zondag 24 juni 2012

Pieter Bergsma


Fries zoals een Fries zou moeten zijn.

Door Tjalling van den Bosch


Pieter (of eigenlijk op z'n Fries: Piter) Bergsma is, op zijn 85ste verjaardag,
overleden. Op donderdag 21 juli 2012 om precies te zijn, hij werd dus geboren in 1927.

Iedereen die Piter heeft gekend heeft ook wel een verhaal over hem, dus ik
ook. Toen Harm Wiersma bijna 20 jaar geleden de degens kruiste met Alexei
Chizov (in een tweekamp om de wereldtitel) waren Piter en ik vaak bij
de partijen aanwezig. Op de slotdag werden we, na afloop van de laatste partij, uitgenodigd om ergens (in Leeuwarden) een hapje te gaan eten.

Ik kroop aan dezelfde tafel als waar Piter zat, ik verkeerde graag in zijn
omgeving, daar hij altijd wel een manier vond om één of andere discussie
op gang te brengen.
In een bont gezelschap kregen we het (door toedoen van Piter) over de
Nederlanse taal. Piter vond het belachelijk hoe men deze taal correct diende te schrijven. "Het Fries is trouwens niet veel beter", voegde hij er aantoe, "maar daar
hebben we het nu niet over".
"Het is toch onnozel dat je naar de vierde letter moet kijken, om te zien
hoe je de tweede letter dient uit te spreken"! orakelde hij.
Iedereen zat hem met open mond aan te horen. Om zijn statement kracht bij te zetten kwam hij met het voorbeeld: "Denk maar eens aan het woord 'kakken' !?!".
"Als de vierde letter geen 'k' is maar een 'e' dan staat er heel iets anders".
"Fonetisch schrijven is veel beter en ook veel begrijpelijker om aan kinderen
uit te leggen".
Iemand die wat tegensputterde kreeg de opmerking "ik zei dat het voor kinderen
veel begrijpelijker is" naar zijn hoofd geslingerd.
Afijn, hoe de discussie verder verliep weet ik niet, maar "we hadden praat".

En zo ging het altijd met Piter (hij wilde trouwens Piter worden genoemd en zeker
niet meneer Bergsma), of je nu bij hem in de auto zat of rustig aan een tafeltje,
of je het nu had over de politiek of het dammen, hij hield van het gesproken woord.

Als de lezer dezes meer over Piter te weten wil komen dan kan ik u verwijzen
naar de P.F.D.B.-site, hierop heeft Sietse Nagel een uitstekend stuk geschreven
over de man die ook wel "het geweten van dammend Nederland" werd genoemd.

Ik sluit af met Piter's "finest hour" (lekker Nederlands).
In 1968 werd Piter Nationaal Kampioen. Een prestatie die hij (vrij naar Calvijn)
nogal bagatalliseerde.
De jongelingen Wiersma en Sijbrands deden toen niet mee en die waren volgens
de nieuwbakken kampioen duidelijk van een hoger niveau.
Dat mag dan zo zijn, maar Piter bleef de concurrentie, bestaande uit o.a.
voormalig wereldkampioen Drs. Piet Rozenburg, Ir. Geert van Dijk, Wim van der Sluis en Anton Schotanus, ruimschoots voor.

Als dammer was Piter mijn inziens vooral een practicus, van diepgaande openingstheorie moest hij het zeker niet hebben, hij week in de opening dan ook graag af van de ge-ordende (ik doe er maar even een streepje tussen anders is het woord volgens Piter niet goed leesbaar) banen.
Tegenstanders probeerden hem ook altijd in klassieke structuren te krijgen, want
volgens overgave was Piter dan niet op z'n best.
Maar Piter was handig, zie het volgende voorbeeld uit het Nederlands Kampioenschap
van 1968.

Wit: Pieter Bergsma (zo staat hij nu eenmaal ingeschreven bij de K.N.D.B.)
Zw.: Cees Varkevisser



Ook in deze partij gold dat de zwartspeler "klassiek" wilde en Piter dit op alle manieren probeerde te verhinderen en nu komt het aan op rekenkunst (handigheid).
Als men de stand in een oogopslag bekijkt lijkt er misschien niet zoveel aan de hand,
edoch:

1.40-34 08-12? 2.33-28! ja een uitroepteken, want hoe moet zwart verder, na zetten als 12-18 en 13-18 gaat zwart een schijf inleveren en ook na het waarschijnlijk geplande 14-20 gaat er een schijf voor zwart verloren, dus:
...24-29 3.34x23 15-20 4.42-37 20-24 5.43-38 13-18 6.38-32 18x29 7.28-23! 19x28 8.32x34 14-19 en na 27-22 en 26-21 geloofde zwart het wel.

