dinsdag 20 augustus 2013

Fedde van der Laan

Door Tjalling van den Bosch

Het onderwerp van dit epistel gaat over de enige speler van het, nu al, roemruchte Huizum 4 die nog niet 'in the picture' op dit, (ook) nu al, onvolprezen blog heeft gestaan. Daar wordt dus nu verandering in gebracht.

Fedde van der Laan (gelanceerd op 20-6-1955), is de tweede uit een gezin van 6 kinderen. Hij is bovenal Leeuwarder, hij heeft er zijn levenlang gewoond. In zijn jonge jaren woonde het gezin van der Laan in de omgeving van Het Vliet,  later verhuisde hij naar het Valeriuskwartier.  De eerste jaren uit het leven van Fedde verliepen niet geheel vlekkeloos, laat hij ons weten, met een enorm gevoel voor understatement. Tijdens zijn geboorte heeft hij namelijk te maken gehad met zuurstofgebrek,
maar hield daar, wonderbaarlijk genoeg, weinig tot niets aan over. Op 4-jarige leeftijd echter viel hij van de zoldertrap en kwam daarbij niet goed terecht, wat heet (!?), 4 dagen lang verbleef hij in coma en van de gevolgen daarvan hield hij wel heel lang last.

"Verder heb ik een goede jeugd gehad" verteld hij verder. "Bij ons thuis deden we vrijwel nooit aan spelletjes, ik had in mijn jeugd vooral een voorliefde voor dieren, zo heb ik een tijdlang konijnen en duiven gehouden". "Op een gegeven ogenblik had ik er zelfs een handeltje in, het was een mooie tijd".

Veel Leeuwarder gezinnen ontvluchten zomers de stad om zich op het Friese platteland te verpozen, zo ook de familie van der Laan in de zestiger jaren van de vorige eeuw. De camping in Bakkeveen werd door hun vaak aangedaan en daar werden altijd 'spelletjes-middagen' georganiseerd om de kinderen 'bezig te houden'. Zo kwam Fedde, op 12-jarige leeftijd, in aanraking met de damsport. "Later kreeg ik voor Sinterklaas een bord met schijven en het damboekje 'ken uw sport'" laat Fedde ons anno 2013 weten ( uw penneleur meent te weten dat één van onze wereldkampioenen ooit ook op die manier is begonnen !). Van der Laan vervolgt: "toen ik het daarop volgende jaar 3 maanden lang aan bed gekluisterd was heb ik me helemaal op het dammen gestort". "Onze buurvrouw kwam regelmatig op bezoek en zij vertelde dat ze haar man wel eens langs zou sturen, want die zat op de damclub van 'de Postale', dat is toen ook gebeurd en na enkele 'lessen' adviseerde hij (Klaas Bouius) me om lid te worden van een echte damclub, dat werd dus DamClub Huizum".

Fedde wil ook even iets rechtzetten, want in het jongste jubileumboek  van onze club (DamClub Huizum 75 jaar) staat dat hij in 1973 lid is geworden, maar dat klopt niet. "Ik ben in januari 1969 al lid geworden, maar de vergissing zit hem waarschijnlijk in het feit dat ik van 1976 tot en met januari 1979 geen lid was omdat ik een andere hobby (zwart-wit-fotografie) had en ik daarvoor op donderdagavond naar een cursus ging".

Vanaf 1979 is ons onderwerp onafgebroken lid van onze club. Na zijn schooltijd vond hij in eerste instantie emplooi bij Halbertsma in Grou, hij zou daar 9 jaar blijven. Toen kon hij aan de slag bij de Postbank ING in zijn woonplaats en daar zou hij maar liefst 30 jaar trouwe dienst vervullen, maar . . . onder het mom van 'crisis'  werd hij van de éne op de andere dag op straat gezet ! Fedde laat zich echter niet uit het veld slaan, hij mag graag motorrijden en naast het dammen kan men hem ook regelmatig op de 'andere kant' van de honderd velden vinden, juist ja, hij schaakt ook nog. Het vreemde is echter dat hij met dammen op cruciale momenten vaak een soort opwinding ervaart welke hij niet tijdens een schaakpartij heeft. "Als het met dammen spannend wordt dan komt er en stofje in de hersenen vrij, en dat geeft me dat een opwindend gevoel, soms lijkt het wel of mijn rechterhand dienst weigert (!), daarom vind ik dammen zo leuk" laat Fedde ons weten, hij meldt verder "vreemd genoeg heb ik dat met schaken absoluut niet, een enkele keer tijdens het motorrijden, maar verder alleen maar tijdens een dampartij" ! Hij haalt een voorbeeld van afgelopen seizoen erbij, en verteld:

"Deze stand komt uit mijn partij tegen Niek Kloppenburg (van Witte van Moort 2), ik heb met wit net 43-39 gespeeld". "Van tevoren had Hans (van Dijk, teamleider van Huizum 2) ons gezegd dat we 'er vol tegenaan moesten gaan', want misschien konden we deze wedstrijd wel winnen". "Het stond op dit moment 8-8 en alleen Thijs (Talsma) en ik zaten nog, dus gutste de adrenaline door mijn aderen, en warempel hij speelde, na lang nadenken, (8-12) en
toen kwam dat gelukzalige gevoel 21-17 . . . en Kloppenburg bood remise aan, iets dat ik natuurlijk niet kon weigeren, want hij is veel sterker".

 
We vonden nog een leuk moment van Fedde (met dank aan TurboDambase):  landelijke clubcompetitie seizoen 2007/2008, Huizum 3 - Roden/Leek 2.


