dinsdag 16 september 2014

Unheimisch (vervolg)...

Door Tjalling van den Bosch
 
Ik liet u de vorige keer achter (cliffhanger) met Baba Sy 'op de top van zijn kunnen', maar de successen waren nog niet afgelopen.
 
Wereldkampioen?!?
 
In 1962 vond in Luik het Challenge Mondial plaats; dit werd gewonnen door Baba Sy, met één punt voorsprong op Michel Hisard en Wim de Jong. Hierdoor mocht Baba de wereldkampioen Koeperman, die de titel weer had overgenomen van Sjtsjogoljev, uitdagen; helaas kwam het nooit tot een tweekamp. De Russen traineerden de ontmoeting, men reageerde vaak niet, of pas (te) laat, op brieven van de internationale dambond (F.M.J.D.) en uit Senegal. Toen het allemaal toch leek te lukken (op een gegeven ogenblik had het er alle schijn van de tweekamp alsnog in de Sovjet Unie zou plaats vinden) werd Baba botweg een inreisvisum geweigerd.
 
Het scheen Baba niet te deren, hij damde gewoon voort. In hetzelfde jaar (1962) won hij met overmacht het Brinta-toernooi; ook was Baba zeer bedreven in het spelen van simultaans; in 1960 had hij het wereldrecord (uit 1932) van de Nederlander Freek Raman al scherper gesteld. Op 27 januari 1960 nam Baba Sy het op tegen 150 opponenten, hij won er 112, speelde 33 keer remise en verloor er slechts 5 en dat in een tijdsbestek van goed 8 uur.

Tot ongeveer 1965 kon Baba goed in zijn onderhoud voorzien (toernooien winnen, simultaan spelen), maar daarna werden de resultaten toch wat minder en dus ook de inkomsten. Ik kan me nog herinneren dat Baba tijdens één van de bekende Suikertoernooien, kralen kettingen en dergelijke aan het verkopen was, om de tanende inkomsten op die manier aan te vullen(?). Vaak wordt als reden van de mindere damprestatie vermeld, dat Baba sukkelde met zijn gezondheid (hij had o.a. een veel te hoge bloeddruk), maar er was nog iets waar hij mee te maken kreeg, namelijk oprukkende supertalenten.
In volgorde van opkomst: Andris Andreiko, Ton Sijbrands, Harm Wiersma, Anatoli Gantwarg; achteraf gezien kun je stellen dat de bovengenoemden de deur naar Baba's mogelijke wereldtitel keihard dichtsloegen.
 
Toch bleef Baba Sy ongemeend populair; hij was hoffelijk en charmant, sprak zich openlijk uit tegen (vermeend) onsportief gedrag (Andreiko) en liep er altijd zeer verzorgd bij. In het hippie-tijdperk, waarin de mode nogal veranderde (volgens velen verloederde),bleef Baba altijd rond lopen in (zo leek het) op maat gesneden pakken, het liefstdriedelig.
Baba Sy
Ook in zijn thuisland was hij een bekende persoonlijkheid; vanwege zijn vele tripjesnaar ons land kreeg hij in Senegal de bijnaam: De Hollander.Ook schijnt Baba een functie te hebben bekleed bij de gemeente Dakar, maar als ikhet goed begrijp, stelde dit niet veel voor. Eigenlijk was het meer een soort stipendium, zodat Baba zich volledig op het dammen kon stortten.  
 
Edoch, er zou een abrupt einde komen aan het leven van de geliefde Senegalees; op zondag 20 augustus 1978 knalde hij, in Dakar, met zijn auto tegen een boom. Er wordt vaak gezegd dat hij aan de gevolgen hiervan overleed, maar in een item voor het tv-programma Sportpaleis de Jong (gemaakt door documentairemaker Kees Brouwer) wist Ton Sijbrands niet beter dan dat Baba op slag dood was. Een bitter einde van een groot damfenomeen.
 
En vandaar dat unheimische gevoel bij het zien van de poster van Baba Sy? Ja en nee, natuurlijk is de gedachte aan het overlijden van Baba Sy iets dat mij tot treurnis stemt, maar ik vind ook dat hem groot onrecht is aangedaan. Tijdens een bijeenkomst van de F.M.J.D. (Assemblée Générale) van 1986 te Groningen werd besloten om Baba Sy postuum de wereldtitel toe te kennen; de Russische
dambond schijnt te hebben toegegeven dat men toentertijd niet correct heeft gehandeld. Dus eind goed, al goed . . . NEE, daar gaat het mij nu precies om; vandaar ook mijn unheimische gevoel.

Als u de lijst van (F.M.J.D.) wereldkampioenen erbij pakt, dan ziet u dat, voor de periode dat Baba Sy als wereldkampioen staat vermeld, er nog een naam staat; namelijk die van Iser Koeperman!
Helaas ging de F.M.J.D. in 1986 al  polderen!!! Met andere woorden, men was te laf om Koeperman zijn, op slinkse wijze behouden, titel te ontnemen en Baba Sy tot enige echte wereldkampioen van 1963 te kronen! Iser Koeperman schreef later dat: "De match niet doorging, omdat Baba Sy niet verscheen!" (bah). Vandaar dus unheimisch . . .; wij dammers hebben gefaald en falen nog steeds . . .
 
PS. Waarom is het trouwens zo oorverdovend stil rond de match Georgiev - Ndjofang?

dinsdag 9 september 2014

Unheimisch.....

Door Tjalling van den Bosch
 
Het Open N.K. 2014 te Heerhugowaard werd, na een 'ingenieus' systeem, gewonnen door Alexander Shvartsman (zo dient zijn naam, volgens hemzelf, te worden geschreven). Dat ik het woord 'ingenieus' tussen aanhalingstekens plaats, komt natuurlijk omdat de belangrijke partijen werden beslist door (laat ik de woorden van een groot denksporter er maar eens bijhalen)  "dammen zonder denken".  Nu zijn zomertoernooien en World Cups natuurlijk uitermate geschikt om noviteiten uit te proberen, als de officiële kampioenschappen  maar gevrijwaard blijven van dergelijke experimenten, maar dit geheel terzijde.