Rêst sêft, Piter . . .

maandag 4 juni 2012

Piet Bouma


Creëert en bewandelt nieuwe wegen

Door Tjalling van den Bosch


Onze hoofdpersoon is geboren te Workum op 9 november 1961.
Kwam op jonge leeftijd, bij damclub Workum, in aanraking met
onze sport. Daarna transfereerde hij zichzelf naar Damclub Huizum.
Deze periode duurde niet zo lang, want men kon in Friesland
geen werk voor hem vinden en dus "emigreerde" hij naar het
nieuwe land (!) . . . Almere. Hij werd lid van damclub Huizen!

Na enkele jaren miste Friesland hem schijnbaar toch en kon hij,
in Harlingen, aan het werk bij een woningcoöperatie. Hij werd toen ook weer snel lid van onze club.

Piet damde niet alleen, hij werd onder andere ook bondsraadlid
van de K.N.D.B., verzorgde de jeugdrubriek voor de P.F.D.B.-er en
ontwikkelde toernooibase. Voor dit laatste behaagde het de K.N.D.B. om hem te onderscheidden met de promotie- en vernieuwings-prijs!! (zie foto)

Toernooibase is een programma waar men dampartijen in kan opslaan(en dus naspelen) en waarin men uitslagen van wedstrijden van "over de hele wereld" kan opzoeken.
Het programma is vrij beschikbaar voor een ieder en een paar jaar
geleden heeft Bouma "toernooibase" (gratis) overgedaan aan de K.N.D.B.

Een uitgebreider damprogramma is turbodambase van Klaas Bor. Met dit programma kan je niet alleen partijen invoeren en bekijken, maar men kan ook partijen laten analyseren, de "theorie" er op na slaan, partijen tegen de computer spelen en nog veel meer. Dit programma kan men (voor een relatief klein bedrag) aanschaffen.

Piet werd in de periode dat hij voor Huizen damde regelmatig geterroriseerd
door J.T. (nee, niet Johan Teake Dekker) met de eis om stukjes te schrijven
voor ons clubblad "de Huizumer".

In één van zijn epistels sloot Bouma af met zijn "enige serieuze nederlaag"
tijdens zijn ballingschap !

Wit: Klaas Bor (jaja, vadertje turbodambase)
Zw.: Piet Bouma (het toernooibase-brein)



Onderlinge Damclub Huizen, 17-10-1989 Bouma schrijft:
Na 1...12-18 2.31-27 3-9 3.38-33 9-14? 4.33x22 17x28 5.42-38
moest ik een schijf (25-20) offeren, hetgeen genoeg bleek voor de witte winst.

Parti Bonnard

In dit speltype heeft Bouma de nodige successen behaald.
Zelfs zoveel, dat Rein van der Pal in 2011 de Coup Bouma introduceerde!
Zie hiervoor in het archief van deze site naar de partij Bouma-Schotanus (geplaatst 23 januari 2011).

Het volgende fragment komt uit een heuse barrage die Piet ooit speelde
om het kampioenschap van Workum !

Wit: Piet Bouma
Zw.:H. de Vries



Het ging als het volgt verder: 1.33-28 4-10? 2.28x19 14x23 3.39-33 11-17 4.46-41
HOOO, dit doet schrijver dezes denken aan een partij van (naar ik dacht) Gabiël Heerema tegen Tjalling Oegema.Alhoewel de stand niet identiek is, werd in die partij nu (7-11) gespeeld en werd zwart weggecombineerd met 37-31 (26x39) 38-33 (39x28) 27-22 en nu maar gewoon blijven slaan!! Ik moest het even kwijt (!), we gaan verder met Bouma - de Vries.

...17-21 5.40-35! 7-11 6.27-22 18x27 7.29x07 20x40 8.35x44 25x34 9.07-01 27-31 10.01x40 31-36 11.33-28 36x47 12.37-31 26x37 13.32x41 47x36 14.28-22 36x18 15.40x05 en de totaal overblufte witspeler gaf zich gewonnen. . .

Dat Piet ook een Parti Bonnard kan tegenspelen kunt u zien als u naar toernooi-
base gaat. Klik aan partijen, zoek dan uit de database Bouma, Piet op en ga naar de partij Nico Lugthart-Piet Bouma uit 2006, veel plezier . . .

Tot slot moeten wij nog even Bouma's "finest hour" aanhalen.
In het seizoen 2010-2011 behaalde hij de titel "Kampioen van Damclub Huizum"! ad'acta . . . .

Anne Piet Kooistra


Doctorandus

Door Tjalling van den Bosch (Foto S. Nagel)

Op de huidige ledenlijst (seizoen 2011/2012) hebben we (Damclub Huizum)
één Piet en tweemaal Anne staan en één keer een Anne Piet. Deze inleiding slaat nergens op, maar je moet ergens mee beginnen!

Anne Piet Kooistra is doctorandus in de bedrijfseconomie met een specialisatie
in de accountancy. Hij bekleedde door de jaren heen diverse bestuursfuncties, zo was hij acht jaar lang penningmeester van de P.F.D.B.