In deze stelling verraste zijn tegenstander, Feiko Stoppels (met wit), hem ongetwijfeld met  27-22, dat kan ook niet anders, want bij goed slaan levert wit pardoes een schijf in, maar onze hoofdpersoon keek even verder en kwam na: (18x27) 32x21 met (26x17) !! en toen  dacht Stoppels, alsnog, toe te slaan met 30-25 en toen kwam er wel een heel prettig stofje vrij in de hersenen van Fedde: (23x32)  25x23  (16-21) 38x16  (24-30)  35x24 (13-19)  23x14  (9x49) en nadat wit de dam onschadelijk had gemaakt stond Fedde een schijfje voor en dat was voldoende voor de overwinning.

 Uw 'blogmaster' zal dit artikel wel weer veel te lang vinden, zodat het verhaal over de partij tussen Fedde en Piet Bouma ("niemand durfde tegen Workum op bord 1 te gaan zitten, dus toen zei ik 'laat mij maar'") niet meer aan bod komt. Voor deze heroïsche strijd verwijzen wij u naar Toernooibase (Bouma - van der Laan gespeeld op 17 oktober 1986), en voor het verhaal moet u maar eens bij onze hoofdpersoon zelf aankloppen . . .

 

 

 

 

 


 

dinsdag 13 augustus 2013

Canada...

Door Tjalling van den Bosch

Vorige week heeft uw penneleur u meegenomen de Atlantische oceaan over en wel naar Verenigde Staten van Noord Amerika. Ditmaal ondernemen we vrijwel dezelfde trip, alleen landen we deze keer in Canada. Ook dit land heb ik menigmaal bezocht en net als in de U.S. of A. ben ik nooit  dammende mensen tegen gekomen (schakende ook niet trouwens).Toch wordt er gedamd en, als ik het goed heb begrepen, vooral in de provincie Quebec (het Franstalige gedeelte in oosten van Canada met bijna 8 miljoen inwoners). Het is 'gewoon' dammen, zoals wij dat kennen, alleen wordt er voornamelijk ge-speeld op een bord met 144 ruiten (!) en ieder 30 schijven. Checkers is er ook wel bekend en men zegt dat het overal in Canada wordt gespeeld, maar zoals ik reeds aangaf, ik ben het niet tegengekomen.

Dat er op dat 144-velden-bord veel meer mogelijkheden zijn moge duidelijk zijn, de meeste topspelers zijn vooral virtuozen op het gebied van de combinatie ! Ook schijnt men op de 144-velden vooral te moeten aanvallen, omsingelen blijkt in dit spel vrijwel onmogelijk en leidt meestal tot verlies ! Ik heb werkelijk geen idee hoe zo'n partij verloopt, laat staan dat ik spelers ken. Er zijn echter, direct na de beëindiging van de tweede wereldoorlog, enkele Québécois geweest die de oversteek naar het oude continent hebben gemaakt en dat niet alleen, ze hebben, anders dan hun wapenbroeders uit hun buurland, een onvergetelijke indruk achtergelaten.

De eerste naam moet u eigenlijk bekend in de oren klinken Marcel Deslauriers, die het tot wereldkampioen schopte door, in 1956, Piet Roozenburg te onttronen !  Echter een tweede man die naam maakte was Raoul Dagenais die, meer nog dan Deslauriers, de typische Canadese aanvalsstijl hanteerde, wel of niet gelardeerd met een ongelovelijke hoeveelheid combinatoire snufjes.

Uit het boek Jan Bom, dammer citeer ik de hoofdpersoon: "Door de onbekendheid met de geldende dogma's van het 100-ruiten-bord is deze speelstijl meer dan verwonderlijk en met verbazing zagen de Europese topspelers spelregels voorgeschoteld, die in hun gedachten evenzo vele vloeken betekenden
tegen de heilige schriften van de theorie !"

Bij zijn eerste optreden in de Oude Wereld  (het wereldkampioenschap van 1952) maakte Dagenais gelijk furore door wereldkampioen Piet Roozenburg te verslaan. Ik raad u aan om deze partij eens na te spelen, ik viel bijna van mijn stoel toen ik zag hoe dat tot stand kwam. Om u een idee te geven komen we er in na de 34ste zet van wit 39-34:

Wit: Piet Roozenburg
Zwart: Raoul Dagenais
 
Met mijn (volgens velen: zeer) beperkte kwaliteiten op het gebied van analyseren wil ik toch opmerken dat ik voor de witte stelling zou kiezen. Het centrum van zwart lijkt mij onderbezet, je kunt mijns inziens bijna stellen dat de zwarte stelling in twee-en is gesplitst. Toch was Dagenais het niet met mij eens, want in plaats om schijf 2 te laten staan of op zijn minst naar veld 8 te manoeuvreren, komt hij met (2-7) ( uhhh !?!, oké (?)) daar weet
onze wereldkampioen wel raad mee 28-23  (18x29)  34x23 zo die staat. Bovendien dreigt wit met 32-27 en mocht zwart met (21-26) op de proppen komen dan speelt wit diezelfde zet ook en staat dan (volgens mij) oppermachtig !.

Maar de Canadees had heel andere plannen (vandaar misschien (2-7) ?!), hij reageerde namelijk direct met (22-27) en toen ging het zo verder: 47-42  (7-12)   42-37  (17-22)  32-28   (12-17)  43-39   (20-25)  EN . . . wit moest een schijfje inleveren, wat hij ook deed met 23-18  (22x13), toch is deze partij nog niet afgelopen, daarvoor verwijs ik u gaarne naar Toernooibase (en waarschijnlijk is deze partij ook wel in Turbodambase te vinden), het is het naspelen zeker waard . . .

Door deze overwinning lag Dagenais op titelkoers, maar door (onder andere) in de 19de en  laatste ronde te verliezen van de Zwitser (en rode lantaarndarger) Roland Forclaz (die door  deze overwinning zijn puntentotaal zag verdubbeld !) verspeelde hij de hoogste eer aan Piet Roozenburg.

