woensdag 16 september 2015

Sexy...

Door Tjalling van den Bosch 

Uw penneleur mag 'niet-dammers' graag de vraag voorleggen 'wat zij vinden van onze edele damsport'. Vaak krijg ik geen 'echt' antwoord, maar zo nu en dan is er iemand die zeer uitgesproken is. Bijvoorbeeld: "Dammen is geen sport;, als ik dan even doorvraag blijkt dat deze persoon 'denksport in het algemeen' (denk ook aan schaken en bridgen) geen echte sport vindt! Dat mag, alhoewel ik genoeg middelen heb om deze stelling onderuit te halen: "het is wel degelijk competitief, het gaat wel degelijk om strijd tussen twee sporters, het wordt wel degelijk wereldwijd (zij het in verschillende varianten) gespeeld, etc. etc."

Enkele andere antwoorden op de eerder gestelde vraag waren onder andere: "Dammen is wiskundiger dan schaken"(?!) en ook "Het is niets voor mij, maar ik heb wel respect voor dammers en schakers". Een schaker die vroeger weleens had gedamd (op een club), merkte op dat: "het dammen moeilijker is dan schaken; bij het dammen wist ik nooit waar ik 'naar toe' moest, bij het schaken is dit eenvoudiger; gewoon je pijlen blijven richten op de vijandelijke dame". Het bovenstaande is een kleine samenvatting van wat ik tegen kwam, naar aanleiding van de bewuste vraag. Mijn (mogelijk voorbarige) conclusie is dat niet-dammers absoluut niet negatief over het dammen denken.

Hoe anders . . .

Ik heb mij de afgelopen decennia verbaasd over: hoe anders dammers zelf over hun sport denken! Ik kom tot dit onderwerp naar aanleiding van het interview van Jasper Lemmen met Pim Meurs, welke op 2 juni (2015) op de site Alldraughts is geplaatst. Meurs stipt hierin het imagoprobleem van het dammen aan; dammen is volgens hem suf en niet sexy. Er zijn meer dammers die zich op die manier hebben uitgelaten en daar is uw penneleur het helemaal niet eens!

Dammen is voor mij:
1. battle of the brains!
2. de strijd aangaan door geestelijk alpinisme!
(grote hoogtes, diepe dalen).
3. op basis van kennis en kunde elkaar bestrijden!
(keihard trainen (studeren) verhoogt beide; geldt voor alle sporten).
4. Dammen is goed voor jong en oud!

Punt 4 wil ik even uitgebreider toelichten; wanneer kinderen op zeer jonge leeftijd worden geactiveerd om te gaan dammen/schaken, ontstaan er in de hersenen zogenaamde 'dwarsverbanden', waardoor hun denkvermogen (op velerlei gebied) enorm toeneemt.
Voor ouderen geldt: 'rust roest': door te gaan (blijven) dammen/schaken bindt de oudere de strijd aan tegen diverse vervelende ouderdomsverschijnselen.
Dus: Fitness for the brain . . .

Doorgaan . . .

Ik kan nog wel doorgaan met het noemen van positieve punten, maar waar het mij om gaat is dat dammers zelf (!) hun sport blijkbaar 'bedenkelijk' vinden! Het zijn de dammers zelf die het hebben over een hoog 'nerd-gehalte'; het woord nerd betekent (vrij vertaald): introvert, afzijdig, niet sociaal.
Nooit heb ik van niet-dammers het woord 'nerd' (in wat voor vorm dan ook) gehoord!
Als ik jonge topspelers anno 2015 in ogenschouw neem dan kan ik het woord ook niet plaatsen; Boomstra, Sipma, Groenendijk, Wolff, Slump zijn in mijn ogen gezonde kerels (aan het worden) en ook hun vrouwelijke tegenhangers als bijvoorbeeld Verheul, van Muijen, Timmerman zijn in mijn ogen gezonde jongedames die zich zeer bewust zijn van het reilen en zeilen in deze wereld, niks introvert, afzijdig of sociaal niet bewust!
Natuurlijk zijn er onder dammers 'vreemde houtjes' (leek mij een leuke woordspeling), maar dat is bij andere sporten niet anders! Het is natuurlijk gemakkelijk om achter populaire sporten (voetbal, schaatsen) aan te lopen, maar zij die kiezen voor een minder populaire sport zijn niet bij voorbaat anders (wereldvreemd)!

Pers . . .

Ook hoor ik vaak dat 'de pers' dammen niet interessant vindt; ook daar ben ik het niet mee eens. Je moet 'de pers' natuurlijk wel iets bieden; de recordpoging van Ton Sijbrands van afgelopen december was toch een prachtig voorbeeld van hoe men de damsport moet promoten! In de 'niet dam-pers' was er niets dan lof voor Sijbrands huzarenstukje(!); het leverde Sijbrands bijna een nominatie op voor de (Nederlandse) titel:  Sportman van het jaar!!