Hij is geboren en getogen in Achlum en kwam op jonge leeftijd in aanraking
met het dammen. De jeugdclub van de, helaas ter ziele gegane, Achlumer DamClub stond toen onder de bezielende leiding van Marten van Dellen.
Op latere leeftijd zou Anne Piet de leiding hiervan overnemen (van zijn
leermeester dus).
Heel wat kilometers heeft hij afgelegd (met de jeugd), in zijn (rode) sportbolide.
De jeugd uit Achlum en omstreken was namelijk, onder het regime van onze
hoofdpersoon, zeer succesvol.
Niet alleen de jeugd van Achlum ging (dammend) met sprongen vooruit, ook
de rechterhand van jeugdleider Kooistra (Tjerk Fennema) stak veel op van de,
goed voorbereidde, lessen!

Al vrij snel ging Kooistra "landelijk" dammen voor Damclub Huizum.
Na een korte gewenningsperiode kwam hij "vast" in de hoofdmacht terecht.
Zoals men van een accountant mag verwachten kan hij goed rekenen, daar komt
nog bij dat A.P.K. ook oog heeft voor bepaalde handige (combinatieve) afwikkelingen.
Zeker in "dunne standjes" heeft hij een neus voor "het verrassende".
En mooi voorbeeld hiervan is zijn overwinning op Johan Sterrenburg.

Wit: A.P. Kooistra
Zw.: J. Sterrenburg




Zwart aan zet.
Sterrenburg had in een eerder stadium al eens remise aangeboden, maar A.P.K.
"wilde nog even zien" !?!

1...29-34? 2.38-33! 28x39 3.10-04 13-19 4.04-10 19-24 5.10-15 24-30 5.15-29! en na het slaan "dubbele oppositie"!

Nog zo'n "grapje" van onze doctorandus . . .

Wit: J. Rademaker
Zw.: A.P. Kooistra





Hier speelde zwart nu 1...41-47. Wit vond sluiten met 43-38 link in verband met (19-23), dus 2.33-28? 19-23! 3.28x19 47-24 en zwart gaf, na enig nadenken, de pijp aan Maarten!

Maar ook in een iets "vollere" stand kan Anne Piet goed uit de voeten.
Zijn tegenstander, in de volgende diagram, is niemand minder dan voormalig
Fries kampioen Erwin Heslinga. Erwin is ook een bijzonder handige speler en dat je juist zo iemand in het stof kan laten bijten maakt het zoet van de overwinning alleen nog
maar zoeter !

Wit: A.P. Kooistra
Zw.: E. Heslinga




Merk op dat schijf 41 er wat bijhangt en juist door die schijf zal Kooistra
straks zijn manouvre kunnen uithalen.
Zwart komt in deze met

1...24-29 !?

En wit staat verloren, er dreigt simpel 29-33! 27-22 is uit den boze !
39-33 is verboden vanwege een doorbraak naar 44.
39-34 (29x40) 35x44 mag niet vanwege (14-20) 25x14 (19x10) etc.
39-34 (29x40) 45x34 mag ook niet vanwege (23-29) 34x23 (16-21)
27x16 (26-31) 37x26 (7-11) met na het slaan een dam op 46, dus moet
wit offeruhh. . . .trrrrrrrring trrrrrrring wat nou weer ?
Wat hoor ik nu hij speelt wel . . . . ?!?!?

2.39-33 Nou ja dan krijg je hem om de oren . . .29-34 3.30x39 23-29 4.33x24 19x30 5.35x24! 16-21 6.27x16 07-11 7.16x18 13x44 Ooooooh . . .
8.24-19!! 14x23 9.32-28 23x43 10.48x50 de bedreiger bedrogen, wit wint een schijf en de partij !

Ik vind het vermakelijk dat juist schijf 41 zo'n belangrijke rol speelt
in deze afwikkeling. Als deze schijf (zoals het hoort !?!) gewoon op 36
staat dan was dit allemaal niet mogelijk geweest !

Alleen al vanwege de drie bovenstaande voorbeelden kan ik u aanraden
om met uw belasting- en administratieve problemen eens aan te kloppen
bij Anne Piet Kooistra . . .

zondag 3 juni 2012

Dammen

Quo vadis Door Tjalling van den Bosch

Het lijkt wel of er iets aaHet n ons edele damspel mankeert!

Eigenlijk is men in de damwereld (eigenlijk al vanaf het begin) bezig de regelgeving aan te passen met als doel de remisemarge te verkleinen.
Is dit terecht? We nemen het één en ander eens onder de loep.

We beginnen met de vraag: "is het damspel machtiger dan de dammers, of is het andersom?" Dit laatste is voor het grootste gedeelte zeker niet zo, het zou misschien op het allerhoogste niveau zo kunnen zijn, alhoewel ik daar ook mijn twijfels over heb! Voor de massa, laten we zeggen "van huisdammers tot 1400-rating spelers", geldt dit, mijns inziens, zeker niet!