We hebben Dagenais (voor zover ik kan nagaan) ook niet weer gezien . . . Deslauriers eindigde in dit W.K. trouwens, met 20 punten uit 18 partijen, als negende.  Deslauriers kwam wel terug en hoe (!), in 1956, wat 'het wereldkampioenschap van R.C. Keller' had moeten worden werd echter de grootste triomf van de Canadees. Met 9 overwinningen, even zovele puntendelingen en geen nederlagen wist hij Keller één puntje voor te blijven. Wat opvalt is de degelijkheid (anders dan bijvoorbeeld Dagenais) waarmee Deslauriers zijn punten bijéén schraapte, vrij bloedeloze remises tegen de toppers en alles wat daar onder zat werd verslagen. Ook viel het mij op dat nieuwe wereldkampioen wel remiseerde met nummer 17 uit de eindstand, inderdaad de Zwitser Forclaz . . . .

Nu was het mijn bedoeling om dit epistel af te sluiten met een spetterende combinatie van de enige Canadese wereldkampioen, maar tijdens mijn zoektocht in Turbodambase, waarin ik 185 partijen van Deslauriers vond, kon ik er niet één vinden. Het is paradoxaal dat iemand, die van het 144-ruiten-bord komt, op het 100-velden-bord zo zijn heil zocht in klassieke structuren en ruiltjes niet schuwde.
Oké, hij had geen kennis van onze theorie (klein voorbeeldje hoe hij sommige partijen met wit aanving: 32-27  (19-23)  37-32  (14-19)  41-37  (10-14)  34-30   (20-25)  47-41) !?) en schijnbaar
voelde hij zich ook niet geroepen om daar iets aan te doen, alhoewel hij meer dan 25 jaar op de 100 ruiten actief was.

Hoe hij het dan  toch tot wereldkampioen schopte (?), schijnbaar was zijn gevoel voor het  kleine/subtiele goed ontwikkelt. Op één of andere manier liepen de zwakkere dambroeders vroeg of laat wel vast, of in een combinatie die je tegenwoordig in boekjes voor beginners tegenkomt. Toch gingen ook de Nederlandse sub-toppers tegen hem ten onder zoals Ivens, Okrogelnik, Gordijn, etcetera ? Klopt, maar dat ging ook altijd op een manier waarin je je, halverwege de partij, afvroeg wie er nu eigenlijk wereldkampioen was ? Toch mag ik de Canadees niet degraderen tot een handige maar niet zo'n goede speler, want hij had altijd wel oog voor het onverwachte en zinspeelde vaak op opbouwfoutjes van  zijn tegenstander zoals in dit voorbeeld:

Wit: Jan Cazemier
Zwart: Marcel Deslauriers

Wit heeft deze partij vrij passief opgezet en ook de dadendrang van zwart leek niet erggroot, het wachtten was schijnbaar op foutjes van de Zwitser, die vervolgde met 47-42. Het zou voor mij nu heel wat rekenwerk inhouden om uit te vinden hoe ik met zwart nu verder moest, Deslauriers niet, die kwam in ieder geval vlot met (24-29).
Cazemier besloot nu tot 42-38 en werd toen verrast met (19-23) 28x10 (15x4) , waarnazwart even later via 17-22 doorbrak. Natuur-lijk probeerde wit het nog wel via 30-24, maar hij wist de remisehaven niet te vinden. 



Het verrassende zetje waarmee de Canadees, in de match om de wereldtitel, Koeperman
te pakken nam staat bekend als de Coup Deslauriers. Als u deze nog niet kent: . . . 24 oktober 1958, de 14de ronde uit die match . . .

 

                

 

woensdag 7 augustus 2013

Noord Amerika

 Door Tjalling van den Bosch

Noord Amerika bestaat uit twee landen de Verenigde Staten en Canada, sommigen voegen daar ook Mexico (geheel of gedeeltelijk) aan toe, maar daar zijn de eerder genoemde landen het niet mee eens.
Ik heb dit noordelijke gedeelte van het Amerikaanse continent vele malen bezocht, zowel privé als vanwege het 'sterkste man gebeuren' waaraan ik bijna 15 jaar lang deelnam. In het eerste land (the U.S.of A.) heb ik zelfs drie jaar lang gewoond vanwege werkzaamheden.

Nooit ben ik in al die jaren dammende Amerikanen tegen gekomen (ook geen schakende trouwens) en toch moeten ze er zijn. Vaststaat dat het damspel zich in V.S, in de loop van de tijd, in drie gedaanten heeft voorgedaan. Daar is (was) de rijke traditie van het Engelse 'draughts' dat, op de 64-velden,  met een zogenaamde 'korte dam', in de 17de eeuw door kolonisten werd meegebracht. Na een intensieve bloeiperiode in deftige hotels van de 'high society' schijnt het  spel thans gedoemd en voorgoed ten onder te gaan.

De 'American Checker Federation' vertegenwoordigt de beoefenaars van 'Spanish Pool' of 'Pool Checkers'. In volkscafés en openbare parken leggen voornamelijk gekleurde mensen, al gokkend, een potje dam. Het is 'ons dammen' alleen dan zonder de meerslagregel.

Tot slot is er de 'American International Checkers Society' dat het spel op de 100-
ruiten propagandeert, met name onder de 'pool'-adepten.
(bron NRC-rubriek van 22 mei 1976 geschreven door Andreas Kuyken).