De komende maanden staan er prachtige evenementen op de damkalender;
1. Nina Hoekman Memorial (23, 24 en 25 oktober 2015 te Zutphen)
2. WK jeugd dammen (1 t.e.m. 7 november 2015 te Beilen)
3. WK dammen (8 t.e.m. 25 november 2015 te Emmen).
4. Recordpoging Kloksimultaan (30 december 2015 Almere).
Dit laatste vindt plaats onder auspiciën van Stichting Aanzet.
Me dunkt, kansen te over om onze prachtige denksport goed te promoten! Dammers het is aan u; laat u zien bij deze damactiviteiten; dan kunnen de persmuskieten, alsmede de sponsors, zelf zien dat het dammen bij lange na niet dood is . . . !

Dammen is sexy . . . 

En voor hen die zich daar nog steeds niet in kunnen vinden(?):
"Het is jammer dat het jou niet gegeven is om de schoonheid van het dammen te onderkennen"!
Of:
"Wie het dammen niet kent, kan het niet waarderen. Voor wie geen idee heeft van de mogelijkheden op het magisch vierkant van de honderd velden, blijft de fascinatie van ons spel een mysterie!"

Als er nu nog mensen zijn die het dammen niet sexy vinden, dan zal het onderstaande filmpje u toch zeker van mening doen veranderen:
















maandag 7 september 2015

JdB...

Door Tjalling van den Bosch

Het zal bijna 8 weken geleden zijn geweest toen uw penneleur, op een zeer ouderwetse manier (brief), een tijding bereikte over een Dinner-sport-meeting in restaurant De Lage Vuursche. De afzender was iemand uit de wereld der Jeu de Boulers . . . !! Opmerkelijk; ter verduidelijking: op 27 mei 2014 had onze blogmanager mijn epistel -Jeu de Boules . . .- op dit blog geplaatst en nu, ruim een jaar later dus, een reactie van één van die balletjegooiers. 

Verzoek . . .

Uit de brief maakte ik op, dat men mij verzocht om het bewuste epistel op maandag 31 augustus jl.(2015) persoonlijk voor te komen dragen tijdens de genoemde bijeenkomst van sportbonden. Tijdens deze meeting waren er diverse sprekers uit de Nederlandse sportwereld en kon men tevens genieten van een 5-gangen diner (dit laatste trok mij natuurlijk over de streep, 5-gangen maar liefst; vroeger, thuis, aten we altijd in één gang; een noodgang). Het was de bedoeling dat er tijdens de bijeenkomst gediscussieerd zou worden over diverse facetten uit de sportwereld (topsport, breedtesport, ledenwerving, etc.) en verder kon men informeel met elkaar praten over 'wat er maar ter tafel komt'.

Toen ik op de bewuste dag tegen 5 uur ('s middags) arriveerde op de fraaie locatie werd ik joviaal ontvangen door de Jeu de Bouler; meneer vroeg mij of ik het epistel bij me had,voor de zekerheid had hij deze ook maar even 'uitgedraaid'. Op mijn vraag wat nu eigenlijk precies de bedoeling was, glimlachte hij geheimzinnig. Afijn, tijdens het eerste drankje zag ik vrij veel bekenden uit de vaderlandse sportwereld.
Helaas kon ik niemand uit de damwereld ontwaren, was de KNDB niet uitgenodigd, of was men verhinderd(?); ik kon er niet achter komen. Wel had het NOC*NSF een 'zware' delegatie afgevaardigd.
 
Aan tafel . . .

Na enige tijd werden we 'aan tafel' geroepen; er waren 12 grote ronde tafels; aan elke tafel zat één iemand van een sportorganisatie. De tafelindeling moest zorg dragen voor een gemêleerd gezelschap per tafel.  Aan 'mijn tafel' zaten o.a. iemand uit de schaakwereld, een korfballer, een hockeyer, een bridger en natuurlijk mijn Jeu de Boules-vriend. Na de eerste 'gang' (drie konijnenkeutels verborgen onder iets groenigs) kwamen 'de sprekers los'; het duurde even, maar op  een gegeven ogenblik mocht ik mijn epistel over het Jeu de Boules voorlezen. 
Daarna kreeg mijn Jeu de Boules-disgenoot het woord; zijn speech was zeer goed voorbereid en ik kreeg nogal wat voor de voeten geworpen! Hoe ik het aandurfde om het Jeu de Boules belachelijk te maken! Of ik wel wist dat de Jeu de Boules-bond meer dan het 10-voudige aan leden heeft (in vergelijking met het dammen)! De snoodaard . . .Sinds 3 jaar had men (de Jeu de Boules-bond) de peilen gericht op de 50-plussers, en dit had een ledenwinst opgeleverd van maar liefst 2.000! Mijn richting uitkijkend voegde hij er nog fijntjes aan toe: "We hebben nu dus meer dan 20.000 aangesloten leden". Met klemtoon op dat laatste! Ook kwam  hij nog met: "De Jeu de Boulers gaan (anders dan ik had geschreven) zich nu wel degelijk op een 'Olympische erkenning' storten"!  Toe maar . . .