Zou de stelling dan moeten zijn: "Van 1400-rating spelers tot en met de absolute (smalle) wereldtop, is dammen een remise-spel!"?
Ook daarover heb ik mijn twijfels, want als ik bijvoorbeeld zie hoeveel kansen
er in het laatste N.K. (Heerhugowaard 2012) en in het Russisch Kampioenchap (2012)
worden gemist, dan moet je toch concluderen dat een (eventuele) remise-misére niet wordt doorbroken omdat spelers het spel te machtig zijn, maar juist andersom!

Jaren geleden publiceerde Auke Scholma in zijn onvolprezen damrubriek in de Leeuwarder Courant een epistel over het missen van kansen op het hoogste niveau.
Hierin kwam hij met voorbeelden van topspelers (niveau wereldtop) die een
"één á twee zetten diepe winstvariant" hadden gemist! Dit gebeurde vaak onder tijdsdruk! Zou de conclusie dan moeten zijn: "spelers hebben baat bij een tragere tijd/zetten verhouding!"?
Dit laatste zal velen tegen de borst stuiten, want men is al deccenia-lang op zoek
naar het versnellen van de tijd/zetten-verhouding!?!
Dus "minder tijd, meer zetten"!
Propagandisten hiervan voegen er dan vaak aan toe: "en daardoor meer spanning en sensatie"!?

Voor mij is dammen niet alleen een wedstrijdsport maar het heeft ook iets "artistieks"in zich, waaraan ik (in ieder geval) tijdens de partijen maar zeker ook na afloop veel plezier beleef.
Als de stelling op het bord concreet is, ja dan is het een kwestie van goed rekenen,
maar zeker als de stelling abstracter is en je "op eigen kompas moet varen"
ja, dan moet men ook creatief zijn.
Misschien is de damsport niet gebaat bij regels die het dammen alleen maar richting
wedstrijdsport duwt, maar juist regels die de status verdedigen van een hoogstaande
nobele kunstvorm, die mensen veel plezier en genot verschaffen.

Ook de K.N.D.B. probeert zo nu en dan, in de landelijke competitie, het één en ander uit.
Ongeveer een jaar of tien geleden was daar plotseling de 3-0 voor een overwinning.
Het werd geen onverdeeld succes.
Als ik het goed begrijp wil men nu het speeltempo veranderen, waardoor de clubs
allemaal electronische klokken moeten aanschaffen.
Als dit maar niet tot gevolg heeft dat clubs (of dat clubs teams) uit de bovengenoemde competitie gaan terugtrekken !
Het tempo dat de K.N.D.B. wil gaan invoeren is (als ik het goed begrijp) 80 minuten p.p.p.p. + 1 minuut per zet erbij.
Dus als je een prachtige (volle) partij speelt, daardoor veel tijd verbruikt: vanaf de opening (spannend) en ook het (moeilijke) middenspel, dan moet je het in de beslissende fase (als straf?!) met (te) weinig tijd doen.
Ik snap ook niet waarom onze nationale bond het speeltempo wil veranderen, het kan toch niet de bedoeling zijn om clubs op kosten te jagen, de enige die baat heeft bij de verkoop van electronische klokken zijn toch alleen de verkoper/producent ?

Ik blijf het úberhaupt een gruwel vinden dat men de tradionele wedstrijden
(daarmee bedoel ik de partijen van 50 zetten/2 uur etc.) probeert te veranderen,
al is het alleen al op nostalgische gronden zijn.
Ik vind partijen met versnelde bedenktijd (blitz, rapid, etc.) prachtig, maar ik vind
het sportonwaardig als men bijvoorbeeld de tweekamp om het wereldkampioenschap
moet afraffelen (tegenwoordig in sets), waarbij op het eind de klok bepaalt wie zich
's werelds beste mag noemen.

"Maar er moet iets veranderen, want anders speelt men 20 keer remise !" ???
Ik begrijp het probleem, maar misschien komen er meer beslissingen bij meer bedenktijd !Geef de (absolute) topspelers mogelijkheden om hun talenten maximaal te benutten . . . .

"Je moet met de tijd mee gaan!"
Dat zal wel, maar je moet niet aan de basis van sport komen, in diverse sporten zijn
bepaalde vernieuwingen daarom weer teruggedraaid, juist vanwege het feit dat de
essentie van de betreffende sport te kort werd gedaan.
Denk hierbij aan het wielrennen, waar men op een gegeven ogenblik een bepaald soort
fiets weer heeft afgeschaft.
Of bij het tennissen waar men de dubbel-besnaarde rackets niet meer mag gebruiken
en kort geleden heeft men in de zwemsport de speciale pakken, die het drijfvermogen
verbeteren, nog verboden.
Dus alle veranderingen zijn geen verbeteringen, de verbeteringsdrang kan het
"wezen van sport" aantasten en daarvoor moet men mijns inziens waken !
Men kan namelijk ook een sport verkwanselen !
Dit is bijvoorbeeld gebeurt met een (kleine) Friese balsport het kaatsen !
Hierin heeft men zoveel veranderingen toegestaan dat inderdaad de essentie van
die sport totaal verdwenen is !!