Eén van de bekendste dammers uit de V.S. (op de 100-ruiten) was Carl 'Buster' Smith die in het tweede helft van de vorige eeuw regelmatig Europa aandeed. Een tweede was, in diezelfde periode, G. Leclair (uit Essex-Fells) die vooral bekend werd door zijn remise tegen Andreiko tijdens het Brinta toernooi van 1967 (5de ronde). Smith stond bekend als een verdediger pur sang, zo was hij toen op de 64-velden al meer dan 10 jaar ongeslagen. Harm Wiersma had het vaak moeilijk tegen Smith, niet dat ons erelid verloor, maar eigenlijk moest Wiersma hem verslaan en dat lukte regelmatig niet:

Wit: H. Wiersma
Zwart: C. B. Smith


Uit het Suikertoernooi 1975.

Met 34-29 lijkt ons erelid de winst af te dwingen. Echter, na 25 minuten diep gepeins vindt de postbode uit Chicago een subliem gambiet en tevens een sluitende remise-forcing ! (13-19) 35-30       (19-23) 29-24  (26-31) ! Het offer waardoor schijf 47 definitief buitenspel komt te staan. Met 47 op 48 zal wit  ongetwijfeld winnen ! 27x36     (17-22)  41-37   (14-19)  24x13  (18x9) 30-24    (21-27) 32x21   (16x27)  42-38  22-28  47-42   (27-32)
remise gegeven. Ja, ook 27-21 (33-39) 21-16/17 (39-43!) -42-38 is na het slaan, gewoon  remise- en zwart gaat dam halen op 48 en dreigt schijfjes op te gaan snoepen voordat wit de damlijn haalt.

Carl Smith, rust en vriendelijkheid zelve, zette zijn partijen, dag in dag uit, ééntonig en pretentieloos op, bij voorbaat was hij al tevreden met het lot van de ondergeschikte ! Het spel was voor hem een ritueel van het/zijn alledaagse bestaan. Uw penneleur ging op zoek naar een winstpartij van hem en vond er zowaar één. Uit de voorronde van het wereldkampioenschap van 1978 (Arco), tegen de Braziliaan Jose Maria Silva Filho, het zou zijn enige winstpartij zijn, tijdens dit toernooi, alle andere
partijen eindigden (u raadt het al) in remise en daardoor plaatste Smith zich niet voor de finale.
De partij werd inderdaad prentieloos opgezet, de ruiltjes werden (wederzijds) niet geschuwd en uiteindelijk zochten de spelers hun heil in het volgende klassieke standje:

Wit: C. B. Smith
Zwart: Silva Filho

Na zwarts laatste zet (38. 5-10) speelde wit 27-22 en toen moest zwart een schijfje inleveren, want tegen de dreiging 35-30, 34-29 en 22-18 is geen kruid gewassen, dus (21-27) 22x31  (13-18)?  32-27   en zwart gaf op !

U kunt de bovenstaande partij (onder andere) vinden op Toernooibase, ik vond het opmerkelijk dat wit, in de opbouwfase naar de diagramstand toe, wel heel gemakkelijk een  schijf op veld 36 plaatste, ach let bygones be bygones.
Dit was de Verenigde Staten van Noord-Amerika, volgende week gaan we de grens over naar Canada, waar heel wat opzienbaarder wordt/werd gedamd . . .

 Als opwarmertje het onderstaande opzienbarende tafereel:


In deze 20 om 20 ging het als volgt LOS :
Zwart begon met (20-24) 29x20 (15x24), en wit 'pakt' de één om twee door 33-28 (22x33) 38x20.
Zwart kwam nu met:  (23-29) 34x23 (25x45) en, of dit alles nog niet genoeg is, doet wit er nog een schepje bovenop met: 35-30 (14x34) 23x3.
Mocht u nu denken dat het spektakelstuk ten einde is ten heeft u het mis !Zwart sluit waardig af met (5-10) 39x30 (18-22) 27x9 (8-13) 9x18 (12x23) 3x21 (16x40) ongelooflijk !
Hoeveel dammers zijn in staat op de eindstand vanuit de diagramstand te doorzien ??

Het betreft hier natuurlijk een compositie en wie de maker is heb ik niet kunnen achterhalen, maar
dit diagram staat (onder andere) afgedrukt in het boekje van Harry de Waard 500 lokzetten . . .
 



 

dinsdag 30 juli 2013

Hoe bedenk je zoiets...


Door Tjalling van den Bosch

De mens is soms in staat om de fraaiste creaties voor het daglicht te toveren. En dan bedoel ik niet de kunstzinnige uitingen van professionele kunstenaars, maar meer de vindingen van 'de gewone man/vrouw'. Vroeger zag je weleens de Eiffeltoren of het Vrijheidsbeeld gemaakt van louter luciferhoutjes (en lijm). Ook zie je soms molens of poppenhuisjes die tot op de millimeter nauw-
keurig zijn nagemaakt, in schuurtjes of achterkamertjes.
Dammen, dammen . . . dit is een damblog . . .

Ja, ja, niet zo ongeduldig, daar kom  ik via de bovenstaande omweg ook wel, want ook onder de dammers zijn er mensen die ons versteld doen staan van hun creaties ! Gewoon in hun vrije tijd (of anders maar in de baas zijn tijd, kant skeele) met de fraaiste composities op de proppen komen, zoals Frans Hermelink:

Wit speelt en wint ! . . . Ziet 'ongeduld' het al ?
Nou daar gaan we:  22-18 ! (45-50) ? 37-31 !!  (50x26) 38-32 en de zwarte dame staat mat ! UIT, de langste verdediging is: 26-37)
32x41  (21x32) 48-42  (16-21) 41-36 (32-37) . . . blijven rekken
42x31 (21-26) 31-27 (26-31) 18-12  ( 8x17) 27-21 (17x26) 36x27 Voor diegene die, vanuit de diagram met zwart, meent te kunnen vluchten, na 22-18,  in (21-26)  geef ik alleen de eerst volgende witte zet 32-28 ook UIT, zoek het zelf  verder maar uit, want ik wil naar een tweede geestesvrucht van Hermelink:


NEEEEEEEEE, zwart is aan zet en wint (!), anders is het wel heel simpel, en éénvoudig staat niet in het woordenboek van Hermelink, dus eens kijken "wat zijn de problemen (?)", oja, witte dreiging naar dam op 2 (of 4).
Er zijn maar weinig dammers die de oplossing 'zien', sommigen wel, maar die kennen deze compositie, lets go . . . (11-17)  (he ?) 24-19 ?   (13x24) 27-21 (16x27) !!! 31x02  (17-22) ! 02x30  (14-19)  30x28   (23x45) Fraai heel fraai, Frans, complimenten voor zoveel schone kunst . . .
"Ja maar", . . . wat nou weer ? (typsich Nederlands, "JA MAAR". . .), "wit kan ook naar 4 slaan ?" Dan speel je toch gewoon (17-22) (12-18) pffffffffff !! Toch zeer uitzonderlijk een dubbele Coup Turc (ook wel Coup Truc) in één compositie.

Een andere componist voor wie ik hoge achting heb is Hans Jansen en daar sta ik niet alleen in, want Andreas Kuyken merkte in 1978 reeds op, over de toen 21 jarige Drent,: "hij die qua innerlijke rijpheid met kop en schouders boven het veld uitstijgt" !! In ieder geval, Hans creeërde van achter zijn bureau (of anders maar vanachter de keukentafel) het volgende tafereel:
 
Wit speelt 34-30 en wie van u had niet met (23-29) geriposteerd?
Edoch, dan had u de kous op de kop gekregen door middel van een dam op veld 2 ! ! ! Aanschouw dit wonder:
32-27  (29x38)
28-23  (19x28)
30x08  (02x13)
37-32   (28x37)
27-22   (17x28)
36-31   (26x17)
31x02  Voila, doet het altijd goed 'dam op bezet veld'.

Hans Jansen is natuurlijk ook een begaafd partijspeler met onder andere 3 x de nationale  titel op zijn palmares. Ook tijdens zijn partijen gaat hij het liefst op zoek naar verrassende acties . . . en dat gaat
ook wel eens mis, zoals tijdens het wereldkampioenschap van 1976, aanschouw dit wonder dat eigenlijk geen wonder werd, maar eigenlijk toch ook wel weer . . .

Wit: Anatoli Gantwarg
Zwart: Hans Jansen
 
Zwart aan zet en kwam op het idee (hoe je op zo'n idee komt (?), werkelijk geen idee !)  om (04-10) te spelen (dat je daar, tijdens je partij, überhaupt naar kijkt ?). Gantwarg zal raar hebben opgekeken, maar kwam toen tot de ontdekking dat 4- 10 geen !
maar een ? moet krijgen . . .
28-22     (17x28)
33x4       (03-09)
04x20     (15x24)
26x17     (11x31)
37x26     (24-29)
34x23     (19x46)

Fraai Hans, zeer fraai, edoch Anatoli maakte het af door 38-33  (25x34)  40x29   (46-32) 33-28     (32x34) 39x30

EN TOCH diep respect voor Hans Jansen en alle dammers die hun geluk in eenzaamheid beproeven om tot fraaie creaties te komen. Dus dammers (m/v) zoek de eenzaamheid, pijnig uw hersenen, ga op zoek naar de
combinatio nova . . .

dinsdag 23 juli 2013

Brunssum...

Door Tjalling van den Bosch
 
In 1977 ontstond het idee om in Limburg een damtoernooi te organiseren, een jaar later rolde het eerste toernooi uit de koker (van damclub De Ridder). De grondleggers waren Henk Stoop, Juul Meesters en Toon Pierik. Het betrof in eerste instantie een jeugdtoernooi, maar na een schoorvoetend
begin groeide het toernooi uit tot een internationaal damevenement van allure. Om de toekomst te waarborgen is thans (anno 2013) de hele organisatie in een stichting gegoten.

Waarom  Brunssum ?

Na 35 jaar is zo'n vraag éénvoudig te beantwoorden, omdat 'dammen in de zomer' een succesformule is gebleken, velen weten de weg naar de Brunnahal, in het centrum van Brunssum, dan ook (bijna) blindelings te vinden. En niet alleen Nederlanders, de dammers komen, heden ten dage, uit alle windstreken en wat vooral belangrijk is dat tegenwoordig jong en oud de degens kruisen.

Waarom Brunssum ?' is trouwens ook de titel van een lijvig boekwerk dat samen is
gesteld en geschreven door Martijn van Gortel. Dit, ruim 260 pagina's tellende, boek is het gevolg van de luiheid van de schrijver !! Van Gortel betrapte zichzelf (in het voorjaar van 2012) op dam-inactiviteit en vroeg zich af hoe hij dit moest bestrijden. Hij had natuurlijk zijn damlectuur nogmaals kunnen doorworstelen, maar besloot (gelukkig) tot iets heel anders: een boek schrijven over zijn lievelingstoernooi. In eerste instantie had hij niet in de gaten dat dit zoveel werk met zich meebracht, maar nadat hij ruim 12.000 partijen had nagespeeld had hij ruim 500 diagrammen verzameld, waarvan hij dacht dat het wel leuk zou zijn om ze te publiceren.

Gelukkig had mijn voormalig clubgenoot (de Limburger speelde in de jaren 2008 en 2009 voor DamClub Huizum !) ook oog voor het verhaal. In deel 2 van het boek komen verhalen & anekdotes aan bod, en dat spreekt schrijver dezes zeer aan. Ruim 60 pagina's lang krijgen we een keur van 'kleine en grote' verhalen voorgeschoteld, meestal voorzien van een humoristische inslag.  