De beste man bleef zo nog een tijdje doorgaan en ik mocht dit lijdzaam ondergaan, helaas kreeg ik na zijn schimpscheuten niet meer de kans om mij en plein publiek te verdedigen. Toen de spreker na zijn tirade weer aan onze tafel verscheen zorgde mijn opmerking ("Dat je je eigen sport moet promoten door een andere sport af te kraken!") ervoor dat er eerst even wat adrenaline moest worden afgevoerd. Later kreeg ik de kans om even rustig met hem te praten en kon ik hem uitleggen waar het bewuste epistel daadwerkelijk om draaide. Later vroeg ik hem naar de 10%-ledentoename van zijn bond; hij vertelde me dat de Jeu de Boules-bond zich de laatste drie jaar vooral op de 50-plussers had gestort, onder andere omdat 'die nog een beurs hebben'. Het mes bleek (zo vertelde hij), ook nog onverwacht, aan twee kanten te snijden, want doordat veel jongelingen met vader/moeder of opa/oma 'meekwamen', namen ook zij kennis van het Jeu de Boules. Zo de oudjes zongen, zo piepen de jongen . . . 
 
Schaak-meneer . . .

Op een gegeven moment bemoeide de schaak-meneer zich ook met ons gesprek en stelde dat hij het één en ander herkende. De schaakbond zag vanaf 2002 de ledenaantal van 24.000 teruglopen tot net boven de 20.000; "doordat we (de schaakbond dus) ons de laatste jaren meer op 50plus-markt zijn gaan richten, is het ledenbestand weer flink toegenomen" zo merkte hij onder andere op.
De schaker oreerde ook nog: "ouderen zijn tegenwoordig veel fitter en blijkbaar wil men zich graag in de avonduren op een andere wijze verpozen; het lijkt erop dat men zich steeds meer afkeert van de televisie en de ouderwetse gezelligheid weer opzoekt". (Ik vond dit laatste nogal wat gewauwel, maar juist vandaag (2-9-2015) kopt een landelijk dagblad: "Nederlanders kijken nog nauwelijks tv"! ). Verder had mijn schaak-disgenoot het nog over een "eigen digitaal(schaak) platform", maar daar verlies je mijn aandacht, want ik heb er totaal geen idee van wat dát allemaal inhoudt.
 
De bridger meende zich op een gegeven ogenblik ook in de 'strijd' te moeten mengen met: "Onze bond heeft een enquête gehouden onder de nieuwe leden, daaruit bleek dat veel ex-dammers tot de nieuwbakken bridgers behoorden". Ja, ja leuk om deze dammer even te kietelen; het moge duidelijk zijn, wie zijn billetjes (in mijn geval billen) heeft verbrand . . .! Ik weet niet of mijn jeu de boules-'vriend' het tafelgesprek zo langzamerhand sneu voor mij begon te vinden, maar op een bepaald moment richtte hij zich tot de op dat moment 'stille' korfballer: "Korfbal is toch ook niet een echt
populaire sport in Nederland, hoeveel leden hebben jullie eigenlijk?"
Met een zeer onderkoelde stem antwoordde deze: "Honderdduizend"; dat was jammer voor uw penneleur, want vervolgens richtte de jeu de bouler zich weer op die domme dammer.

Huiswaarts . . .

Nadat ik, geheel in de calvinistische traditie, alle schimpscheuten over me heen had laten gaan (blijven glimlachen . . .) besloot ik om goed half 10 huiswaarts te keren.

Toen ik weer in de auto zat, liet ik alles wat zich die avond had afgespeeld, nog eens de revue passeren en kwam tot de conclusie dat het met onze geliefde damsport misschien allemaal niet zo voorspoedig gaat, maar ik blijf erbij dat de damsport nog steeds een goed product is. En er zijn kansen(!), maar daarover volgende week meer.

Misschien is het moeilijk om het (dam)tij te keren, maar (zoals ik vaak in U.S.A. hoorde): When the going gets tough, the tough get going . . . 
 

woensdag 2 september 2015

Tsunami...

Door Tjalling van den Bosch
Tjalling van den Bosch; Heerhugowaard 2015


Het Heerhugowaard Open 2015 (tevens Open NK) was wederom één groot (dam-)spektakelstuk. Als je de locatie aan het Helena Nordheimland betrad kreeg je een tsunami van dammen over je heen.

Er was de (wederom) fraai aangeklede sporthal waar de partijen werden gespeeld; voorts was er in het naast gelegen gebouw een bar-gedeelte, met daarachter de analyseruimte met een zeer uitgebreide ('zo hoort het') boekenstand. Ook schotelden Ton Sijbrands en Kees Thijssen, vanuit dezelfde ruimte, het publiek (inclusief zij die thuis achter de computer zaten) prachtige analyses voor. Kortom, het dammen vierde hoogtij.

Dammen anno 2015 . . .