Als laatste wil ik het nog even hebben over: "twee rondes op één dag".
Dit vind ik helemaal niets !
Je mag toch niet verwachten dat een dammer na een partij van zo'n 5 á 6 uur nog in
staat is om nogmaals een goede partij te spelen !
Je jaagt toch ook geen wielrenners met verplichte "hongerklop" een berg op om te zien
wie dan het snelste is !
Er zullen heus wel (commerciele ?) redenen zijn om een toernooi in een zo kort mogelijke tijdspanne af te werken, maar er zijn grenzen natuurlijk . . . .

Al het bovenstaande is bedoelt als overpeinzing voor de zomer, prettige (dam)vakantie . . .

Postscriptum: Huizumer Highlights gaat deze zomer onverdroten door . .

zondag 27 mei 2012

Jan T. Terpstra


Door Tjalling van den Bosch

Dammen, dammen, dammen.

Jan Terpstra met een T ertussen, welke zou kunnen staan voor
"Toernooitijger".
Het aantal toernooien dat onze hoofdpersoon per jaar afwerkt is
ongelooflijk.

Om te beginnen zijn daar de ééndagstoernooien waar hij "acte de présence"
geeft zoals Woudsend, Twijzelerheide, Sneek, Zwaagwesteinde, Zwartsluis,
Kampen, Hardenberg, Lunteren om er paar eens een paar (?) te noemen.
Ook ontbreekt Terpstra niet op meerdaagsetoernooien (een selectie):
Bunsschoten, Amersfoort, Amsterdam (paastoernooi), Wageningen (N.K. senioren),
Brunssum, Nijmegen, Den Haag (helaas ter ziele gegaan), Heerhugowaard,
Groningen, Delft.

Ook trekt Jan zonder problemen de grens over onder anderen:
Salou, Praag, Berlijn, Parijs, Tavira (Portugal).
En zelfs heeft hij ook al eens ons continent verlaten voor het toernooi
in Thailand ("Der mut toch iemand op Hidde passe, juh").
Bedenk daarbij dat Terpstra ook nog eens trouw de "onderlinge" van
onze club bezoekt, uitkomt (zowel landelijk als provinciaal) voor de
diverse teams van Huizum en ook nog aan diverse kampioenschappen,
welke onder de vlag van de P.F.D.B. worden georganiseert, deelneemt.
Ja, dan kunt u zich de ondertitel boven dit epistel wel voorstellen.

Mijn eerste ontmoeting met Jan Terpstra moet al ruim 40 jaar geleden
hebben plaatsgevonden tijdens één van de vele zaterdagtoernooien die
Fryslan toen rijk was.
Hij was toen nog uitgedost met een weelderig bos haar en met een
Caballero (zonder filter) in de aanslag (beide heeft hij ondertussen
afgeschaft).

Toen ik, na een ballingschap van zo'n 15 jaar ,mij weer in de (Friese) damwereld
meldde (midden jaren negentig) viel het mij op dat Jan zich vrijwel probleemloos
plaatste voor het (individuele) Fries Kampioenschap.
Op die bewuste avond rammelde hij Sjoerd Koopman van het bord, ook Teake
Kooistra werd al eens slachtoffer van Jan zijn dadendrang, dat ging als het volgt:

Wit: T. Kooistra
Zw.: J.T. Terpstra




Wit is eigenlijk overspeeld, 32-28 is na (22-27) vanwege allerlei tactische
wendingen meteen uit dus:
1.40-35? 26-31! 2.37x26 22-27 3.32x21 18-23 4.29x09 20x49 5.19-14 49x04 6.14x05 15-20
7.39-34 20-24 8.05-37? 04-13
Het dreigende (24-30) kan niet gepareerd worden met 34-29 wegens 13-31! Zwart wint.

Op de vraag van de lezer "damt hij weleens niet ?" kan het antwoord
kort en bondig zijn: "NEE", want Jan doet ook nog (!) mee aan het
Nederlands Kampioenschap correspondentiedammen.
Of eigenlijk moet ik zeggen deed mee, want "ze bruke tegenwoordig altiid
de computer juh, daarom vind ik er niks meer an".
Het mechanische "brein" weerlegt de hersenspinsels van Jan te gemakkelijk.
Toch heeft Terpstra tijdens dit dammen "per briefkaart" (ja, zo ging dat toen)
ook de nodige slachtoffers gemaakt.

We pakken nogmaals de jubileumuitgave van "Huizum 75 jaar" erbij, hierin schrijft
Rein van der Pal:
"In de finale treffen de beide spelers elkaar tweemaal.
Frits Luteyn weet in de eerste partij, tegen Jan, met een uiterste krachtsinspanning,
remise uit het vuur te slepen.
In de tweede partij gaat de meervoudige correspondentiekampioen van Nederland ten
onder.