Echter niet iedereen is gecharmeerd van dit boek, er is, in ieder geval, één persoon die de schrijver dreigt met een advocaat en eist op voorhand 10.000 euro schadevergoeding!?!

Qua diagrammen kan de beginnende dammer alsook de gevorderde een beeld krijgen van wat er zich zoal op het bord afspeelt tijdens zo'n meerdaags-zomertoernooi. Kortom het is een prachtig lees(blader)boek, waarin helaas geen statistische gegevens zijn opgenomen, de schrijver vindt dat niet noodzakelijk (hij haalt zelf VVD-coryfee Henk Vonhof aan om dit standpunt kracht bij te zetten !).  
Toch is het jammer dat, in ieder geval, de winnaars van de afgelopen 35 jaar niet zijn  opgenomen, gewoon uit historisch perspectief zou dat eigenlijk wel moeten, vindt  schrijver dezes. 

De twee diagrammen komen uit het boek van Martijn van Gortel: We beginnen met de winnende combinatie van vorig jaar (2012):

Wit: Raymond Koopmanschap
Zwart:  Martin de Jong

Uit de achtste ronde gespeeld 10-8-2012
Wit heeft net 49-44 gespeeld en we mogen aannemen dat hij het vervolg niet zag aankomen: (23-28) 32x03  (17-21 26x17   (12x34)
03x23  (29x47) 23x40 (24-29) 40x09   (04x13)

 Het afspel werd door zwart in winst omgezet !

 

 


Uit 1998 komt de volgende stand tussen Gantabar Ganjargal en Alexander Bulatov (zoals ik reeds eerder aangaf, ´ze komen uit alle hoeken en gaten . . ´).

Wit: Ganjargal
Zwart: Bulatov 

Wit voelde zich geroepen tot 25-20 en toen leefde zwart zich even uit: (28-33) 38x29   (22-28) 31x33  (09-14) 20x09   (13x04) 24x22  (17x50) 29x18  (50-45)

 Het boek kost 20 euro + verzendkosten en is te verkrijgen via vangortelmartijn@gmail.com.
Mocht u nog mee willen doen aan het toernooi (van vrijdag 2 augustus t.e.m. zaterdag 10 augustus) google dan 'brunssum open'.

 

 

 

 

            


dinsdag 16 juli 2013

Humor...

Door Tjalling van den Bosch

Lachen is belangrijk voor de mens, hij/zij die dit onzin vindt heeft vaak het gelijk aan zijn/haar zijde, edoch een mens moet ook de 'zin van onzin' in kunnen zien, dit geldt zeker voor dammers (alsmede onze schaakbroeders). "Kun je dan lachen met die 'boekhouders' die je vaak alleen maar peinzend
in 'actie' krijgt te zien ?" zal de onwetende zich afvragen. Wel m'n beste, ten eerste zien alle dammers/schakers er tegenwoordig (al lang) niet meer uit als 'boekhouders' en ten tweede moet je misschien ingewijde zijn om het één en ander te begrijpen, je moet de sport begrijpen of de personen in kwestie kennen.

Voorbeeld 1

Een dammer die vroeger voor het roemruchte Rinsumageest speelde, wiens naam ik u zal onthouden (omdat het Jappie de Vries was), zat ooit eens tijdens het sneldammen in hevige tijdnood, maar zijn tegenstander had nog minder tijd tot zijn beschikking. Uiteindelijk kwam er een '3 om 1' op het bord, "maar remise ?" sprak zijn opponent, "nee, eerst de 16 zetten" repliceerde de Vries en dat terwijl hij
diegene was die maar '1' had !

Voorbeeld 2

 In de N.K.-bekerstrijd van dit jaar moest schrijver dezes het op een gegeven ogenblik opnemen tegen G.M.I. Hans Jansen, (wie kent hem niet !) Na afloop van deze rapid-partij analyseerden wij (oké, Hans, ik zat erbij) de partij nog even van 'begin tot eind'. Na zijn eerste zet, 33-29, sprak Hans de volgende woorden (onderkoeld en daarom  extra grappig): "ja, ik dacht maar eens iets anders, 32-27 wordt op een gegeven ogenblik ook zo gewoon" !?! Op de website van DC Hijken wordt deze partij door Hans Jansen besproken: 
http://www.hijkendtc.nl/?page_id=9099

Voorbeeld 3

Uit de schaakwereld komt een typisch staaltje van Britse humor. De financier en schaakgrootmeester Jim Slater had (bijna 50 jaar geleden) een forse som van 5.000,-- Engelse ponden uitgeloofd voor de 'volgende Engelse schaakgrootmeester'. Er streden eind 60-er jaren (van de vorige eeuw) drie meesters om deze titel, namelijk Bill Hartson, Raymond Keene en Tony Miles (Anagram: it's only me). De eerste twee hadden al een kans gemist en nu was het, begin 1968, aan Miles om de laatste norm te halen in een toernooi in Dubna (Rusland). In de schaakwereld had je in die tijd 'drie normen' nodig om je schaakgrootmeester te mogen noemen, alle drie 'meesters' hadden er twee. Vlak voor zijn vertrek naar Dubna kreeg Miles, van de secretaris van de Britse schaakfederatie, het verzoek: "als je succesvol bent, stuur ons dan a.u.b. even  een telegram" (zo ging dat in die tijd). Na de laatste ronde van het betreffende schaaktoernooi kwam er inderdaad  een telegram binnen bij de federatie met daarop de mededeling: TELEGRAM .