De Kroongroep (Concrex Masters) werd gewonnen door Alexander Georgiev en het 'Open-toernooi' door Alexey Chizhov. Opmerkelijk was het aantal overwinningen tijdens de (min of meer) reguliere partijen in de Kroongroep; slechts 3, op 45 partijen! Uw penneleur ging halverwege het toernooi zijn oor eens te luisteren leggen bij een drietal toppers uit de Kroongroep; "waarom toch zo weinig winstpartijen?" De antwoorden kwamen overeen; het was verstandiger om geen zware inspannende partijen spelen, het leek hen slimmer om fit aan de barrages te beginnen . . .
Dus waar de organisatie op een gekunstelde manier trachtte het één en ander aantrekkelijker te maken, werkte dit helaas averechts.

Eenzelfde antwoord gaf Alexey Chizhov, toen hem de vraag werd voorgelegd waarom zijn (min of meer) reguliere finalepartij tegen Kevin Machtelinck toch vrij eenvoudig in een puntendeling was geëindigd. "Waarom zal ik mij het mij moeilijk maken, ik pak de punten straks wel in de barrage". En zo was het ook; halverwege de sneldampartij (5'+3" per zet erbij) kon men het verschil duidelijk zien. Na zo'n 35 zetten (in een 11 om 11) had Chizhov nog 5' en 36" op de klok 'staan' (hij was dus begonnen met 5' en 03"!!), terwijl Machtelinck nog slechts 2' en 44" tot zijn beschikking had! Machtelinck had na afloop zelf het idee dat hij alleen maar zetten had gedaan en zeker niet 'lang' had zitten rekenen! Een moderne prijsdammer moet zowel links- als rechtshandig snel de zet kunnen uitvoeren én de klok indrukken!

In het onderstaande filmpje is dit prachtig in beeld gebracht; daar waar de van nature rechtshandige Chizhov, linkshandig 'speelt' is de linkshandige Machtelinck constant met zijn linkerhand bezig en verspeelt hij met het indrukken van de klok kostbare tijd . . . ! Ja, het topdammen anno 2015 vraagt veel behendigheid . . . Pas toen Chizhov een zeer voordelige stand op het bord had verkregen ging hij iets langer nadenken.



Het DZD (Dammen Zonder Denken), oftewel proberen om tot (grootmeesterlijke) winstpartijen te komen door de bedenktijd terug te schroeven, kan mij niet bekoren. Er waren meer damliefhebbers die er zo over dachten, want het aantal toeschouwers bij de diverse barrages was nou niet bepaald groot te noemen, ondanks de aanwezigheid van 164 dammers die deelnamen aan het 'Open NK'.
Voorstanders van het 'snellere dammen' vinden het vooruitstrevend ('product van deze tijd'!?!); persoonlijk vind ik dat men de tijd 100 jaar terugdraait. Uit het vorige week besproken boek van Jan Apeldoon (100 WK Dammen) kan men opmaken dat de topspelers rond 1900 in eenvoudige zetjes 'liepen', net als met het huidige DZD!

Ideetje . . .

Zou het misschien een idee zijn om volgend jaar de Kroongroep meer bedenktijd te geven(?), zodat topgrootmeesters hun dam(denksport)talenten maximaal kunnen exploreren (i.p.v. hun handelingssnelheid te testen). Ik zit te denken aan 40 zetten per 2 uur en daarna 20 zetten per uur (en geen barrages!); misschien dat er dan meer partijen in winst kunnen worden omgezet. Mijn inziens levert het in ieder geval meer hoogwaardige grootmeesterpartijen op; wat mij betreft kan een remisepartij ook prachtig zijn! Het blitz-dammen leidt in ieder geval niet tot mooie partijen. "Maar wat als er dan twee winnaars zijn?" Dan hebben we, net als bij het grootste schaaktoernooi ter wereld (Wijk aan Zee), twee winnaars! En niemand die zich daar om bekommert!

Ook is het misschien een idee om het 'Open-toernooi' gewoon ('Zwitsers') zijn gang te laten gaan en niet met één of andere onnatuurlijke finale aan te komen, waar maar weinig dammers (laat staan niet-dammers!) iets van snappen. Met het Zwitsers Systeem is er altijd al één winnaar. 

Overigens is het 'iets uit te proberen' helemaal niet erg, maar na decennialang in de weer te zijn geweest met sneldammen, blitz, plus- en min-remises en weet ik wat al niet meer, is het misschien wel eens tijd om iets 'de andere kant op' uit te proberen. Ruim 30 jaar versneld dammen heeft in ieder geval (volgens mij) bar weinig opgeleverd; het enige dat deze periode kenmerkt is het grote ledenverlies! 

woensdag 26 augustus 2015

Apeldoorn...

Door Tjalling van den Bosch

Apeldoorn (Nedersaksisch: Apeldoorne) is een stad in de (Nederlandse) provincie Gelderland. Apeldoorn vervult een centrumfunctie in de agglomeratie met Deventer en Zutphen, die bekend staat als de Stedendriehoek. Daar laten we het bij wat de stad betreft; we gaan in dit epistel iemand onder de loep nemen die luistert naar de naam:

Jan Apeldoorn . . .