Van te voren had men meer dan 200 deelnemers 'op papier' staan; uiteindelijk werden het er 191 die daadwerkelijk meededen. Eigenlijk viel het aantal afvallers best nog wel mee. Toen ik de grote sporthal aan het Helena Nordheimland betrad, waande  ik mij even bij de schakers tijdens de Hoogovens (oké, Tata/Chorus). Natuurlijk is er een immens verschil; het schaaktoernooi vindt jaarlijks plaats in hartje winter, terwijl dit damtoernooi met de (voor Nederland) grootst mogelijke hitte van doen had. Maar toch, qua grootte van het deelnemersveld en qua aankleding, deed het me denken aan het mooiste schaakevenement ter wereld. 
 
Op een gegeven ogenblik zag ik, dat men in de sporthal enorme posters had opgehangen van wereldkampioenen uit onze sport; ik zag o.a. afbeeldingenvan: Andreiko, Sijbrands,  Wiersma, Baba Sy . . . Bij het zien van de fraaie poster van de laatste kreeg ik, zoals meestal, een  unheimisch gevoel. Unheimisch betekent (o.a.): onaangenaam, onheilspellend, onguur en dat is toch niet iets waar men aan denkt als men het over Baba Sy heeft?!? 
Ewel, laat ik het één en ander voor u uit de doeken doen, waarom ik toch altijd zo'n onaangenaam gevoel krijg als ik een foto (poster) van de Senegalese
grootmeester zie. 
 
Baba Sy . . .
 
Laat ik beginnen om Baba Sy neer te zetten; een zichzelf serieus nemende dammer heeft natuurlijk het boek le Grand Livre de Baba Sy van Ton Sijbrands (oftewel het Groot Baba Sy boek) in zijn bezit en dus een positief beeld van ons onderwerp. 

Baba Sy werd geboren in 1935; de precieze datum is niet bekend. Het gezin Sy was analfabeet en daardoor bleef veel over de beginjaren van Baba in het ongewisse. 
Baba Sy werd naar eigen zeggen geboren in Mpal, ook wel M'pal. Zijn zuster Ali Moukel Sy vertelde later echter dat hij was geboren in Donaye, waar de familie Sy rond 1935 inderdaad woonde. Dat Baba Mpal aangaf als zijn geboorteplaats was, omdat dit op zijn officiële geboortebewijs stond! Echter, (wederom volgens zijn zuster) Baba kreeg dit bewijs pas toen hij in Mpal, via een avondschool,  de Franse taal had leren lezen en schrijven, dus (tientallen) jaren later. Voordat het gezin naar Dakar verhuisde sprak men alleen het Pulaar (streektaal), pas in de hoofdstad leerde men het Frans (spreken) en veel later leerde Baba het dus ook lezen en schrijven. Dat het Frans de hoofdtaal is in de republiek Senegal, komt vanwege de grote invloed van Frankrijk op het west-Afrikaanse land; Senegal 'viel' tot 1960 onder het grote Franse rijk. 
 
Toen Baba Sy in het begin van de jaren 60 (ook) Nederland aandeed, kon hij in eerste instantie dan ook niet zijn zetten noteren; daarvoor werd dan iemand 'ingehuurd'. Welke rechtgeaarde dammer kent niet dé foto uit het Lucas Bols-damtoernooi van 1961, toen een klein blond jongetje naast Baba zat om zijn zetten bij te houden!! Overigens kwam het (heel) vroeger wel vaker voor dat men speciale 'annoteurs' had, die de zetten noteerden, ook voor dammers die wel degelijk konden lezen en schrijven, maar dit terzijde.  
 
Vanuit het (in die tijd) armoedige Donaye verhuisde de familie Sy (Baba had twee broers en drie zusters) naar de hoofdstad van Senegal, Dakar. Hier probeerde de vader van Baba een beter bestaan op te bouwen. Later vertrok het gezin naar Mpal, waar de kostwinner emplooi vond in de pinda-industrie. Overigens staat er op een Engelstalige site te lezen dat "de vader werd gedwongen
om in Mpal te gaan werken, in de pinda's".
 
Baba vertelde in een interview met Jan Cottaar (de Mart Smeets van de jaren 60) dat hij het dammen op 15-jarige leeftijd, in Dakar, had geleerd. Hij was een natuurtalent; want omdat hij in eerste instantie analfabeet was, leerde hij het spel door te spelen (trial and error), wat hem blijkbaar goed afging, want al snel 'heerste' hij in de straten van Dakar. Het dammen was in Senegal in de vijftiger jaren van de vorige eeuw niet georganiseerd (wel populair). Men speelde gewoon buiten op straat, vaak met een grote schare pratende, joelende en fluitende toeschouwers om zich heen. Baby Sy was de allerbeste; dat vond ook de Franse douanebeambte Emile Biscons. Deze Franse dammeester zorgde er in 1959 voor dat Baba afreisde naar Frankrijk, om daar mee te doen aan het Frans kampioenschap in Châtellerault.
Baba won het toernooi (met 13 uit 10) samen met Abel Verse, maar doordat Baba de onderlinge partij had gewonnen werd hij uitgeroepen tot kampioen van Frankrijk.
Daardoor mocht Baba in 1960 meedoen aan het wereldkampioenschap, dat in Nederland werd verspeeld. Baba Sy eindigde als tweede, met één punt achterstand op Sjtsjogoljev (zie het epistel Tsjegolef van februari jongstleden op dit blog), maar voor de voormalige wereldkampioen Koeperman en Deslauriers.
 