Wit: F. Luteyn
Zw.: J. Terpstra




NK correspondentiedammen 1984

Jan Terpstra schuwt de strijd niet en speelt tegen iedereen op winst.
De contouren van een wilde aanvalspartij zijn nog duidelijk zichtbaar.
Wanneer de witspeler zich in de diagramstand de zet 37-31 (?) laat ontglippen
gaat de vlag in huize Terpstra in top.

1...22-28 ! 2.33x22 23-28 3.32x34 24-29 4.34x23 25-30 5.35x24 20x36! De nu onstane situatie werd door Jan snel in twee punten omgezet en kon zijn
tegenstander op vakantie!"

Een oud gezegde is; "Hij die ver reist kan veel verhalen".
De mensen die Jan Terpstra niet kennen zullen zich misschien afvragen of hij
zelf nog iets te vertellen heeft of dat er anderzijds nog iets smeuïgs valt te
vertellen over onze hoofdpersoon, ook hierop is het antwoord: NEE !
dammen, dammen, dammen . . . .

zondag 20 mei 2012

Johan Demasure

Door Tjalling van den Bosch

Het dam"geweten" van België en wijde omgeving

Ik ontmoette, voormalig schoolhoofd, Johan Demasure voor het eerst
in 2007 tijdens "Salou" van dat jaar.
Hij was hoofdscheidsrechter en wat mij opviel was dat hij een enorme
autoriteit uitstraalde.
("Silence please, concentration, play", zelfs de oudere en dovere spelers
voelen dat het "op het punt van beginnen" staat.)

Demasure is op aanraden van Nina Hoekman (Jankovskaya) de "huisarbiter"
van "Salou" geworden en dus kwam ik (als trouwe "Salou"-ganger) hem in de
jaren hierna altijd tegen.
Wat mij opviel was dat hij inderdaad "streng doch rechtvaardig" de reglementen
van de F.M.J.D. nastreefde, maar dat hij ook oog had voor de "gewone" dammer.
Hij voelt de sfeer van een toernooi altijd goed aan, zo maakte hij in Salou
(voorafgaande aan de eerste ronde) duidelijk dat de mobiele telefoontjes
moesten worden uitgeschakeld.
Mochten die toch "afgaan" dan diende men de arbiter, na afloop van de ronde,
van een consumptie te voorzien.
Nog nooit zijn er zoveel telefoontjes afgegaan !
Het was die avond, op het terras, nog lang onrustig . . . . .

Johan en zijn vrouw Krista zijn aimable mensen.
Ze wonen in het westen van Vlaanderen, omgeving Kortrijk.
Als ik het goed heb zijn er drie zoons voortgekomen uit hun huwelijk.
Die vervolgens weer voor 6 nakomelingen hebben gezorgd.

Johan kwam pas op latere leeftijd, tijdens het opgroeien van zijn zoons,
in aanraking met het dammen.
Bert en Tijs waren goede dammers, maar door drukke werkzaamheden zijn hun
damactiviteiten wat naar de achtergrond gedrukt.

Niet bij Johan, hij is altijd in alles was hij deed (en doet) een perfectionist.
Niet alleen voor de kleine Belgische damgemeenschap is hij (zeer) belangrijk,
nee ook voor het dammen wereldwijd is Demasure van grote betekenis.
Jaarlijks organiseert hij het Belgisch kampioenschap en is hij lid van het
bestuur van de F.M.J.D.
Tevens is hij internationaal arbiter, spreekt minstens drie talen (Frans,
Engels en Nederlands) vloeiend en beheerst (vrij naar voormalig I.O.C.-lid Anton Geesink)
de "statuten en reglementen" als geen ander.

Geheel in lijn met een oud Chinees spreekwoord ("verachtelijk is hij die onrecht
bespeurt en het niet (be)noemt") zal hij eventuele misstanden binnen de
Internationale (of Belgische) damorganisatie aan de kaak stellen.

Op zoek naar de dammer Johan Demasure zag ik dat hij in de negentiger jaren van
de vorige eeuw regelmatig deelnemer was aan meerdaagse toernooien in binnen- en
buitenland.
En ja, dan kan het niet missen, dan kom je (of je wilt of niet) de toernootijger
"nummero uno" tegen.
We gaan terug in de tijd en komen terecht in 1996 bij de "Den Haag open".

Het zou best wel eens Johans "finest hour" op damgebied kunnen zijn geweest!