Ja, je blijft lachen met die denksporters, dan nu lachen met Jannes van der Wal. "Ja, natuurlijk lachen OM Jannes" hoor ik sommigen van u al denken, maar neen, het is lachen MET Jannes. Velen denken misschien dat Jannes een vreemde harlekijn was, vanwege zijn vaak 'mysterieuze' interviews die hij gaf, maar dat was (gedeeltelijk) ook zijn imago welke hij (zeker later) bewust hoog hield. Toch was Jannes, zeker in een vertrouwde omgeving, vaak ook zeer snedig en adrem, zoals het volgende verhaal van Douwe de Jong, opgetekend uit het boekje 'Jannes' van de samenstellers Jaap Kiers en Bouke Nielsen.

Voorbeeld 4

Oud-bondsbestuurder de Jong bezocht 'De Evenaar' het (niet meer bestaande) denksportcafé in Groningen, dat je gerust de tweede huiskamer van Jannes kon noemen. Afijn, Douwe schuift aan bij het tafeltje waar Jannes backgammon zat te spelen, en krijgt de vraag van de voormalige wereldkampioen: " Douwe, wil je wat van me drinken of kun je dat zelf nog wel betalen ?" De Jong, iets te vlot (!?): "Gelukkig wel, anders was het niet best !" , en daar ging hij, want Jannes repliceerde meteen met "dan lijkt het mij beter dat jij mij iets aanbiedt, doe maar een pilsje" . . . .De Jong, docent wiskunde aan de Economische Faculteit te Groningen, begaf zich  hoofdschuddend, maar schuld bekennend, naar de bar voor een pilsje (en waarschijnlijk voor hem zelf een vieuxtje) . . .
 
Een aandoenlijk verhaal uit hetzelfde boekje was de ontmoeting tussen Prins Claus en Jannes van der Wal, tijdens de Drentse Rijwielvierdaagse van 1990. Het was de bedoeling dat de Prins, die meedeed aan het wieler-evenement, even een kleine verhoging zou betreden om daarop, met Jannes, een partijtje te gaan dammen. Achteraf hadden de organisatoren en de begeleiding van de Prins toch bezwaren tegen deze ontmoeting, Zijne Koninklijke Hoogheid en die 'vreemde snuiter' als dat maar goed zou gaan . . . (!?). Maar Prins Claus wilde van geen wijken weten, hij had het programma gelezen en zag uit naar de ontmoeting met de dam-grootheid . . .

Uit het boekje:

Twee mensen stoorden zich totaal niet aan het protocol: Prins Claus en Jannes van der Wal, ze waren (als enigen !?) zeer ontspannen en kwebbelden er lustig op los. In het plaatsje Elp deed de Prins de openingszet 31-27 en gaf zich prompt gewonnen. Van der Wal legde vervolgens uit dat er een sterke zet was gespeeld en dat hij daarom onmogelijk met de opgave akkoord mocht gaan. De dammer bood dan ook - zeer tegen zijn gewoonte - remise aan.

Ach, de nostalgie krijgt nu de overhand, Jannes was een generatiegenoot van schrijver dezes en was in zijn jonge jaren al iemand die zeer goed standen kon doorrekenen, om u een voorbeeld hiervan te geven nodig ik u uit om de volgende diagram eens te aanschouwen, uit het N.K. junioren van 1974.

Wit: Jannes van der Wal
Zwart: Bert van Harten

Bert van Harten bestuurde de zwarte schijven en zag het na 48-42 (van wit) helemaal zitten!
Dus . . . (23-29) 34x23 (16-21) 27x16 (7-11) 16x18 (13x22) 28x17 (19x48) en nu 33-29 !! zwart moet meerslag nemen dus: (48x34) en 29x10 en na (9-14) 10x19 geloofde zwart het wel!

Dit alles zag Jannes dus aankomen (toen al op 17 jarige leeftijd) voordat hij vanuit de diagramstand 48-42 speelde . . .

 Forsan et haec olim meminisse juvabit . . .


 

woensdag 10 juli 2013

Hidde Risselada

Door Tjalling van den Bosch

De hoofdpersoon van dit epistel is dus Hidde Risselada, velen schrijven zijn achternaam vaak verkeerd, een e als laatste letter, maar ach daar is Hidde wel aan gewend.
" 't is my like folle as de ko skyt of de bolle ".
Misschien moet ik eigenlijk 'meneer Risselada' zeggen, want hij is van 28 juli 1937 ! Hij aanschouwde het eerste levenslicht in Hemelum (Himmelum in het Fries) en dat ligt in de 'kin' van Fryslan, tenminste als je, in de contouren van onze provincie, een gezicht kunt ontdekken ?! (de neus is daar waar de Afsluitdijk  het 'vaste land raakt' en de kin steekt dan dus in het IJsselmeer).

Wat weer een intro . . .

De vader van Hidde (vanwege de nog immer jeugdige uitstraling van ons onderwerp mogen we hem wel zo noemen, naar wij aannemen) was bakker in
zijn geboortedorp en van hem leerde hij de eerste beginselen van ons edele damspel. Na de 'lagere school' ging Risselada naar de MULO in het naburige Koudum,  fietsend, want dat was in die tijd nog heel gewoon, kinderen die naar school
fietsten, we hebben het immers over ruim 60 jaar geleden. Vrijwel direct na zijn schooltijd is Hidde aan de slag gegaan bij de Rijks Post Spaarbank te Amsterdam, wat natuurlijk ook gelijk verhuizing naar onze hoofdstad betekende.

De voornaam Hidde is trouwens een afgeleide van de Germaanse stam Hild, en dat
betekent in het oud-Fries strijdlustig en moedig, heden ten dage noemen we zo iemand sportief. Dit klopt in het geval van onze hoofdpersoon precies, zo fietste hij maar liefst 22 x de Friesche Elfstedentocht (wat bijelkaar opgeteld alleen al zo'n 5.000 kilomter is !) en hij tafeltenniste ook, competatief, zo'n 25 jaar lang! Ook heeft hij vele uren op de schaats doorgebracht en natuurlijk voetballen. Daar was hij zeer goed, maar Risselada hield ook (en vooral) van gezelligheid en dus koos hij tijdens zijn Amsterdamse-periode dan ook niet voor een grote en bekende club, nee, hij vond voetballen bij het hoofdstedelijke R.P.S. veel leuker. "Rotte Poten Schoppers, noemden ze ons altijd, maar ik heb er een mooie tijd gehad" verteld hij terugkijkend op die tijdspanne.