Jan Apeldoorn kwam in 1958 (als 22-jarige) in aanraking met het damspel; hij werd lid van DCIJ, het roemruchte 'Damclub IJmuiden'. Alras kwam Apeldoorn erachter dat hij op damgebied geen hoogvlieger was, maar zijn liefde voor het dammen weerhield hem ervan om de sport de rug toe te keren. Daarom stortte hij zich in de organisatie van zijn club; jarenlang vervulde hij toegewijd een functie als bestuurder. Daarnaast mocht hij ook graag 'pluizen' in de historie van DCIJ; in 1975 verscheen van zijn hand het boek 'Een halve eeuw damclub IJmuiden', waarin hij de geschiedenis van de club en haar leden beschreef.
Zijn belangstelling voor de geschiedenis van het dammen bleef; het zette hem ertoe aan om ook een boek te schrijven over de strijd om de wereldtitel dammen vanaf 1885! 

100 jaar WK Dammen . . .

Ruim 30 jaar geleden vatte de heer Apeldoorn dus het plan op om een boek te schrijven met als thema 'Honderd jaar strijd om de wereldtitel dammen'; dus de periode 1885-1985. Hij begon ermee, maar het kwam niet af . . .; diverse oorzaken lagen hieraan ten grondslag. Het leek erop dat het boek er nooit zou komen, totdat hij en zijn vrouw besloten om 'kleiner te gaan wonen'! Dit hield in dat de schuur en de zolder, waar ontzettend veel spullen lagen opgeslagen, drastisch moesten worden opgeruimd. 
In een oude kist kwam hij de papieren tegen, waar hij bijna 35 jaar eerder aan had gewerkt. Bij het doorlezen van het materiaal werd hij (gelukkig) steeds enthousiaster om 'het toch af te maken'. En zie daar, anno 2014, verscheen 100 jaar WK Dammen; een monumentaal boek (bijna 650 pagina's!), waarin de historie aan de hand van toentertijd verschenen boeken en tijdschriften aan u wordt gepresenteerd. 
Het boek verscheen in een prachtige en (heel belangrijk) stevige omslag. Aan de hand van diverse diagrammen neemt de schrijver u mee naar het begin van de strijd om de titel 'Wereldkampioen dammen'.

Genieten . . .

Uw penneleur kocht het boek tijdens het Open NK 2015 (in Heerhugowaard) en geniet nog steeds van het monnikenwerk van Apeldoorn.Vroeger had ik niet zo'n belangstelling voor 'het dammen van voor de tweede wereldoorlog'. Mede door het schrijven van epistels voor dit blog ontstond er bij mij toch 
enige interesse. Door het boek van Jan Apeldoorn is er nu bij mij een goed historisch beeld ontstaan; dank aan de schrijver, grote dank!! Het kapitale boek kost slechts 25,00 euro; het mag niet ontbreken in de boekenkast van een zichzelf respecterende dammer. 

Wie, o wie zou het op zich willen nemen om een boek te schrijven over het: WK Dammen in de periode 1985-2015 . . .?
Bij Jan Apeldoorn hoeft men hiervoor niet aan te kloppen, daar is hij stellig in: "Na 1985 wordt de wereldtitel vaak beslist met een potje sneldammen of blitz of plusremises. Dat vond en vind ik een gruwel". Jammer natuurlijk, maar we moeten de mening van Apeldoorn respecteren.

Uit het boek 100 jaar WK Dammen een diagram uit het eerste toernooi om de wereldtitel dammen (Amiens 1885): Uit de partij Nicod-Deshayes; wit speelt hier 33-29  en dreigt nu natuurlijk met 27-22, iets dat zwart natuurlijk doorziet, dus  (12-17). Nicod komt nu toch met  27-22, waarna het als volgt verder ging:  (18x27)  31x11  (6x17)  29x18  (13x22)  en nu,  37-31  (26x28)  39-33 (28x30)  35x2  en wit won.


Het (eerste W.K.) toernooi werd een prooi voor dr. Alfred Dussaut uit  Bordeaux; de Fransen overheersten 'ons' dammen in de eerste helft van de periode die Apeldoorn beschrijft in zijn boek.
Daarna werden de prestaties van de dammers uit het land van Marianne (een uitdrukking die Apeldoorn frequent gebruikt in zijn boek) minder; uiteindelijk zouden de Fransen het contact met het hoogste damniveau volledig verliezen, tot 2015 . . . ??
Dat zal de toekomst uitwijzen, maar voorlopig is er (Franse) hoop in de persoon van Kevin Machtelinck (hij doet trouwens niet mee aan het komende WK Dammen te Emmen; Arnoud Cordier houdt dan de Franse eer hoog!). Tijdens het Open NK van 2015 moest tienvoudig wereldkampioen Alexey Chizhov er aan te pas komen om de Franse jongeling (Machtelinck) van de titel af te houden. 