Wit: Jan Terpstra
Zw.: Johan Demasure



Na wits 26ste zet 35-30 ging zwart verder met: 1..13-19?! blunder of lokzet?
"Onze" Jan kon het niet laten, dus
2.28-23 19x28 3.37-32 28x37 4.38-32 37x28 5.42-38 26x37 6.38-32 22x31 7.33x02 37x28 8.36x22 17-22 9.27x18 12x23 10.02-24 28-32 11.24-38 32-37 12.30-24 10-14 13.38-47 15-20 14.24x15 23-29 15.47x24 03-08 16.24x02 11-16 17.02x11 06x17
amai

Echte (partij)analytici zullen bij de bovenstaande zettenreeks zo nu en dan,
of misschien juist wel heel veel, met uitroep-/vraagtekens hebben opgesierd.
Ik vind het allemaal heel bijzonder, maar ik ben absoluut niet in staat om
de geproduceerde zetten van wat voor commentaar dan ook te voorzien.
Er ontgaat mij te veel!!

Wilt u meer weten over de damactiviteiten van Johan Demasure ga dan naar
de site van WDC Heule. . . .

zondag 13 mei 2012

Salou - Wijk aan Zee


Door Tjalling van den Bosch

Wat "de Hoogovens" voor de schaakwereld is, is "Salou " voor het dammen!

Natuurlijk weet ik ook wel dat het schaaktoernooi in Wijk aan Zee tegenwoordig
anders heet (Tata), maar in de volksmond weet een ieder precies wat je bedoelt
als je het over "de Hoogovens" hebt.

"Salou" is 's werelds grootste (internationale) damtoernooi en alhoewel het in
Cap Salou wordt gehouden weet een ieder heel goed wat je bedoelt met "Salou".

Veel "Huizumers" doen mee aan dit toernooi en zijn, vrijwel zonder uitzondering, zeer
positief over het 12-daagse (dam)verblijf aan de "kust van de zon"!

Dit jaar viert "Salou" zijn derde lustrum, hoe is het allemaal zo gekomen ?
We gingen voor u op onderzoek uit !

Ooit ontstond er in de Nederlandse damwereld het idee voor een damtoernooi in
het buitenland. Als ik het één en ander goed begrijp waren het Dick Hendriksen en Alexander Presman die de handschoen opraapten.

Het eerste toernooi werd gehouden rond Pinksteren (1998), in de open lucht, met zo'n
70 deelnemers. Dit was niet een onverdeeld succes, want ten eerste waaide het toen nogal en ook de plaatselijke autoriteiten waren op z'n zachtst gezegd niet gelukkig met dit outdoor-evenement. Daarom werd, het jaar erop, een hotel als locatie gekozen.

In de jaren nadien werden er verschillende hotels aangedaan, maar uiteindelijk vond
men de perfecte locatie : Hotel Cala Font in Cap Salou. Uitzicht op zee, redelijke prijzen, goed gevarieerd eten en een speelzaal die ruim genoeg was. Toen nog wel (!) want het gemiddelde aantal deelnemers lag in die beginjaren ruim onder
de 100 dammers. In de vijfde editie van dit toernooi deden er precies 100 dammers en damsters aan "Salou" mee. Voorafgaand aan het toernooi werd namelijk, in hetzelfde hotel, gestreden om de Confederation Cup. Veel toppers deden toen na afloop hiervan ook maar mee aan het "open"-toernooi.

Na het toernooi zo'n 7 maal te hebben georganiseerd vonden Hendriksen en Presman het wel welletjes, de organisatie slokte zoveel tijd op en beide mannen hadden een (meer dan)volledige baan, zodat men het niet meer zag zitten om het toernooi nogmaals te organiseren.

Peter Pippel uit Gouderak was één van de deelnemers van het eerste uur. De eerste editie van "Salou" was voor Pippel (dammend) het meest succesvol. Hij versloeg o.a Alexander Presman en eindigde dat jaar als 14de ! Enkele jaren later wist hij een tweede G.M.I. beentje te lichtten, namelijk Kees Thijssen! Het toernooi was voor Peter "zijn vakantie "geworden, waar hij elk jaar weer naar uit keek.

Toen Pippel vernam dat de organisatoren er de brui aan wilden geven, vroeg hij wat er nodig was om dit toernooi te organiseren! "Veel vrije tijd" was het antwoord, nou is Peter ambtenaar dus was dat geen probleem! Zodoende ging de man uit Gouderak aan de slag, al gauw kreeg hij hulp van Henk en Nina Hoekman. "Anders had ik het niet gered" zegt Pippel nu, want onder zijn bezielende leiding groeide het toernooi (bijna) uit zijn voegen.

De deelnemers kwamen uit alle, en verre, windstreken en het aantal groeide en groeide maar. Vorig jaar waren er zo'n 140 deelnemers, wat gezien de ruimte van de speelzaal het absolute maximum is. Dit jaar werd deze limiet zelfs overschreden en moesten veel deelnemers op de reservelijst worden geplaatst, dit tot groot verdriet van de huidige organisator. Ook de tijd die Pippel er in moet steken om het allemaal "in orde" te krijgen is absurd te noemen.