De ster van Baba scheen helder aan het damfirmament; zo won hij in 1961 het internationale damtoernooi in Jalta (de Krim, toen Oekraïne, thans weer Rusland!), met 2 punten voorsprong op Andreiko. Waarschijnlijk herinnert u zich de fantastische, combinatieve overwinning op Wladimir Agafonow (zevenklapper) in de 7de ronde van dat toernooi. Baba Sy was een liefhebber pur sang; hij verscheen op vrijwel alle toernooien waar hij voor werd uitgenodigd, toch was zijn speelstijl over het algemeen aan de 'voorzichtige' kant. Er zijn enkele partijen bekend, waarin hij er onvervaard 'in knalde', maar als u het boek van Ton Sijbrands (over Baba Sy) bestudeert en met name de partijen, dan valt het op dat Baba niet direct vanuit de opening, de grootst mogelijke complicaties zocht. Hij was met name bedreven in het, vanuit het klassieke middenspel, opstomen op de korte vleugel van zijn tegenstander.
 
Het bovenstaande is al weer een hele lap tekst geworden; volgende aflevering meer. Ik realiseer me nu, dat mijn onaangenaam gevoel, bij het zien van een afbeelding van de beste Afrikaanse dammer ooit, nog niet ter sprake is gekomen, daarop moet u dus even wachten (zo, zo, een heuse cliffhanger, toe maar). Wilt u de grandioze combinatie van Baba Sy tegen Agafonow zien, ga dan naar YouTube en vraag 'geheimen van een grootmeester' op. U hoort/ziet dan het kleine blondje jongetje (uit 1961) op een hartverwarmende manier praten over zijn idool en de combinatie (nogmaals) uitvoeren. 
 

 

woensdag 3 september 2014

Koraal...

Door Tjalling van den Bosch

We gaan nog even door op de weg die we de vorige week zijn ingeslagen. Er valt namelijk nog een feestje te vieren; een 35-jarig 
jubileum, waar men vaak koraal (of ook wel robijn) aan toevoegt.

1979 . . . 

In dat jaar was uw penneleur, naast zijn 40-urige werkweek bij de Friesland Bank te Leeuwarden, ook weer de studieboeken 
ingedoken. Dat zal dan ook wel de reden zijn, dat het dammen in die tijd op een wel heel laag pitje stond; waarschijnlijk kunnen we beter  spreken van nihil. En ook daarom zit de match om de wereldtitel tussen de (anno 1979) zittende wereldkampioen Anatoli Gantwarg en ons erelid en uitdager Harm Wiersma, niet op de harde schijf van schrijver dezes. Gelukkig ontsnapt dit 35-jarig jubileum niet aan de aandacht, want kortgeleden tikte uw penneleur het matchboek van  Sijbrands/Kiers/Münninghoff, over die tweekamp, op de kop.

Moeizaam . . .

Uit het matchboek maken we op, dat het een zeer moeizaam proces was geweest om de tweekamp (Gantwarg-Wiersma) 'rond' te krijgen.

Onder aanvoering van (FMJD-secretaris) Willem Jurg en Wiebe Visser was een eerste rondgang langs Nederlandse bedrijven niet succesvol geweest, om sponsoren te vinden. Uiteindelijk was het aan Volmac-directeur Joop van Oosterom te danken, dat het benodigde geld toch nog op tafel kwam. Deze Van Oosterom was naast directeur van het computerbedrijf (Volmac), ook denksporter, namelijk schaker; hij is al eens jeugdkampioen van Nederland geweest. Achteraf gezien mogen wij dammers Van Oosterom wel heel dankbaar zijn, want de match zou de geschiedenis ingaan als een strijd, die zijn weerga niet kent. De beide kemphanen bestrijden elkaar met open vizier; niks geen behoudend spel, maar gaan voor de kansen. De partijen die in een puntendeling eindigden, waren vrijwel zonder uitzondering enerverend te noemen. Sijbrands en Münninghoff gebruiken superlatieven in het matchboek, om de strijd te duiden en het publiek is dagelijks in zeer grote getale aanwezig. In het totaal duurt de tweekamp bijna 4 weken.

Hoe het ook zij, de tweekamp gaat uiteindelijk, op 1 oktober 1979, van start. In het Utrechtse Hoog-Catharijnecomplex barst, na de openingszet van burgemeester Vonhoff, de strijd direct los. De eerste 3 partijen eindigen in remises, maar het waren zeker geen bloedeloze puntendelingen. Vooral in de tweede partij moet Wiersma na 95 zetten (!) in remise berusten,  nadat hij de winst (mat-in-één) heeft gemist. Een gulden regel in de sport is dat: als men de kansen niet benut, dan scoort de tegenpartij. Dit gebeurt in de vierde partij; Wiersma krijgt wederom kansen, mist volgens het matchboek opnieuw de winst, de partij kantelt en uiteindelijk strijkt Gantwarg de punten op. Vervolgens eindigt de vijfde partij remise, maar mist Gantwarg een kans in de zesde partij! Toen deed de gulden regel zich opnieuw gelden; Wiersma wint de zevende partij. 
Het lijkt dat Gantwarg op instorten staat, want ook in de achtste partij gaat hij er bijna onderdoor, maar weet Anatoli wonderwel met een puntendeling te ontsnappen. De rustdag is voor beiden een uitkomst.

Beslist . . .

Na een enerverende remise in de negende partij, slaat Wiersma toe in de tiende. 
Münninghoff schreef in het matchboek zelfs: "De Match is beslist op zaterdagmiddag 13 oktober" In de daarop volgende partijen blijkt toch dat de (2 punten-)voorsprong voor Harm niet zo veilig is; zo overzien beiden een winnende combinatie voor Gantwarg in de elfde partij, maar tot beslissingen komt het in eerste instantie niet, zodat na dertien partijen de stand 12-14 is in het voordeel van de uitdager. Op 19 oktober lijkt de match dan inderdaad beslist; Gantwarg laat zich in de slotfase van de veertiende partij verleiden tot het gedragspatroon van een gemiddelde speler, nog gauw 'voor de zekerheid' even een paar extra zetten doen (na de 50ste zet). Daardoor kan Wiersma toeslaan, 12-16; na de remise in de vijftiende partij, slaat het Nederlandse chauvinisme onverwachts om! Gantwarg wint in 55 zetten de zestiende partij en dus is het verschil weer minimaal (15-17). 
Is Wiersma nu uit het evenwicht gebracht? Hij moet uit de resterende vier partijen evenzoveel punten halen, want Gantwarg behoudt zijn titel bij een gelijkspel (20-20)! In de partijen nummers 17 en 18 lukt het de Nederlander om de dadendrang van Gantwarg te beteugelen, door de grootste complicaties uit de weg te gaan. Maar dan komt de voorlaatste partij!