Het boek 100 jaar WK Dammen is te bestellen door € 29,90 (4,90 verzendkosten, in Nederland!) over te maken op  NL47 INGB 0669 6711 69  ten name van J.M. Apeldoorn, IJmuiden. Vermeld wel uw postadres!





 

woensdag 19 augustus 2015

It giet oan...

Tekst: Tjalling van den Bosch
Techniek: Rein van der Pal

'It giet oan'; legendarische, vaak geciteerde woorden waarmee Henk Kroes, voormalig voorzitter van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden, in 1997 het doorgaan van de vijftiende Elfsteden tocht (op de schaats) aankondigde. Ook nu nog worden de woorden, vaak met een knipoog, gebruikt.

Onderlinge . . .

Volgende week donderdagavond (27 augustus 2015), om 20.00 uur, begint de onderlinge competitie (seizoen 2015-2016) van Damclub Huizum; met andere woorden 'it giet oan'. Uit een eerder epistel op dit blog (Hét excuus . . . - van maart jl.-) heeft u kunnen opmaken dat het 'gezond én noodzakelijk' is voor mannen om: 'competitief tijd door te brengen met andere mannen'. Het is niet iets dat uw penneleur heeft verzonnen; 'de wetenschap' komt na onderzoek tot die conclusie!!

Dus leden van Damclub Huizum en nieuwe leden kom naar de onderlinge. Voor de eventuele nieuwe leden: de thuishaven van Damclub Huizum is Zalen Tivoli, Huizumerlaan 59 te Leeuwarden (volop parkeerruimte).

Kampioenen . . .  

Even in het prachtige jubileumboek van Damclub Huizum (75 jaar -1932 t.e.m. 2007-) duiken; de eerste clubkampioen (seizoen 1932-1933) was J.H. Schouten. Er werd in dat seizoen in drie klassen gestreden(!); het was voor de jubileumcommissie (en de makers van het boek) niet mogelijk om de kampioenen uit de tweede- en derde klasse te achterhalen.
In de eerste decennia van onze club ging de titel vaak over in andere handen; één naam valt op: D.Weistra. Deze Weistra (misschien familie van ons huidig lid Folkert?) werkte zich via de 'lagere' klassen op tot (meervoudig) clubkampioen.
Verder prijken er bekende dammers op de erelijst; natuurlijk Harm Wiersma, maar ook Oebele Hoekstra, Menno Bandstra, Pieter Bergsma en Auke Scholma. Jannes van der Wal reikte nooit verder dan het zilver! Onze huidige secretaris (Anton Schotanus) is natuurlijk niet weg te denken; hij schreef de titel (kampioen van de Huizumer ondelinge) meer dan 30 maal op zijn naam. Ook het komende seizoen (2015-2016) is hij titelverdediger.

In het epistel van een jaar geleden (Onze onderlinge 2014-2015.... -augustus 2014) zijn enkele fraaie uitspraken van bekende Huizumers (over de onderlinge) opgenomen; 'bladert' u maar eens 'terug'.

A. Schotanus - P. Bouma 2011
Piet Bouma veroverde tot dusver één keer het clubkampioenschap van Huizum en zal de huidige titelhouder op de Adelaarskalender niet meer achterhalen. Bouma gaat niet gebukt onder de negatieve onderlinge score en slaat soms venijnig terug zoals in het seizoen 2010-2011, toen hij een paar keer achter elkaar won.
De oud-clubkampioen van Workum zet dit eindspelletje op voorbeeldige wijze in winst om:

1...27-31! 2.26x37 44-50 3.37-32 (Op 3.33-29 volgt 50-33!) 50x09 4.32-28 09-13 5.28-23 13-35 6.23-18 35-40!! (Merk op dat 6..35-49 7.38-33 49-44 etc. niet wint) 7.18-13 40-49! en wit geeft op.


P. Bouma - A. Schotanus 2013
Daarna is het weer de beurt aan Anton Schotanus om toe te slaan, zoals hij dat altijd heeft gedaan: 1...23-28! 2.38-33? (Met 2.31-26 22x31 3.26x37 kon wit nog van zich af bijten) 2...14-20! 3.42-38 (Op 3.33-29 volgt het hielslagje met 13-19 en 04-09) 3..20x29 4.33x24 18-23! 5.27x29 38-32 6.38x27 17-22 7.27x18 12x45 0-2

Goede opening, sterk middenspel en een geniepig zetje ter afronding.


Naast genoemde hoofdrolspelers zullen ook Erwin Heslinga en Anne Piet Kooistra zich gaan mengen in de strijd om het clubkampioenschap. Videbimus lector!


woensdag 12 augustus 2015

My brilliant brain...

Door Tjalling van den Bosch 
 
De aanhef gaat inderdaad niet over uw penneleur, maar is de titel van een driedelige serie documentaires over de extremen van het brein. Elk deel heeft telkens een andere 'ondertitel', namelijk: Make Me a Genius, Accidental Genius en Born Genius. 
 
