Walinga vervolgde: "In Noord-Nederland werd meer dan een eeuw geleden alleen maar de Friese damvariant gespeeld; ook waren de noorderlingen een zeilvarend volkje en dreven ze op die manier handel met Scandinavië alsmede met de Baltische staten
Op die manier verspreidde zich ook het (dam-)vermaak en zo schijnt het 'Fryske Spul' doorgedrongen te zijn tot in Sint Petersburg"! 
Onlangs schijnt Georgiev te hebben aangegeven dat hij het zo langzamerhand wel 'heeft gehad' met het internationale dammen (?!?), alhoewel hij er ook bij heeft gezegd (of geschreven(?), het verhaal komt uit de tweede hand) dat hij waarschijnlijk 'onze' variant nooit helemaal de rug zal toekeren. Zou Alexander zich soms (bewust of onbewust) al aan het voorbereiden zijn op het Worldchampionship Frisian Draughts, dat gepland staat voor maart 2018?!?
 
Geen remise . . .
 
Wat mij, als bescheiden beoefenaar van het internationale spel, vooral is bijgebleven is het volgende: tijdens de laatste ronde van de finale van de International Group speelden Georgiev en Domchev dus tegen elkaar.
Bij een remise was Georgiev overall-winnaar, dus stelde hij in het middenspel een
'half-punt-deling' voor; dit werd door de scheidrechter direct 'van tafel geveegd'! In het Frysk Damjen mag je volgens de regels (!) pas remise overeenkomen als er dammen op het bord staan, met andere woorden: "DOORSPELEN"! In 'onze' damvariant ontwijken toppers vaak het o zo moeilijke eindspel door een 'grootmeester-remise'.  Deze weinig strijdvaardige daad, gevoed door angst/bang om fouten te maken  ('de strijd te ontlopen'), is dus in de Friese damvariant reglementair aan bandengelegd; iets voor 'onze' damvariant . . . ?