Eerder dan verwacht wordt de tweekamp beslist; in de negentiende partij, toen Gantwarg rond de twintigste zet weifelachtig heeft voortgezet, neemt Wiersma het heft in handen. Toch is de stelling op dat moment nog zeker niet verloren voor Anatoli; echter op zet nummer 51 (!!) slaat hij (met wit) snel 36x27, waar 26x37 remise was geweest. 
Door deze overwinning is de tweekamp beslist (21-17); de laatste partij (gespeeld op 27 oktober) eindigt na 29 zetten in remise en daardoor is de einduitslag 18-22 in het voordeel van de uitdager en dus kunnen we de komende maand wederom een feestje vieren . . (We kunnen dat natuurlijk niet alleen aan Harm overlaten . .)

We sluiten af met een quote (uit het matchboek) van Alexander Münnighoff: "Gelukkig was deze tweekamp dermate kleurrijk wat betreft de partijen zelf, dat heel veel dammers er wat je noemt een kick van hebben gekregen. Je zag ze de ruggen rechten en met fier geheven kin rondstappen, omdat ze ook iets te maken hadden met het schouwspel dat hun twee beste voorvechters twintig partijen lang bij machte waren op te voeren". 
Het matchboek is inderdaad, nog steeds, een aanrader.


zaterdag 30 augustus 2014

Wat gebeurde er toen...

Door Tjalling van den Bosch

Een jubileum is een herdenking van een gebeurtenis van een bepaald aantal jaren geleden. Bij een jubileum hoort een feest, waarop men op passende wijze stilstaat bij de te memoreren gebeurtenis.  Het éne wordt grootser gevierd dan het andere; de 1-jarige herdenking noemt men bijvoorbeeld een papieren of katoenen jubileum en wordt nauwelijks gevierd. Een jubileum van 5 jaar (lustrum) noemt men een houten jubileum,die van 12½ een koperen en die van 25 jaar een zilveren. Het woord Lustrum komt trouwens uit het latijn en was van oorsprong een zoenoffer, dat eens in de vijf jaar door de Romeinen werd gehouden. Dus elke periode van vijf jaar is een lustrum, vijf lustra is dus 25 jaar, maar laten we snel doorgaan, want anders komen we nooit bij het uiteindelijke onderwerp terecht.

Als er een treurige gebeurtenis heeft plaats gevonden, dan spreken we in principe niet van een jubileum, maar van een herdenking.
Bij iets dat precies 100 jaar geleden is gebeurd spreekt men dan van een ivoren jubileum /herdenking.  Het jaar 1914 is vooral bekend vanwege het uitbreken van de 1ste wereldoorlog. Nederland verklaarde zich direct en nadrukkelijk onpartijdig (neutraal) en wist zich zodoende aan die oorlog te onttrekken, alhoewel Nederland wel te maken kreeg met een grote stroom, voornamelijk Belgische, vluchtelingen. Toch wordt  'W.O. 1' door veel Europese landen gezien als de grote oorlog. De herdenkingsbijeenkomsten dit jaar, in België en Frankrijk, waren indrukwekkend. 

Vijfenzeventig jaar geleden (diamant), 1939 dus, brak de 2de wereldoorlog uit toen Duitsland het noodzakelijk vond om Polen binnen te vallen. Ons land trachtte ook toen neutraal te blijven, maar dat lukte dus niet. Onze regering vluchtte naar London; de Britse staatsman Winston Churchill  sprak later de historische woorden: "Er zat maar één man in de Nederlandse  regering, dat was Koningin Wilhelmina", maar dit geheel terzijde. 

Vijftig jaar geleden (goud) zien we een heel andere maatschappij, zonder dat ons land direct bij een oorlog betrokken is (nou ja, de 'koude oorlog' even buiten beschouwing gelaten). Enkele opmerkelijkheden uit het jaar 1964 zijn: de Beatles treden voor het eest op in Nederland (in de Veilinghallen te Blokker), Jan Jansen wordt wereldkampioen wielrennen in het Franse Sallanches en Cambuur wordt opgericht (ter vervanging van v.v. Leeuwarden, dat dat jaar terugkeerde naar de amateurs). 

Veertig jaar geleden (robijn): Het Simplisties Verbond wordt opgericht, meesterkraker Age Meines ontsnapt met behulp van zijn 'thermische lans' uit  de gevangenis (Blokhuispoort) te Leeuwarden en Dam Club Huizum wordt Nederlands clubkampioen. (Wat weer een intro . . .). 

Inderdaad, onze club werd in 1974 kampioen van Nederland; tot op heden is  het de enige Friese damclub die dit huzarenstukje heeft uitgehaald. Het betrof het kampioenschap van het seizoen 1974/1975, maar de nationale  clubcompetitie verliep toen blijkbaar in een andere tijdspanne dan tegenwoordig. Thans vindt de nationale clubcompetitie plaats van september tot maart, maar 40 jaar geleden was deze reeds voor de jaarwisseling afgelopen, want in zijn rubriek in de NRC van 14 december (1974) schrijft Andreas Kuyken:
"Huizum, Leeuwardens topclub, heeft voor het eerst in haar geschiedenis het  landskampioenschap weten te behalen. Een ploeg met klinkende namen, zoals  Harm Wiersma, Frank Drost, Sjoerd Visser, Anton Schotanus, wier spel niet alleen door productiviteit in termen van punten maar bovenal door aantrekkelijkheid  en durf uitsteekt". Ja, hij heeft een vaardige pen, die Andreas.
 