In Make me a Genius speelt schaakster Susan Polgar de hoofdrol. Susan moet u toch op zijn minst kennen van de Polgar-cyclus, van afgelopen jaar (2014), op dit blog. Men volgde Susan tijdens schaakpartijen en tijdens wetenschappelijke onderzoeken die zij onderging ten behoeve van de documentaire.
Enkele uitspraken van Susan Polgar in de documentaire zijn:
"Elk gewoon kind, kan een genie worden".
"Gespecialiseerde training is belangrijker dan buitengewoon talent".
"Een kind moet wel interesse hebben in het gekozen gebied".
"Een genie = hard werk + gelukkige omstandigheden".
 
Eén moment in de uitzending trok mijn (extra) aandacht: Susan zat op een terras in Thomsonstreet te New York, terwijl ze met het schaakspel in de weer was. Op een gegeven ogenblik reed een (kleine) vrachtwagen voorbij, met op de zijkant een 'schaakstelling'; Susan kreeg een korte glimp van zo'n 3 seconden van de stand te zien. Hierna vroeg men haar om de stelling op het schaakbord te zetten, wat haar zonder problemen lukte; het betrof een stelling van 14 witte en 14 zwarte stukken.
 
Enige tijd later gebeurde het opnieuw; er reed dus weer een vrachtwagentje voorbij met een schaakstelling erop. Susan was nu alert en had duidelijk een iets langere 'kijk' op de stand, maar hoe ze het ook probeerde het lukte haar niet om de stelling te reproduceren! Wat was hier aan de hand(?); in de eerste uitvoering stond er een stelling op de zijkant van het vehicle welke in een partij kon voor komen. Tijdens de tweede poging was de stelling een waar 'krentenbrood', een als partijstand onmogelijke stelling dus. Susan Polgar legde later uit dat zij de eerste stelling snel in 5 stukken 'hakte' en dus geen 28 stukken onthield, maar 'slechts' 5. In de tweede stand was er (voor haar) geen touw aan vast te knopen, vandaar dat zij faalde.
 
Omgekeerd evenredig . . .
 
Schrijver dezes gaat dan bij het zien van een dergelijke documentaire de link leggen naar onze edele damsport. Ik ben dan wel een 'grote' dammer, over mijn prestaties kunnen we kort zijn: omgekeerd evenredig aan mijn enthousiasme (but that's the story of my live), maar toch ga ik zitten nadenken; 'hoe zouden uitzonderlijk goede dammers dit doen?'

Tijd voor een test(je) mijnerzijds: ik vond twee grootmeesters bereid om aan mijn experiment mee te werken. Ik liet ze een dambord zien met een 16x16-stelling erop welke vanuit de opening mogelijk was en beide konden na een korte blik de stelling vlot reproduceren. Daarna liet ik ze een probleemstand (krentenbrood) zien en met enige moeite lukte het beide ook om de stelling 'op het bord' te krijgen, alsmede de winstvoering! Ik was hierover verbaasd en heb toen een willekeurige stand op het bord gezet waar geen winst 'in zat', een stelling waarin de schijven onsamenhangend waren neergezet. Toen lukte het beide grootmeesters niet om de stelling te reproduceren, men kwam niet eens in de buurt.

Mijn conclusie is (voor wat het waard is) dat damtalent alleen niet voldoende is, maar veel studie (patroon-/stellingsherkenning) leidt tot grote kennis van zaken. Overigens kan ik u de documentaire over de extremen van het brein van harte aanbevelen (gewoon even googelen).
 
Brunssum . . .
 
Deze week draait Brunssum weer volop; uit het boek dat Martijn van Gortel over dit zomertoernooi schreef (Waarom Brunssum?) de volgende stelling, welke niet 'onmogelijk' is:
 
Wit speelt en wint!
 
De bovenstaande 20 om 20 is dan wel niet 'onmogelijk', maar toch wel absurd. In zijn boek verhaalt van Gortel uitgebreid over deze stelling. Een Afrikaanse grootmeester moest er de tijd voor nemen, maar kwam uiteindelijk wel met de oplossing:  29x18  (13x33)  38x20  (15x24)  27-22  (17x28)  32x23  (19x28)  30x19  (14x23)  31-27  (21x32)  43-38  (32x43)  34-30  zwart heeft nu keuze, maar het maakt geen verschil  (25x34)  40x18  (43x34)  18-13  weer keuze; dit is nog de beste  (8x19)  37-31  (26x37)  41x5.
 
Een korte samenvatting van het bovenstaande is: talent alleen is niet voldoende; veel arbeid (studie) is onontbeerlijk, om tot een hoog niveau te geraken . . .
 
 

 

woensdag 5 augustus 2015

Chucky...

Door Tjalling van den Bosch

Eigenlijk is het 'not done' dat een armetierig dammer als uw penneleur één van de geniaalste schakers aller tijden aanduidt als Chucky; toch is het in de (internationale) schaakwereld de ingeburgerde troetelnaam voor Vassily Mykhaylovych Ivanchuk. 