Hij ging dammen bij C.D.A. in een bijgebouw van de (krijtwitte) Pniëlkerk in Bos en Lommer,
een wijk die voorheen 'Amsterdam-west' heette maar sinds een jaar of tien onder 'oud-west' valt.
Risselada op de praatstoel: "het was de tijd waarin Ton Sijbrands zijn eerste dam-stapjes
zette, bij ons op de jeugdclub, waar onder andere Henk Smit (zie het epistel 'inspirator' van februari jongst-leden) de scepter zwaaide". "Sijbrands was talentvol en dus werd hij al snel naar de senioren overgeheveld".

"Kijk" zegt hij terwijl hij schrijver dezes een papier onder de neus duwt "dit is mijn eerste en enige 'echte' partij tegen (de toen 10-jarige) Sijbrands", We lezen 'Risselada-Sijbrands (2de partij onderlinge competitie: Amsterdam, 21-4-1961). "Machtig mooi, Hidde" laat schrijver dezes hem weten, "ja, maar het verhaal komt nog" vervolgt onze hoofdpersoon. "Toen ik Ton Sijbrands een jaar of wat geleden tegenkwam, bij het N.K. schaken (!), wist hij mij te vertellen dat ik die bewuste partij met 32-27 had geopend en dat hij een schijf achter kwam, maar dat hij de partij nog wel wist te winnen". En inderdaad het velletje papier laat ons weten: 1. 32-27 (19-23) 2. 34-29 (23x34) 3. 40x29 . . . en na zet 62 staat de uitslag, 0-2.
Hidde vindt dit "ONVOORSTELBAAR, dat je, 50 jaar na dato, nog een partij tegen zo'n  knutselaar als ik kunt herinneren, een hoog begaafd man". Uw penneleur kan slechts instemmend knikke
Maar er kwamen andere tijden, want de onzichtbare navelstreng bleef trekken, en t
oen Risselada in 1969 een betrekking bij de P.T.T. in Leeuwarden kon krijgen zat zijn  Amsterdamse tijd erop.Terug in de Friese hoofstad werd hij lid van de plaatselijke damclub de Oldehove, hiervoor speelde hij vele decennia (alleen) provinciaal, maar toen zijn vrouw in 2004 kwam te overlijden wilde Hidde ook graag landelijk (en dus op zaterdag) spelen. "Dat kon bij mijn club niet en dus heb ik toen de overstap naar DamClub Huizum gemaakt en ben ik ook gaan schaken" zegt hij anno 2013.
 
Risselada is niet alleen op zaterdag gaan dammen, nee, hij is de wereld overgetrokken.Naast vele Nederlandse toernooien speelde hij ook zijn dam-deuntje mee in Spanje (Salou), Portugal (Tavira en Albufeira) Tsjechië (Praag) Slovenië (Bovec) en heeft hij ook, net als (en ook met) toernooitijger Jan Terpstra, ons continent al eens verlaten om mee te doe aan het 'Thailand Open' in Jomtien."Ja, ik ben blij dat ik dat gedaan heb, want ik had het geld ervoor en ik was toen nog jong genoeg om zo'n lange reis aan te kunnen EN . . . er moest natuurlijk iemand op Jan passen !" verteld Hidde met een grote glimlach. Hij gaat verder, "op al die reizen kom je natuurlijk mensen tegen en maak je vrienden, ik mag wel zeggen dan Kees en Loes Osté (uit Klaaswaal, Zuid-Holland) heel goede vrienden zijn geworden en zo zijn er meer met wie ik graag optrek".

Het kan bijna niet anders dan dat het kampioenschap met Huizum 4, in de clubcompetitie van de P.F.D.B. (3de klas), voor Hidde het absolute hoogtepunt in zijn damloopbaan is. Dit gebeurde twee seizoenen achter elkaar, want nadat Huizum 4 in 2012 kampioen was geworden heeft men een verzoek bij de bond ingediend om niet te promoveren, daar er niet genoeg leden waren om van het 4-tal een 6-tal te maken, wat noodzakelijk was in de tweede klas.Het verzoek werd ingewilligd en zodoende kwam het dat Huizum 4 het afgelopen seizoen werderom kampioen werd in dezelfde klas.
"Ja, dat was prachtig" meldt Hidde, "Ik was voorstopper, ze zetten mij altijd op het eerste bord, 'jij moet, met al je ervaring, de sterkste tegenstander maar tegenhouden' zeiden ze tegen mij". "Op bord twee zat Fedde, de motor, ook hij heeft veel ervaring en is gelukkig ook rustig". "Op bord drie zat het wonder Johan Bosgra, hij is zo druk en emotioneel, maar op één of andere manier wint hij altijd . ."
"Ton zit standaard op bord 4, en die heeft het afgelopen seizoen enorme progressie geboekt, want vorig seizoen scoorde hij moeilijk, maar dit seizoen haalde hij maar liefst 12 (punten) uit  7 (wedstrijden) !".  

Dit was Hidde Risselada, vroeger en nu . . .

Praesens historicum . . .


 
We sluiten dit epistel nu maar snel af met twee opgaves voor de mannen van Huizum 4, voor beiden geldt:
wit aan zet en wint



 


 
 
Hhet klopt dat wit een schijf meer heeft, maar hoe wint het ?