Als we de uitslagentabel er eens bij pakken (het wonderschone jubileumboek over Dam Club Huizum 1932-2007) zien we, dat onze club het kampioenschap pakte met 16 punten uit 9 wedstrijden. De directe opponenten (R.D.G. uit Den Haag en V.A.D. uit Amsterdam) werden verslagen, maar vreemd genoeg werd er van de nummer 7 (Het Oosten uit Rotterdam) met 9-11 verloren. Maar goed, alle andere wedstrijden werden verder gewonnen en daarvoor verantwoordelijk was vooral Harm Wiersma met een geweldige persoonlijke score van 17 punten uit 9 ontmoetingen.  Hij werd natuurlijk goed gesteund door Anton Schotanus (13 uit 9), Eddy Drost (12 uit 8), Frank Drost (12 uit 9), Sjoerd Visser en Menno Bandstra (beiden 11 uit 9), Johan Capelle (10 uit 7) en de spreekwoordelijke 'sloten op de deur' waren: Roel Bergsma (8 uit 7) Auke Spijkstra (8 uit 8) en Jacob Spoelstra (8 uit 9). Zoals het altijd gaat, als een team goed draait, waren er nauwelijks invallers nodig. Dam Club Huizum zette er dat seizoen slechts twee in, namelijk: Thijs Mulder (3 uit 3) en Arthur Kalverboer (2 uit 3).
 
Het huidige bestuur van D.C.H. kennende zal er dit seizoen dan ook zeker stil worden gestaan bij dit robijnen jubileum. Maar misschien spreek ik wel voor mijn beurt en hebben onze bestuursleden reeds een jubileum-comité opgericht, net als in 1974 toen het huldigings-comité zorgde voor een (zeer) gezellige avond (ik citeer nogmaals uit 75 jaar Dam Club Huizum): "Dam Club Huizum heeft vrijdagavond (13 december) in café-restaurant Tivoli aan de Huizumerlaan te Leeuwarden uitbundig feestgevierd. Dit ter gelegenheid van het Kampioenschap van Nederland van het eerste tiental in de ereklasse, de hoogste afdeling van de KNDB. Na het officiële gedeelte is er nog vrij lang uitbundig feestgevierd".

Iemand die wij van Dam Club Huizum zo vreselijk uit het oog zijn verloren is Frank Drost; hij nam in het kampioensjaar Krijn Toet op de volgende manier te grazen.
18.45-40!?!  21-27? Aangewezen is 11-16. 19. 47-42!! 19-23 20.40-35! en zwart staat verloren. De grote truc is dat op 17-21 of 14-19 volgt 34-29!, 39x30, 38-33!!, 42-38 en 38-32 met dam.
 


Dat het niveau niet altijd even hoogstaand was, blijkt wel uit de volgende diagram. Menno Brandstra (wit) won een brik (zoals Andreas Kuyken het in zijn rubriek omschreef) ten koste van Jan Grootenhuis. 

 



  

vrijdag 22 augustus 2014

Onze onderlinge 2014/2015....

Door Tjalling van den Bosch

Aanstaande donderdagavond, 28 augustus, opent Zalen Tivoli weer zijn deuren voor Dam Club Huizum. Met andere woorden, de onderlinge barst weer los; nieuwe ronde, nieuwe kansen, (nieuwe leden?). 

De één gaat voorzichtig van start, want de hele zomer heeft hij geen schijf aangeraakt; anderen daarentegen hebben juist de messen geslepen in de warme (nou ja, zeg maar gerust hete) maanden die achter ons liggen, zij gaan van acquit in de aanval op de twee punten. Er worden vast en zeker weer bloedige veldslagen geleverd; u kunt sommige hiervan live volgen op Toernooibase, want ook Dam Club Huizum gaat (al enkele jaren) met de tijd mee.Waarschijnlijk zal ook Jan Terpstra zijn partijen vanaf dit seizoen direct invoeren; tijdens het laatste MTB Hoogeveen Open won onze toernooitijger namelijk een tablet, welke hij onder een
oorverdovend applaus in ontvangst nam, maar dit geheel terzijde natuurlijk.

Van oudsher was de onderlinge van Dam Club Huizum altijd een vooral gezellige bijeenkomst; Auke Scholma (lid van onze club van 1975 t.e.m. 1981) blikte in de Leeuwarder Courant van 4 april 2007 terug op die periode: "In de onderlinge, die ook nu nog wordt verspeeld in de mooiste zaal van café Tivoli, was er onder de partijen vaak tijd voor een praatje. De meeste leden hadden er een harde werkdag op zitten en beschouwden de wekelijkse clubavond als een uitje. Dat kwam wel de spanning, maar niet altijd het spelniveau ten goede".

Halverwege de jaren 70 (van de vorige eeuw) was Jannes van der Wal lid van Dam Club Huizum; in een interview met "De Vriendendamkring" schetste hij de sfeer van toen: "Op de onderlinge wordt zeer fanatiek gestreden. Wij gebruiken de beste vorm van training, namelijk het partijspel. Toch voert het gezelligheidselement de boventoon".

Aanschouwen . . .

Ook tegenwoordig is de onderlinge nog steeds een bonte verzameling mensen die hun beste beentje voorzetten op de clubavond; een ieder doet dit op zijn eigen manier. De één is (op zijn manier) heel rustig, bij het nonchalante af, maar je ziet/voelt ook bij hem de onderhuidse spanning.
Een ander heeft de spanning minder goed onder controle en is juist heel druk; allen wachten af hoe de paring zal uitpakken; wie wordt de tegenstander van de avond? Een enkeling probeert de competitieleider te beïnvloeden: "Ik wil niet tegen hem, want ik ben niet in vorm" of juist het tegenovergestelde: "Kan ik niet tegen hem(?), want daar heb ik al een tijdje niet tegen gespeeld"; bij navraag blijkt dat het nog maar 3 weken geleden is dat de beide heren elkaar bekampten. In ieder geval, men is van te voren dus al bezig met de strijd.