Vassily Ivanchuk
De Oekraïner Ivanchuk was één van de opvallendste deelnemers aan het (damtoernooi) Heerhugowaard Open 2015. Alhoewel opvallend(?); de eerste dag dat wij Ivanchuk (in Heerhugowaard) tegen het lijf liepen, had hij een prachtig (glanzend) op maat gesneden colbert van Armani aan.
Nadien paste Ivanchuk zich snel aan, en kon je hem alleen nog aantreffen in een outfit welke meer in overeenstemming was met de gebruikelijke kledij der dammers. 

Schaker . . .

Ivanchuk werd geboren op 18 maart 1969 in Kopychyntsi. Zijn eerste denksport was dammen(!); het toentertijd in de Oekraïne zeer populaire 'dammen op de 64-velden' wel te verstaan. Al snel ontdekte de jonge Vassily echter de edele schaaksport; hij beklom vervolgens (ook) snel de internationale ladder.
Zo won hij in 1987 het Europees Kampioenschap voor Junioren in Groningen en een jaar later won hij het internationale New York Open (bij de senioren wel te verstaan) met een indrukwekkende score (7½ uit 9); vóór een groot veld  gerespecteerde grootmeesters. Op 21-jarige leeftijd won Ivanchuk het prestigieuze toernooi in Linares, voor wereldkampioen Kasparov, die hij in het onderlinge duel versloeg! Het was vooral de manier waarop Vassily de zittende wereldkampioen versloeg, dat hij de harten stal van veel schaakliefhebbers (Ivanchuk 'wisselde' zijn lopers toen in voor paarden en dreef Kasparov in de hoek en liet hem toen niet meer ontsnappen). Kortom, Ivanchuk leek op weg naar de wereldtitel schaken.

Zenuwgestel . . .

Echter . . . Ivanchuk beschikte niet over een sterk 'zenuwgestel', iets dat een noodzaak is om op het hoogste niveau en op het juiste moment toe te kunnen slaan! Vassily kon op imponerende wijze 'grote' toernooien naar zijn hand zetten, maar hij kon ook opzichtig falen. Als schaker was hij 'voor alles' een purist, hij eiste perfectie (in zijn partijen) van zichzelf. Een mooi voorbeeld van dit laatste was een voorval tijdens het Hoogoven schaaktoernooi van 1996 (dat werd gewonnen door Ivanchuk).

Tijdens 'de Hoogovens' van dat jaar kon het publiek een partij aanwijzen, welke de winnaar een bedrag van 500 gulden opleverde. Ivanchuk kreeg deze publieksprijs toebedeeld vanwege zijn fraaie overwinning op Ivan Sokolov, echter . . . hij weigerde de prijs! Daar waar mannen als Kasparov en Karpov de enveloppe met inhoud snel (en diep) in hun broekzak zouden hebben weggestopt, vond Ivanchuk zijn partij tegen Sokolov niet perfect en weigerde de 500 gulden!

Ivanchuk, zo merkten de kenners in 1996 op, heeft een uniek, etherisch rapport met het spel; Hans Ree schreef toen bijvoorbeeld: "In gedachten verzonken, soms zwijgend, stond Ivanchuk voor het demonstratiebord, varianten proberend en weer verwerpend, alsof hij het publiek geheel vergeten was. Juist daardoor was het een indrukwekkend schouwspel. Een genie, de wereld vergetend, geheel
vervuld in zijn eigen rijke gedachtenwereld". 
Hoe het ook zij, Vassily Ivanchuk zou nimmer de hoogste eer voor zich opeisen, op het beslissende moment beschikte hij niet over de X-factor. Ivanchuk staat te boek (volgens schaakkenners) als: de meest getalenteerde (schaker) ooit. In 2009 kondigde Ivanchuk tijdens een zeer emotioneel interview zijn afscheid van het topschaken aan. Later zou hij daar schoorvoetend toch weer op terugkomen, maar echt 'potten breken' op het hoogste (schaak-)niveau zit er waarschijnlijk niet meer in.

Dammen . . .

Hoe kwam Ivanchuk in Heerhugowaard terecht? Ewel, hij is bevriend met onze wereldkampioen (en dus wel in het bezit van de X-factor!) Alexander Georgiev. Begin dit jaar (2015) nam Georgiev deel aan het Tata Steel Chess-tournament in Wijk aan Zee, dus moest Ivanchuk er ook een keer aan geloven. Ivanchuk damde lang niet slecht, maar stortte tegen het eind tegen enigszins in, misschien werd hij moe, of . . . Hij eindigde op een score van 7 uit 9 (voor schakers heel goed); Vassily won 2 partijen, speelde 3 maal remise en verloor er 4 (waarvan 3 in de laatste 4 rondes!). Oordeelt u zelf over de damkwaliteiten van Ivanchuk; al zijn partijen staan op Toernooibase Dammen (en waarschijnlijk binnenkort ook wel in Turbo Dambase).

Het is te hopen dat Ivanchuk vaker de dam-handschoen durft op te nemen; hij viel in Heerhugowaard in ieder geval meer op dan zijn vriend (Georgiev) in Wijk aan Zee!!