Wat een gewone deelnemer zich niet realiseert is dat er naast de gewone organisatorische zaken zoals de speelzaal, borden, schijven, klokken, notatie-formulieren, prijzen, etcetera, etcetera, ook nogal wat (andere) hordes moeten worden genomen. Je moet communiceren met de buitenlanders, dus in het Engels, Frans, Russisch (nee, Peter spreekt geen Russisch, maar daar komt Nina om de Hoek(man) kijken) en Fries !?!

Verder moet de organisatie aan de slag met: Vervoer van en naar de vliegvelden (Barcelona, Reus) trein- en bus stations (Salou, Tarragona), dus moeten er bussen en busjes worden ingehuurd. Het hotel stelt een gelimiteerd aantal kamers beschikbaar, dus dat is gezien het aantal deelnemers + aanhang (totaal moet Peter dit jaar zo'n 250 man/vrouw onderbrengen) ook niet éénvoudig. Als u dan ook nog bedenkt dat veel mensen "Salou" als hun enige echte vakantie beschouwen en dat men daarom een langer verblijf wenst, wat voor Peter betekent dat hij ook dat weer met het hotel moet kortsluiten, dan kunt u nagaan hoeveel tijd en energie er in de orgnaisatie gaat zitten.

Als klap op de vuurpijl komen dan ook nog eens de "visum-perikelen" om de hoek kijken. Dit is iets waar wij, gewone stervelingen, geen idee van hebben. De lezer moet begrijpen dat de deelnemers vanuit de hele wereld aankomen zetten.
India, Brazilië, Costa Rica, Israel, Moldavië, Mongolië, de Verenigde Staten, China,
Azerbijdjan, United Kingdom om maar eens wat verre oorden (van de deelnemerslijst)
op te noemen. Daarbij komt dat je het allemaal via de Spaanse autoriteiten moet regelen ! Daarom heeft Pippel een paar jaar geleden maar een bedrijf uit Salou in de arm genomen, welke gespecialiseerd is om al deze problemen te tackelen.

Waarom is "Salou" zo'n succes ?
Wat de reden precies is, is misschien moeilijk aan te geven, maar de feiten zijn:
Goed hotel voor een redelijke prijs (inclusief drie maaltijden ben je voor minder
400 euro, zo'n 12 dagen "onder de pannnen").
Kosten toernooi en vervoer van en naar de vliegvelden (minder dan 100 euro).
De datum (eind mei - begin juni), veel Nederlanders zien dan een kleine twee weken "zon" wel zitten.
In principe zit iedereen in hetzelfde hotel, wat volgens mij de gezelligheid ten goede komt.
De bediening is origineel te noemen, de "Salou"-gangers zullen me begrijpen als ik het heb over: "El Geffe", Elisabeth, of over de "ober die een paar woordjes Nederlands spreekt " (welke kunt u wel nagaan) . . .

Is er voor de mensen die meekomen, die dus niet aan het toernooi deelnemen, iets te doen? Nou, je moet jezelf wel vermaken natuurlijk, want er wordt niets georganiseerd.
De één vind het leuk om te wandelen, de ander zit liever op haar (of zijn) troon bij het zwembad en een derde onderneemt reisjes naar bijvoorbeeld Salou, Tarragona, Barcelona, Reus, Cambrils, Monserat.
De rondes vangen aan om 15.30 uur (met uitzondering van de 3de ronde), dus vaak kunnen de dammende partners overdag gewoon mee met deze uitstapjes. Voor de jeugd, die liever s'nachts Salou onveilig maakt, is het aanvangstijdstip ook goed
te doen. De door mij zo vermaledijde 3de (en 4de ronde), worden op de dinsdag gespeeld, deze begint om 9 uur s'morgens (grrr !) en de 4de gewoon om 15.30 uur.
Maar door deze dubbele ronde is er op de vrijdags geen speelronde, dan kunnen de dammers (en meekomers) dus wat langere tripjes maken.
Voor de damjunkies is er op de vrijdag nog de mogelijkheid om aan het sneldamtoernooi, dat 's avonds wordt gehouden, mee te doen.

Voor mij is "Salou" een perfect toernooi, maar ik moet eerlijk toegeven dat ik geen vergelijkingsmateriaal heb, want ik heb verder nog nooit aan een ander buitenlands toernooi meegedaan. Nou met uitzondering dan van het toernooi om de "Flanders Cup" in Heule (België)! De Nederlanse toernooien zijn natuurlijk ook allemaal stuk voor stuk uitstekend te noemen.

De toekomst zal uitwijzen of ik ook nog eens zal meedoen aan de toernooien in Thailand (dit moet toch een unieke ervaring zijn) en Praag (alleen al vanwege de historie die in de hoofdstad van Tsjechië ligt).

Veel leden van onze damclub hebben deze toernooien vaker dan één keer bezocht en zijn
ook over deze "uitjes" altijd zeer lovend. Voor meer informatie over "Salou" kunt u terecht op de door Alexander Presman bijgehouden site "Salou Open".

SALUD