Nadat de paring bekend is gemaakt, beginnen de partijen. In het begin wil er nog weleens wat rumoer zijn, maar al spoedig wordt het stiller en stiller; vroeger hoorde je dan de klokken tikken, maar dat is tegenwoordig helaas niet meer zo. Gedurende de avond neemt de concentratie toe, de spanning stijgt; zo ook het voetenwerk (!?). Het non-verbale gedrag is prachtig om te aanschouwen en het voetenwerk
lijkt er het meest representatief voor. Als het heel spannend wordt dan zie je dammers die hun voeten vreemd genoeg niet meer stil kunnen houden, driftig, staccato, nerveus tikken de voeten op de vloer. Anderen hebben vanaf het begin van de partij het éne been over het andere geslagen en is het juist 'de zwevende voet' welke niet meer  'rustig te krijgen is'. Zo lang de tafel niet meetrilt is zo'n voeten-tic onschuldig. Weer anderen hebben de voeten juist stevig op de vloer geplaats en zitten recht achter het bord; gebogen hoofd tussen de handen, de ellebogen op de tafel zorgen voor stevigheid, romp evenwijdig aan de tafel. Dan zijn er ook nog zij die de voeten om de stoelpoten hebben geklemd en zitten dan voorovergebogen naar het bord te turen, deze houding omschrijft zich het best als getergd. Om de spanning even kwijt te raken gaat een dammer vaak even wandelen; even de stress uit de spieren lopen, maar ondertussen wel de tegenstander in de gaten houden. Ja, als je er oog voor hebt, dan gebeurt er veel op zo'n clubavond.

Later . . . 

Na afloop van een spannende partij wil men graag analyseren, wat weer weerstand oproept bij sommigen die nog zitten te spelen. Zelf zoek ik vrijwel direct na de partij de stamtafel in de gelagkamer op, ook daar valt nog van alles te beleven. Op een gegeven ogenblik komt er iemand binnen die duidelijk ontevreden is, dus het "heb je verloren?" is dan logisch. "Nee nog niet, ik pruts nog even door, want ik heb onnodig een schijf verloren". Kijk, dan ga ik zitten nadenken: "Kan je ook nodig een schijf verliezen dan?", maar de ontevredene is al weer weg met twee biertjes, in de hoop dat de alcoholische versnapering zijn tegenstander mild zal stemmen. Onnodig is in dit geval een synoniem voor "ik heb een stomme blunder
begaan".

Veel later . . .

Als alle partijen zijn afgelopen gaan sommigen direct naar huis, anderen nemen nog even de wereld-problemen door en dan zijn er nog de 'doorhalers' die onder het mom van 'vrijdagochtend bestaat niet' nog enkele extra  consumpties het keelgat ingieten, maar ook zij zullen alras huiswaarts keren. Van dammers wordt gezegd dat het individualisten zijn, bij voorkeur voorafgegaan door bijvoeglijke naamwoorden als 'pure' of 'onverbeterlijke'. Hoe vaak hoor je niet:
"Een dammer speelt niet voor een team, maar voor zichzelf". Maar wat kunnen teamgenoten een intense belangstelling hebben voor elkaars partijen. Dammers mogen dan tijdens hun partijen individualisten zijn, na afloop voegen velen zich bij de roedel gezelligheidsdieren.

Vroeg . . .

Vanaf aanstaande donderdag dus, aanvang 20.00 uur, graag ruim van te voren aanwezig zijn, want dan kan de paring plaats vinden. U kunt natuurlijk (als lid en/of nieuw lid) ook later instromen; de onderlinge duurt tot juni (2015)! 
 
Afsluiten . . .

Een gemiste kans uit onze onderlinge van afgelopen seizoen.

Deze stand komt uit de 32ste ronde (1 mei 2014) en na de 47ste zet van zwart (19-24). Beide spelers zaten in hevige tijdnood en daardoor werd hier een puntendeling overeengekomen.  De witte schijven waren in handen van de Hoogeveense tablet-winner, de zwarte werden bestuurd door Bart Adema, maar . . . Wit had hier kunnen uithalen met een fraaie rondslag (zoals de computer later aangaf): 48.  37-31  (26x37),  32x41  (21x23),  10-5  (18x27),  5x43 ! 

Tot slot een oefening voor zij die de hele zomer (dammend) hebben stil gezeten:

Ja, ja, wit is aan zet! Zoals u ziet kan wit op twee manieren slaan: 49x9 of 48x8, nu is de vraag: maakt het verschil voor de uitslag?

We bespreken de antwoorden aanstaande donderdag wel. 


zaterdag 16 augustus 2014

Opvoeden tot genie...8

Door Tjalling van den Bosch
 
Dit wordt het achtste en laatste epistel uit de Polgár-cyclus. 
Laszlo Polgar: "Maximale score".

Drie maanden geleden liep ik door het prachtige dorpje Langweer. In de hoofstraat is een winkel in tweedehands boeken, echt zo'n ouderwetse met een enorme verscheidenheid aan oude boeken en hier en daar een stoel of een krukje, waarop je rustig kunt gaan zitten lezen. Mijn hart gaat vaak open in dergelijke etablissementen; die bewuste zondag vond ik daar een boek van journalist Ed van Eeden, tevens een schaakliefhebber. Het 158 pagina's tellende boek draagt als titel De Polgar-zuster met als ondertitel of: de creatie van drie schaakgenieën. Het boek is uitgegeven in 1990, het jaar waarin de zusjes Polgár respectievelijk 21, 16 en 14 jaar werden; het boek handelde vooral over het opvoedings-experiment en het begin van de schaak-carrières van de Hongaarse schaakzusjes.

Ik heb altijd grote interesse gehad voor het opvoedings-experiment van László en Klára Polgár-Alberger. Veel wetenschappers hebben hun licht laten schijnen op dit project. De meesten waren zeer sceptisch, maar vrijwel allen gingen voorbij aan de voornaamste doelstelling van de ouders, namelijk: hun dochters moesten gelukkige mensen worden. László schreef o.a. in zijn boek: het opvoeden tot genie is de zekerste weg naar geluk. Dat László (en later ook Klára) de stelling poneerde dat: de school intelligente leerlingen eerder demotiveerde dan motiveerde, riep natuurlijk de nodige weerstand op.  Het Polgár-experiment is mijns inziens echter te beperkt om hoogdravende  conclusies te trekken; het heeft wel aangetoond dat de dochters geweldige schaaksters werden, terwijl er in de families (van beide kanten) geen schaaktalent van enig belang huisde.
 
Ook heeft het opvoedings-experiment aangetoond (feministes opgelet), dat vrouwen gelijkwaardig kunnen zijn aan mannen, als het om denksporten gaat! Dus weg met de kampioenschappen voor vrouwen en de prijzen voor de beste vrouw, het is pure discriminatie!! Het ongelijk van Hein Donner ("vrouwen kunnen er niets van en ze leren het ook nooit") en Bobby Fisher ("ik kan iedere vrouw ter wereld een stuk en
een zet voorgeven en ik win nog") is er ook door aangetoond. Wetenschapper drs. B.H. Wilders twijfelde (in 1991) aan de hechtheid van de familie Polgár op de lange duur. Hij voorzag grote problemen als één (of meerdere dochters) het schaken de rug zou(den) toekeren; ook deze twijfel lijkt slechts suggestief.
De leden van de familie Polgár zijn zeer aan elkaar gehecht en hebben allemaal, ondanks dat ze wijdverspreid over onze aardbol zijn uitgewaaid, nog dagelijks contact met elkaar, terwijl Zsófia het schaken op een we heel laag pitje heeft gezet.
 
Natuurlijk was het opvoedings-experiment zwaar; zeker voor de dochters, maar zoals Judit een paar jaar geleden opmerkte: "voor ouders is het bijna niet te doen". Om u een idee te geven hoe een dag (thuis) er voor de meisjes (in de beginjaren) uitzag. 06.00 uur opstaan - van 07.00 tot 10.00 sporten (zwemmen, tafeltennis) - 11.00 tot 17.00 studie (eerst nog algemeen en schaken, later alleen nog maar schaken) - 19.00 uur tot hooguit 22.00 uur was er gelegenheid om mensen te ontvangen (journalisten), theaterbezoek, muziek en als de meisjes het wensten, snelschaken. In huize Polgár was wel een televisie, maar die werd alleen aangezet als er een (zorgvuldig uitgekozen) interessante film op was. Dagelijks nieuws vonden de ouders totaal onbelangrijk en in onbelangrijke zaken moest je vooral geen energie stoppen (!); ook moderne muziek en literatuur vonden ze onbelangrijk. 
De vader stelde dat je in plaats van Oorlog en vrede te lezen, je beter een taal kon leren. De meisjes kregen als leesvoer uitsluitend kennis vermeerderende, wetenschappelijke uitgaven onder ogen en natuurlijk schaakboeken. Ik vergeet bijna nog te vermelden: 7 dagen in de week, dus zonder rustdagen! En toch, en toch . . . László en Klára gedroegen zich nimmer als bijvoorbeeld veeleisende tennis-vaders of kunstrijd-moeders!
 
Bronvermelding . . .
 
Ondanks dat ik het Polgár-project jarenlang zijdelings volgde, heb ik er toch het nodige van meegekregen; door het boek van Ed van Eeden kwam alles weer bovendrijven. Het boek van László Polgar zelf, Nevelj Zsenit (in het Engels: Bring up Genius), is ook één van mijn favorieten, alhoewel ik niet alles wat de schrijver predikt voor zoete koek slik. 
Het boek werd geschreven voordat de meisjes werden geboren; in het boek van Ed van Eeden staat dat het boek pas in 1989 is uitgegeven, maar dat betreft volgens mij de Engelse vertaling. Verder kwamen weer diverse verhalen uit het schaakmagazine Matten goed van pas, alsook het hoofdstuk over Judit Polgár uit het boek van Jan Timman, Schakers portretten. Door de jaren heen heb ik vrijwel alles gelezen, wat binnen mijn gezichtsveld kwam, over de Polgárs.
 
De epistels over het Polgár-project die ik u de afgelopen maanden heb voorgeschoteld  zijn niet bedoeld als een soort levensbeschrijving van de Polgárs; het is zelfs geen biografische schets. Door de jaren heen kwamen de verhalen over het opvoedings-experiment tot mij (via anderen) en hebben zich in mijn brein vastgezet. Kortom, het zijn meer een soort hersenspinsels die ik aan het (digitale) papier heb toevertrouwd, met dank aan Ed van Eeden. Van Eeden is heden ten dage voorzitter van de Utrechtse schaakclub Oud Zuylen en debuteerde in 1999 als romanschrijver; hij gebruikt vaak de pseudoniemen: Steven Klamm en Debbie Hogewind, ad acta.
 
De uitsmijter is voor moeder Klára, op de vraag wie het grootste genie is in het gezin: "Het enige genie in ons gezin is mijn man, want hij heeft met zijn methode de maximale score behaald".
 

 

zondag 10 augustus 2014

Opvoeden tot genie...7

Door Tjalling van den Bosch

Deze keer in de Polgár-cyclus de dritte im bunde.

Judit
Judit Polgar: Linares 1994

Judit werd geboren op 23 juli 1976. Als jong meisje had ze lang, roodachtig haar en was ze opvallend fotogeniek. Anders dan bij haar zusters was het voor de jonge Judit heel normaal, dat ze op jonge leeftijd schaakpartijen won van mannen die haar vader, soms zelfs haar grootvader, hadden kunnen zijn (haar zusters deden dat immers ook). 
Ook de Polgárs constant omringende publiciteit was voor haar de normaalste zaak van de wereld. Judit werd, in 1987, door een gerenommeerd Brits schaakblad omschreven als 'de kleinste en meest dodelijke Polgár' en 'de toekomstige sterkste vrouwelijke schaker ter wereld'. Dergelijke publicaties  hadden geen zichtbaar effect op haar manier van doen; Judit is wars van sterallures. Als jong meisje al was Judit de meest huiselijke van de zusters; thuis met het hele gezin vond ze prachtig en ze volbracht de huishoudelijke taken met plezier. 

De snelheid waarmee Judits ster rees, kende geen equivalent in de geschiedenis van het schaakspel. Op 12-jarige leeftijd had zij al een schaak(elo)rating van 2550; schaakgrootheden als Bobby Fisher en Gary Kasparov bereikten die rating pas op 15-jarige leeftijd! Anders dan dat bij Zsuzsa en Zsófia het geval was, bestond Judits carrière uit een gestaag opgaande lijn, zonder breekpunten. Nadat ze in 1986 en in 1988 het wereldkampioenschap bij de meisjes en de jongens (!) had gewonnen, werd besloten om haar niet meer aan toernooien met sexe-genotes te laten deelnemen. De toevoeging 'bij de mannen' zullen we verder in dit epistel dan ook achterwege laten.   

Judits palmares is ongelooflijk. 
Het lijkt wel of ze van hoogtepunt naar hoogtepunt schaakte; reeds voor haar
twaalfde had ze de normen voor de titel Internationaal Meester gehaald. Toen ze 15 jaar en 4 maanden oud was mocht ze zich officieel Internationaal Grootmeester noemen toen de jongste ooit! Het leverde haar een vermelding in het Guinness book of records op. Dat was voor de Polgárs trouwens ook geen nieuws onder de zon, de zusjes staan meer dan 50 keer vermeld in het Engelse recordboek. Het voert te ver (oké, het is te veel werk) om alle triomfen van Judit voor het voetlicht te halen; mocht u daar toch behoefte aan hebben dan raad ik u het boek uit 2004 van Tibor Karolyi, Judit Polgár, the Princess of Chess, aan. Uiteindelijk behaalde Judit een elo-rating van 2735 en kwam ze in de top 10 van 's werelds beste schakers terecht. Om haar talent te duiden, is misschien het onderstaande verhaaltje wel het meest kenmerkend:

Anekdote . . .

In 1985 lag Judit al te slapen (ze was toen net 9 jaar), terwijl haar oudste zuster (Zsuzsa) nog zat te analyseren met een buitenlandse meester (naam werd niet genoemd). Ze kregen een meningsverschil over de afwikkeling van een toreneindspel. In plaats van een eindspel-encyclopedie te raadplegen, stelde Zsuzsa voor haar jongste zusje om een oordeel te vragen. Haar ouders vonden het goed dat Judit uit bed werd gehaald. Nauwelijks wakker bekeek zij de stelling en gaf meteen een winstvariant, die bij controle in de naslagwerken correct bleek te zijn.

Volgens schaakkenners had Judit het in zich om wereldkampioen te worden! Dat ze deze titel niet heeft behaald ligt volgens deze kenners niet aan het talent, maar aan het feit dat ze nimmer een goed team van specialisten om zich heen heeft verzameld. Voormalige wereldkampioenen als Karpov en Kasparov hadden juist wel de elite uit de schaak- én medische wereld tot hun beschikking! Overigens werd dit (door dezelfde schaakkenners) ook als een tekortkoming van onze eigen Jan Timman gezien. Kortom Judit was wereldkampioenwaardig!
Rond de eeuwwisseling veranderde er het nodige in het leven van de 'jongste Polgár'; haar hond Bobi werd ziek (!?). Judit nam haar lievelingsdier mee naar de dierenarts, deze schreef een medicijn voor en vertelde dat Bobi snel weer zou opknappen. Dit ging Judit schijnbaar niet snel genoeg, want enkele dagen later stond ze weer voor de neus van de dierenarts, die alleen maar kon constateren dat de medicijnen hun werk goed deden. Wederom herhaalde zich de situatie, maar het kwartje viel nog niet bij de dierenarts, die de naam van Gusztav Font draagt; dus maakte Judit enkele dagen later opnieuw een reisje naar de dierenarts . . .
Judit en Gusztav trouwden in de zomer van 2000. Jan Timman was als enige schaakgrootheid aanwezig bij het huwelijk! Timman had schijnbaar een speciaal plekje in het hart van Judit veroverd, want ze hield verder privé en schaken strikt gescheiden.  Het schaaktijdschrift New In Chess vroeg Timman om een paar foto's van het bruidspaar te maken, maar Judit verbood dit ten strengste. Jan probeerde het nog met "maar ze vermoorden me als ik geen foto's maak", waarop Judit hem duidelijk maakte, dat ze zeer op hem gesteld was en dat ze dan ook zeker naar zijn begrafenis zou komen . . .

Judit en Gusztav bleven, tot grote vreugde van haar ouders, in Boedapest wonen. Uit het huwelijk kwamen twee kinderen voort; in 2004 werd zoon Olivér geboren en twee jaar later dochter Hanna. Judit schaakt nog steeds, maar zoals reeds in het begin van dit epistel werd gesteld is zij zeer huiselijk ingesteld en verblijft dan ook het liefst thuis, in gezelschap van man en kinderen. In 2013 veegde Judit de voormalig wereldkampioen-uitdager Nigel Short nog van het bord in een match; maar tegenwoordig zijn schaaktoernooien voor Judit vooral een vakantie, even weg van de dagelijkse beslommeringen. zoals ze zelf zegt. Kortom, de echte 'drive' lijkt (voorlopig?) niet meer aanwezig. In 2014 werd Judits boek from GM to Top Ten uitgeroepen tot hét schaakboek van het jaar (2013).

Judit is gelukkig en heeft een uitgesproken mening over haar opvoeding: "ik zou het fantastisch vinden als mijn kinderen ook een dergelijke jeugd, als ik, zouden meemaken, maar voor de ouders is het niet te doen" . Wel is ze begonnen om haar kinderen te onderwijzen in  diverse talen (Engels, Spaans, Russisch, ze twijfelt nog over het Chinees), want iets dat je op zeer jonge leeftijd meekrijgt, verleer je nimmer. Overigens schrijft zij haar naam nog steeds zoals die in haar paspoort staat: Judit Polgár.  Als ze haar notatiebiljet na afloop van de partij ondertekent, maakt ze steevast een smiley in de hoofletter J. 

wordt vervolgd . . .